Taal en rekenen
Referentieniveaus in schoolexamen
De ministerraad heeft op 15 januari ingestemd met het wetsvoorstel referentieniveaus rekenen en taal. Leerlingen die in 2013-2014 examen afleggen, zullen voor het eerste met deze referentieniveaus te maken krijgen.
Scholen hebben vanuit de kwaliteitsagenda extra middelen ter beschikking om in hun onderwijs extra aandacht te besteden aan taal en rekenen. De besteding van deze middelen moeten zij verantwoorden.
Uit recente onderzoeken van het Cito blijkt dat veel leerlingen nog niet voldoen aan het voor hen geldende fundamentele referentieniveau. Verder blijkt dat niet alle scholen even ver zijn met de invoering.
Leerlingvolgsysteem
De scholen willen referentieniveaus gebruiken om op verschillende momenten in de schoolloopbaan het niveau vast te stellen en waar nodig aan verbetering te werken. De referentieniveaus moeten om die reden worden gekoppeld aan een leerlingvolgsysteem. Scholen vragen de overheid dan ook te investeren in een leerlingvolgsysteem over de verschillende onderwijssectoren heen.
Invoering afhankelijk van condities
De referentieniveaus taal en rekenen kunnen snel en succesvol worden ingevoerd. Scholen rekenen erop dat de overheid meewerkt aan het creëren van de juiste condities, waarbij voldoende tijd en middelen voorop staan. De scholen doen nog meer aanbevelingen.
Zo moet de overheid de aanschaf van aangepaste diagnostische toetsen en leermiddelen mogelijk maken, evenals de professionalisering van docenten, schoolleiders en bestuurders. De komende jaren zal de focus, ook van politiek en overheid, moeten blijven liggen op taal en rekenen. Wat betekent dat er geen nieuwe opdrachten bij mogen komen.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs