Beleidsagenda
De besturen/scholen spreken in de Beleidsagenda af dat zij werken aan goed onderwijs en verantwoording naar de samenleving. De Beleidsagenda 2007-2011 vormt het uitgangspunt voor strategische keuzes van de VO-raad, standpunten, focus in de belangenbehartiging en prestatieafspraken met de minister.
Goed onderwijs vraagt om continue kritische reflectie. Het onderwijs moet zich aanpassen aan veranderende omstandigheden. Het voortgezet onderwijs kiest voor een proactieve houding en heeft de volgende ambities:
Excellente onderwijsresultaten>>
Nederland is een kennismaatschappij. Een goede opleiding is daarin essentieel. Het opleidingsniveau van onze bevolking moet de komende jaren stijgen. Er moeten meer jongeren naar het hoger onderwijs en meer leerlingen moeten een startkwalificatie halen.
Het gaat hierbij niet alleen om cognitieve ontwikkeling, maar ook om de voorbereiding op maatschappelijke participatie. Succes op school wordt bepaald door een organisatie die:
- de leerling centraal stelt,
- de leerling vertrouwen schenkt
- het onderwijs kleinschalig organiseert.
Schooluitval wordt bestreden door goed onderwijs en adequate zorg voor leerlingen. Om de doorlopende leer- en zorglijn te versterken wordt actief samengewerkt met basis- en vervolgonderwijs.
Diversiteit
Er is niet één beste manier om leerlingen te onderwijzen. Elke leerling moet het onderwijs krijgen dat hij of zij nodig heeft. Verschillen tussen scholen zijn daarom noodzakelijk. Om deze diversiteit in stand te houden, moeten scholen hun eigen (onderbouwde) keuzes kunnen maken om het onderwijs te ontwikkelen.
Duidelijke taakverdeling
Scholen kunnen alleen hun onderwijs ontwikkelen als duidelijk is WAT leerlingen in het voortgezet onderwijs moeten leren. De overheid en de samenleving moeten zich duidelijk uitspreken over WAT er moet worden geleerd. De besturen en scholen zijn verantwoordelijk voor HOE de leerlingen dat leren.
Open dialoog met de samenleving>>
Het VO-veld staat voor pedagogische kleinschalige invulling van het onderwijs. Scholen kiezen daarbij steeds vaker voor een actieve relatie met de omgeving van de school (de wijk, het dorp, de stad en de regio).
Bekostiging
Bij het bepalen van de maatschappelijke opdracht moet steeds de vraag worden gesteld wat dit de samenleving mag kosten en of de overheid de financiële middelen beschikbaar wil stellen.
Een land dat er voor kiest om zich als kennissamenleving te profileren moet fors investeren in het opleidingsniveau van de bevolking en daarmee in het leren van jongeren. Het veld zal de komende jaren in discussie blijven gaan met de politiek en de samenleving over het budget dat nodig is voor kwalitatief goed onderwijs. Gelet op de ambities van onze regering, is het logisch dat in Nederland minimaal evenveel geld aan onderwijs wordt besteed als in andere West-Europese landen.
VO-scholen krijgen de meeste middelen via de lumpsumbekostiging. Toch moet geconstateerd worden dat van een volledige lumpsumfinanciering nog geen sprake is. Te vaak wordt het onderwijs geconfronteerd met incidentele bekostiging met een looptijd van één of enkele jaren. Het VO-veld pleit voor een volledige lumpsumbekostiging die niet beïnvloed wordt door incidentele mee- of tegenvallers.
Doelen in relatie tot de samenleving
- de punten waar de samenleving/de politiek zich terecht zorgen over maakt, verbeteren;
- laten zien dat het voortgezet onderwijs aanspreekbaar is en haar afspraken nakomt;
- de verwachtingen van de samenleving afstemmen op de mogelijkheden van het onderwijs;
- het succes laten zien van het voortgezet onderwijs;
- de besteding van de uit publieke kas verkregen middelen verantwoorden.
Ruimte voor de leraar als onderwijsprofessional>>
Voor excellent onderwijs is gemotiveerd en competent onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel een eerste vereiste. Alleen zo kunnen de kwaliteitseisen van de toekomst gerealiseerd worden. De samenleving mag verwachten dat er bevoegde en uitstekend gemotiveerde docenten in het onderwijs werken.
Professionele docenten verdienen vertrouwen, ruimte tot ontwikkeling en vanzelfsprekend verdienen zij invloed op hun werk en de inrichting van het onderwijs.
Het VO-veld is medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de lerarenopleidingen. De sector werkt mee aan het oplossen van het lerarentekort door het bieden van goede arbeidsvoorwaarden en het versterken van het aanzien van de docent. Zo moet het aantrekkelijker worden voor jonge mensen om te kiezen voor een baan in het onderwijs.
Het vraagt om een dialoog binnen de school, om een professionele en moderne arbeidsorganisatie, om tijd en ruimte voor ontwikkeling, om adequate toerusting voor nieuwe taken in de school (andere vormen van begeleiding, meer ruimte voor onderzoek).
Goed werkgeverschap>>
Een kwalitatief hoogwaardige sector kan alleen gerealiseerd worden met goed opgeleid
personeel. Dit vraagt om een sterke positie op de arbeidsmarkt. Het VO-veld streeft een
toegankelijke arbeidsmarkt na waarbij de in- en uitstroom wordt bevorderd. De sector staat
daarbij open voor opties om het onderwijs anders te organiseren, maar met behoud van een
hoge onderwijskwaliteit. Op deze wijze kunnen fluctuaties bij groei en krimp beter worden
opgevangen.
Een open arbeidsmarkt vraagt om marktconforme arbeidsvoorwaarden. De besturen willen deze marktconforme concurrerende positie bereiken door ruimte te scheppen, waarbij instellingen vanuit een onderwijskundig concept de arbeidsorganisatie zó kunnen inrichten dat het aantrekkelijk is om er te werken. Deze concurrerende positie moet worden bereikt door het afsluiten van een CAO met uniforme primaire arbeidsvoorwaarden en kaderstellende secundaire arbeidsvoorwaarden.
Standaarden voor kwaliteit>>
Schoolleiders en bestuurders nemen zelf de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs en willen worden aangesproken op de kwaliteit van het onderwijs. Dit kan door het overeenkomen van kwaliteitsstandaarden die aansluiten op de wet, maar die ook het resultaat zijn van een permanente dialoog met elkaar en met de samenleving.
Het opstellen en hanteren van kwaliteitsstandaarden is een zaak van de sector. Doel van deze standaarden is het vertrouwen van de samenleving in het
onderwijs te vergroten. Om er voor te zorgen dat de standaarden daaraan echt een bijdrage leveren, wordt hierover intensief overleg gepleegd met de betrokkenen buiten onze directe kring.
Kwaliteitsstandaarden zijn niet los te zien van de noodzaak van een versterking van de kwaliteitszorg binnen de scholen. Het gaat daarbij om alle activiteiten die de kwaliteit van het onderwijs onderzoeken, verbeteren, borgen en verantwoorden.
Schoolleiders en besturen dienen voldoende te zijn toegerust om de invoering van goede kwaliteitszorg in de organisatie systematisch te (bege)leiden en te verantwoorden.
Verantwoordelijke scholen, verantwoorde randvoorwaarden>>
Het gaat niet alleen om interne kwaliteitsafspraken, maar ook om het formuleren van gedeelde ambities met de overheid. Denk hierbij aan: het terugdringen van de uitval, een passende plek voor iedere leerling in het onderwijs en het vergroten van het vertrouwen in de diploma’s die door het voortgezet onderwijs zijn afgegeven.
In de eerste plaats gaat het om het belang van het debat in de eigen sector. We kunnen alleen invulling geven aan de nieuwe verhoudingen als we als sector actief met elkaar aan de slag gaan. Ten tweede gaat het om de professionaliteit binnen de sector. Een aandachtspunt hierbij is de professionaliteit van bestuurders en schoolleiders. In de derde plaats vraagt het om een kritische reflectie van bestuurders en schoolleiders op de wijze waarop we binnen de sector autonomie vorm geven.
Scholen zoeken naar de menselijke maat, zodat ruimte en verantwoordelijkheden ook binnen de school evenwichtig worden verdeeld en autonomie verder komt dan het niveau van bestuur en schoolmanagement. Dit vraagt om nadenken over de organisatie van het onderwijs en over de invulling van personeelsbeleid, maar ook om actieve verantwoording naar binnen en naar buiten.
Werken met publieke middelen vraagt een adequate verantwoording. Het opstellen van een geïntegreerd jaarverslag maakt hier onderdeel van uit. In dit verslag geeft het bestuur ook openheid in zaken die door de samenleving relevant worden geacht, zoals de hoogte van de salarissen van de bestuurders en het percentage dat ten goede komt aan het primaire proces.
Scholen willen hun keuzes wetenschappelijker en beter kunnen verantwoorden. Het is daarom belangrijk de relatie met onderzoek te versterken door middel van samenwerking met onderzoekers en lectoren.
De VO-raad is de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs