X
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs
Inloggen voor leden
Home > Onderwijstijd > Veelgestelde vragen onderwijstijd

Veelgestelde vragen onderwijstijd

12 december 2011

Onderstaande vragen zijn gesteld op of naar aanleiding van de conferenties Onderwijstijd van eind 2009 en begin 2010. Op dit moment wordt het advies van de commissie Onderwijstijd vertaald in de aanpassing van wet- en regelgeving. Onderstaande antwoorden zijn gebaseerd op dat advies van de commissie onder voorbehoud van de definitieve formulering in de te wijzigen wet- en regelgeving.

1) Wat is een roostervrije dag?

Een roostervrije dag is een dag waarop de school geen onderwijs verzorgt voor
leerlingen. Op de roostervrije dagen zijn de leerlingen vrij. Het ligt voor de hand (zie
ook vraag 3) dat de docenten deze dagen wel beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld
overleggen, vergaderingen of een studiedag. Het is aan werkgevers en werknemers
om over de invulling van deze dagen afspraken te maken.

2) Waarom wordt er een week zomervakantie als (voor leerlingen) roostervrije dagen ingezet?

De roostervrije dagen bieden de mogelijkheid om in overleg op schoolniveau te
komen tot een optimale planning van het onderwijsprogramma voor leerlingen en
docenten, waarbij rekening wordt gehouden met de extra activiteiten die leraren
naast het lesgeven vervullen (zoals professionalisering, teamvorming, voorbereiding
en administratie).

Op deze wijze kan de werkdruk voor leerlingen en leraren beter gespreid worden.
Het aantal onderwijsvrije dagen voor leerlingen verandert niet, maar wordt beter
gespreid over het jaar.

Onderzoeken van Regioplan en EIM bevestigen dat een kortere zomervakantie zowel
voordelen heeft op het terrein van personeelsbeleid als onderwijskundige voordelen.
Scholen krijgen met de roostervrije dagen meer ruimte om de voorziene uitval in
verband met onder andere rapportvergaderingen en teamoverleg gedurende het
schooljaar te reduceren.

3) Om hoeveel roostervrije dagen gaat het nou?

In het oorspronkelijke wetsvoorstel kregen leerlingen 5 extra roostervrije dagen ter compensatie van de verkorting van de zomervakantie met een week. Die dagen konden dan ook ingezet worden voor studie en dergelijke voor de docenten. In de CAO is vervolgens afgesproken dat de docenten vrij zijn op deze dagen.

Daarnaast kreeg het onderwijs 5 dagen voor en na zomervakantie om het begin het op- en afbouwen van het schooljaar, zgn organisatiedagen. De SGP was van mening dat door de afspraak in de cao er te weinig organisatiedagen overblijven.

De minister heeft daarom 4 extra organisatiedagen toegevoegd zodat er nu 9 organisatiedagen zijn en 3 roostervrije dagen. De school krijgt daarmee de beschikking over 12 in plaatst van 10 dagen waarop geen onderwijs hoeft te worden verzorgd.

Klik op de tabel voor een uitvergroting.

4. Mag ik roostervrije dagen voor of achter de zomervakantie plakken?

Ja, van de 9 organisatiedagen mogen er maximaal 6 gebruikt worden voor de afronding en het opstarten van het schooljaar.

5) Mag ik een roostervrije dag ook opknippen in een roostervrije ochtend en een roostervrije middag?

De wijze waarop een school de vijf dagen door het jaar heen bestemt, is aan de
school. Het opknippen van een roostervrije dag in een ochtend en een middag kan
een keuze van de school zijn. Deze keuze dient met de MR te worden besproken: de
MR krijgt hierop instemmingsrecht.

6) Tellen de nationale feestdagen mee in de totale vakantiedagen of gaan die van de roostervrije dagen af?

De nationale feestdagen die buiten de negen centraal vastgestelde vakantieweken vallen, zijn vrije dagen. De nationale feestdagen die binnen de negen centraal vastgestelde vakantieweken vallen, worden niet gecompenseerd en leiden niet tot extra dagen waarop onderwijs uitvalt.

7) Is het mogelijk dat ik Goede Vrijdag of de dag na Hemelvaart vrijgeef, of een dag vrij organiseer voor een jubileumfeest van de school, voor Suikerfeest, etcetera?

Dat is mogelijk mits dit afgestemd en overeengekomen is met de MR. Een aantal opties kunt u overwegen, waarna de keuze besproken en bekrachtigd dient te worden in de horizontale dialoog:
  • Een vrije dag voor zowel leerlingen als docenten. Deze vrije dag wordt gehaald uit
    de twee vakantieweken die niet centraal worden vastgesteld door het Ministerie
    van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • Een roostervrije dag, waarop de leerlingen vrij zijn en de docenten beschikbaar
    voor niet-lesgebonden taken.

Regiocorrectie

8) Door de gevolgen van vakantiespreiding heeft mijn school dit jaar minder beschikbare lesweken dan in een normaal schooljaar. Wordt de norm voor mijn school dit jaar dan ook lager?

In een normaal schooljaar zijn er in het voortgezet onderwijs 40 weken beschikbaar voor het aanbieden van onderwijs. Dit zijn de 52 weken van het jaar minus twaalf vakantieweken, of in de nieuwe situatie), elf vakantieweken en vijf roostervrije dagen voor leerlingen. Vanwege de vakantiespreiding bevat het schooljaar echter niet altijd 40 weken. In sommige jaren is dit 38, 39, 41 of 42 weken.

Scholen die te maken hebben met een korter schooljaar dan in het eerder beschreven ‘normale’ schooljaar, mogen in kleine mate afwijken van de norm. Voor deze scholen hanteert de Inspectie de zogeheten ‘regiocorrectie’. Een voorbeeld: in het lopende schooljaar 2009/2010 hebben de regio’s Midden en Zuid te maken met respectievelijk 38 en 39 beschikbare lesweken.

De regiocorrectie betekent dat de norm voor onderwijstijd voor scholen die 39 beschikbare lesweken hebben, in dat jaar verminderd wordt met 27 uur. Voor scholen met 38 beschikbare lesweken wordt de norm verminderd met 54 uur (2 x 27 uur). De regiocorrectie wordt momenteel uitgewerkt in een wettelijk kader en wordt daarop vooruitlopend al meegenomen in de handhaving.

Klik op de tabel voor een uitvergroting.

Onderwijsactiviteiten: maatschappelijke stage, maatwerkuren, werkweek, proefwerkweek

9) Wat mag ik allemaal meetellen?

De Onderwijsinspectie stelt het beoordelingskader vast voor de onderwijstijd. Daarin staat vermeld wat u allemaal mag meerekenen. Zie hiervoor Definitie onderwijstijd.

10) Hoeveel uren mag ik voor de maatschappelijke stage meetellen?

Nu de uren voor de maatschappelijke stage zijn teruggedraaid naar 30 uur voor alle sectoren, kunt u slechts 30 uur maatschappelijke stage meerekenen bij onderwijstijd.
Zie ook het thema Maatschappelijke stages.

11) Mag ik de uren voor een maatschappelijke stage inzetten in een leerjaar waarvan ik weet dat het moeilijk is om aan de urennorm te voldoen?

Ja, dat mag. Dat is een keuze van de school, waar voorafgaand aan het schooljaar instemming van belanghebbenden voor vereist is. Dit moet nog zijn beslag krijgen in wet- en regelgeving en in de WMS. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 16.

12) Hoeveel uren maatwerk mag ik meerekenen?

Op dit moment mag u maximaal 40 uur maatwerk meerekenen.

13) Is het toegestaan om een dag in een werkweek voor meer dan 8 uur mee te tellen?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het inhoudelijke programma van de
werkweek. De school moet kunnen verantwoorden dat er voor meer dan 8 uur inhoudelijke activiteiten plaatsvinden die aansluiten bij het onderwijsprogramma. Daarnaast is het een voorwaarde dat ouders en leerlingen daarmee hebben ingestemd. Dit moet nog zijn beslag krijgen in wet- en regelgeving en in de WMS. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 16.

14) Hoe moet ik omgaan met de uren van de proefwerkweek? Moet ik me houden aan hoe het nu beschreven staat in het beoordelingskader?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het inhoudelijke programma van de proefwerkweek. De school moet kunnen verantwoorden dat het programma aansluit bij het totale onderwijsprogramma. Daarnaast is het een voorwaarde dat ouders en leerlingen met het programma hebben ingestemd. Dit moet nog zijn beslag krijgen in wet- en regelgeving en in de WMS. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 16.

Proefwerken worden meegeteld als onderwijstijd voor het aantal uren dat proefwerken ingeroosterd zijn en de leerlingen bezig zijn met de uitvoering ervan.

15. Moet ik een nieuw systeem inrichten om aan de vereisten voor de horizontale dialoog te voldoen?

Wij adviseren u om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de wijze waarop u reeds het gesprek voert met ouders en leerlingen. Op veel scholen is dit al goed ingericht en is het een kwestie van het toevoegen van een nieuw onderwerp: (de invulling van) onderwijstijd, binnen het bestaande systeem.

Andere scholen zijn mogelijk minder ver en moeten nog vormen ontwikkelen om dit gesprek goed te kunnen voeren. Het is aan u te bepalen of het in uw specifieke situatie nodig is een grote stap te zetten of dat de bestaande overlegvormen gebruikt kunnen worden om dit onderwerp te bespreken.

De pilot horizontale verantwoording (zie rechterkader) heeft tips en adviezen opgeleverd voor de nadering invulling van onderwijstijd.

Horizontale dialoog

16. Wat zijn de eisen ten aanzien van de horizontale dialoog?

In de code Goed Bestuur van de VO-raad is met betrekking tot de horizontale dialoog o.a. opgenomen dat de instelling een beleid heeft voor de communicatie met en invloed van belanghebbenden. In het jaarverslag wordt aangegeven op welke wijze de instelling invulling heeft gegeven aan de horizontale verantwoording, de wijze waarop dat belanghebbenden zijn betrokken bij de totstandkoming van voor hen relevant beleid en wat de uitkomsten daarvan zijn geweest.

Met betrekking tot de minimale vereiste aan de horizontale dialoog over onderwijstijd zal in de Wet medezeggenschap scholen (WMS) opgenomen worden welke bevoegdheden aan de MR worden toegekend. Een goede horizontale dialoog is echter meer dan alleen het betrekken van de MR. Het is een continu proces van overleg met belanghebbenden, via bijvoorbeeld panels, tevredenheidonderzoeken of overlegkringen.

Scholen wordt daarom geadviseerd om naast het overleg met de MR ook het
gesprek aan te gaan met leerlingen, ouders en leraren over het beleid dat de school
wil voeren met betrekking tot de planning en inhoudelijke invulling van
onderwijstijd, inclusief het beleid over voorziene en onvoorziene uitval van lessen.

Het beoordelingskader dat op 3 september 2009 door de staatssecretaris aan alle
vo-scholen is toegezonden, kan gebruikt worden als uitgangspunt voor de
gesprekken over de invulling van onderwijstijd.

Scholen moeten kunnen aantonen dat het overleg met tenminste de MR is gevoerd.
Zij worden daarnaast gevraagd aan te geven of en hoe dit gesprek is gevoerd met
ouders en leerlingen en wat het oordeel van de betrokkenen is over de
onderwijsactiviteiten die (nog) niet in het beoordelings- of referentiekader zijn
opgenomen.

17. Wanneer moet ik de horizontale dialoog ingericht hebben?

Bij het inwerking treden van de nieuwe wet moet ook de horizontale dialoog op orde zijn. Totdat de nieuwe wet in werking is getreden, is een overgangsregime afgesproken voor onderwijsactiviteiten die buiten het bestaande beoordelingskader vallen. Zie voor beantwoording van deze vraag ook het antwoord op vraag 15.

18. Hoe kan ik de horizontale dialoog inrichten met een passieve ouderpopulatie?

Op www.venstersvoorverantwoording.nl zijn documenten te vinden die kunnen
ondersteunen bij de inrichting van de horizontale dialoog .Op dit moment loopt
tevens een pilot Horizontale Verantwoording Onderwijstijd. Deze pilot levert meer
concreet materiaal op om een dergelijke ouderpopulatie in de horizontale dialoog te
betrekken. Binnenkort worden tips en adviezen uit de eerste fase van de pilot op
onder andere de website van het ministerie geplaatst (zie ook vraag 8).

19. Hoe verhoudt zich de rol van de MR tot het geheel van de horizontale dialoog?

De inrichting van de horizontale dialoog is aan de school. De rol die de school aan de
MR geeft binnen de horizontale dialoog, is (binnen de kaders van de WMS) ook een
afweging binnen de school. Het idee achter de horizontale dialoog is nadrukkelijk wel
dat het méér is dan alleen het overleg met de MR.

20. Moet ik horizontaal overleg voeren over onderwijstijd als ik me houd aan het op dat moment geldende beoordelingskader van de Inspectie?

Na invoeren van de wetswijziging ten aanzien van onderwijstijd is de horizontale dialoog over dit onderwerp verplicht. Ook als u zich houdt aan het geldende referentiekader zult u vanaf dat moment dus horizontaal overleg over de onderwijstijd voeren. De Inspectie zal hier ook op toezien en wanneer deze verplichting niet wordt nageleefd, kunnen hier consequenties aan worden verbonden.

21. Registratie van onderwijstijd vindt niet langer plaats op leerling-niveau maar op groepsniveau. Welk niveau is dat?

Onderwijstijd mag geregistreerd worden op het niveau dat het schoolmanagement voor de uitvoering van haar taken gebruikt. In veel gevallen zullen dit klassen zijn, zoals bijvoorbeeld in de onderbouw. In de bovenbouw wordt er vaak niet meer gesproken van klassen. In dat geval kan geregistreerd worden op het niveau waarop het schoolmanagement de leerlingen in een groep indeelt, bijvoorbeeld op basis van het gekozen profiel.

De aanleiding van deze aanpassing is de verregaande registratie die scholen moesten voeren om onderwijstijd op leerling-niveau te kunnen verantwoorden. De hoge administratieve lasten die hierdoor veroorzaakt werden, acht staatssecretaris Van Bijsterveldt niet wenselijk. Daarom heeft de staatssecretaris dit voorstel ter versoepeling overgenomen van de Commissie Onderwijstijd.

Uitval docent

22. Hoe moet ik omgaan met de verantwoording van lesuitval als een docent langdurig ziek is?

Als scholen te maken hebben met langdurige ziekte van een docent en daardoor hun
onderwijstijd niet kunnen realiseren, dienen zij te kunnen aantonen dat er sprake is
van overmacht. Dit kan door met een vergelijking aan te tonen dat het
ziekteverzuim in het bewuste jaar duidelijk hoger ligt dan gebruikelijk op die school
in de afgelopen paar jaar.

Daarnaast dient een school overtuigend te kunnen aantonen dat voldoende pogingen zijn ondernomen om het ontstane probleem op te lossen, bijvoorbeeld door het regelen van vervanging door een vacature open te stellen. Hierbij moet duidelijk zijn dat de vervanging gericht is op de groepen die te maken hebben met de uitgevallen docent.

Rol Inspectie

23. Wat betekent het precies dat de Inspectie niet meer het ‘rode potlood’ hanteert?

Na de wetswijziging is het niet meer zo dat de Inspectie beoordeelt of bepaalde uren wel of niet meetellen als onderwijstijd maar dat de school dat in eerste instantie samen met ouders en leerlingen bepaalt. Als uitgangspunt voor de beoordeling van onderwijstijd geldt het tot nu toe gehanteerde beoordelingskader van de Inspectie (zie de brief van 3 september aan de scholen en besturen in het VO van de staatssecretaris).

In dat kader staan onderwijsactiviteiten die geaccepteerd zijn als een goede invulling van de onderwijstijd. Scholen kunnen daarnaast ook andere onderwijsactiviteiten aanbieden onder de voorwaarde dat ouders en leerlingen daarmee hebben ingestemd. Als aan die voorwaarde is voldaan, dan zal de Inspectie die nieuwe onderwijsactiviteiten voor dat schooljaar meetellen als onderwijstijd.

Het is tot inwerkingtreding van de wet mogelijk nieuwe onderwijsactiviteiten mee te tellen als onderwijstijd waarbij het nog niet gelukt is het gesprek met ouders en leerlingen hierover succesvol af te ronden. In die gevallen blijft de Inspectie bepalen of de activiteit een zinvolle invulling is van de onderwijstijd.

Vanaf heden inventariseert de Inspectie jaarlijks onderwijsactiviteiten die niet in het referentiekader zijn opgenomen en voorziet deze van een positief of negatief advies. Deze door de Inspectie voorgestelde aanvulling op het referentiekader zal door de staatssecretaris voor advies worden voorgelegd aan de VO-raad.

De staatssecretaris zal een besluit nemen over de beoogde aanvulling met gebruikmaking van het advies van de VO-raad. Hierdoor ontstaat een dynamisch referentiekader dat bestaat uit zowel onderwijsactiviteiten die als een goede invulling van onderwijstijd gezien worden, maar ook activiteiten kan bevatten de geen goede invulling van onderwijstijd zijn en voortaan niet als onderwijstijd aangemerkt kunnen worden.

24. Wordt het dynamisch referentiekader een lange, uitputtende lijst van onderwijsactiviteiten die wel of niet binnen de nieuwe definitie van onderwijstijd passen?

Het dynamisch referentiekader wordt geen gedetailleerde, uitputtende lijst van onderwijsactiviteiten. Met het kader wordt aangegeven welk type onderwijsactiviteiten aan de hand van welke criteria wel of niet tot onderwijstijd behoren.

Bij een veranderde opvatting over de invulling van het onderwijs is het tevens mogelijk dat er op den duur onderwijsactiviteiten die op enig moment tot onderwijstijd werden gerekend en opgenomen waren in het dynamische referentiekader, niet langer deel uit maken van de maatschappelijk geaccepteerde onderwijsactiviteiten en van het referentiekader verwijderd worden.

25. We voldoen als school nu nog niet aan de eisen voor horizontale verantwoording. Hoe gaat de Inspectie daarmee om?

Totdat de nieuwe wet in werking is getreden is een overgangsregime afgesproken voor onderwijsactiviteiten die buiten het bestaande beoordelingskader vallen. Zie voor beantwoording van deze vraag ook het antwoord op vraag 16.