Standpunt VO-raad onderwijstijd
30 november 2011
Standpunt gewijzigd wetsvoorstel: terug naar 1040 uur
De VO-raad heeft in haar brief van 21 november 2011 de Tweede Kamer laten weten dat het oorspronkelijke wetsvoorstel kon rekenen op groot draagvlak onder de VO-scholen. Schoolleiders en docenten zullen de voorgestelde wijziging, waarbij de 1040 uur weer geldend wordt, niet begrijpen en als irreeel en onhaalbaar beschouwen.
Ondanks belangrijke bezwaren (zie hieronder: oorspronkelijke wetsvoorstel) bleek er naar aanleiding van het eindrapport van de Commissie Onderwijstijd (Commissie Cornielje) een breed maatschappelijk en politiek draagvlak voor 1000 uur onderwijstijd te bestaan. Direct werd toen het inspectie- en sanctiebeleid aangepast aan de 1000-urennorm en maakten scholen afspraken met hun medezeggenschapsraad over de inhoud van de onderwijstijd, conform de voorstellen van de Commissie. Ook de Tweede Kamer was in 2009 positief over de 1000 uur.
De VO-raad is daarom zeer ongelukkig met de recente aanpassingen van het wetsvoorstel naar 1040 uur. Het is onbegrijpelijk dat na twee jaar overeenstemming de politiek binnen een tijdsbestek van twee maanden een complete draai maakt.
Standpunt oorspronkelijk wetsvoorstel
De VO-raad heeft op 29 maart 2011 met een brief aan de Tweede Kamer gereageerd op het oorspronkelijke wetsvoorstel onderwijstijd. In deze brief pleit de VO-raad voor: het afrekenen van scholen op onderwijsresultaten, meer uren voor maatwerk en een onderzoek naar de urennorm in relatie tot de bekostiging.
Kern van dit wetsvoorstel is dat scholen een onderwijstijd van 1000 uur vaststellen, in samenspraak met ouders, leerlingen en docenten. Het is een positieve ontwikkeling dat scholen, in tegenstelling tot eerdere wetsvoorstellen over dit onderwerp, nu meer ruimte krijgen om de onderwijstijd samen met de belanghebbenden in te richten. Toch heeft de VO-raad een aantal belangrijke bezwaren op het wetsvoorstel. De VO-raad pleit voor:
- Het afrekenen van scholen op onderwijsresultaten (het ‘wat’), en niet op het verplichte aantal lesuren (het ‘hoe’). Het wetsvoorstel beperkt of bestraft nu scholen die uitstekende onderwijsresultaten halen, maar niet aan het verplichte aantal uren onderwijstijd voldoen.
- Een onderzoek naar de urennorm in relatie tot de bekostiging. Scholen ontvangen structureel een te lage bekostiging en kunnen steeds minder financiële middelen inzetten voor onderwijstijd. Zo wordt het voor scholen steeds moeilijker om 1000 uur kwalitatief hoogstaand onderwijs te realiseren.
- Uitbreiding van het aantal uren maatwerk. Het wetsvoorstel gaat uit van onderwijstijd in groepseenheden. Scholen mogen maar 40 uur inroosteren om maatwerk te leveren aan individuele of kleinere groepen leerlingen. Ze hebben hier echter veel meer tijd voor nodig, om recht te kunnen doen aan de verschillen tussen leerlingen.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs