Onderbouwd werken aan onderwijskwaliteit

05 december 2017

Als de doorstroom op een school wat lijkt te haperen, rijst de vraag: is dit een incident of een trend? En hoeveel van de gediplomeerde leerlingen kiezen een vervolgopleiding in de sector waarbinnen zij zijn opgeleid? Doorstroominformatie kan een indicatie geven in welke richting scholen antwoorden op bovenstaande vragen kunnen vinden.

Om inzicht te krijgen in de achtergrond van eventuele doorstroomproblematiek, kunnen scholen data gebruiken voor een eerste analyse. Deze kunnen ze uit meerdere bronnen halen, die zich onderscheiden op twee punten: de aard van de data en de beschikbaarheid van de data. Sommige bronnen leveren cijfermatige gegevens over de doorstroom van leerlingen naar het vervolgonderwijs, bijvoorbeeld het percentage leerlingen dat na één jaar in het vervolgonderwijs nog dezelfde opleiding volgt. Andere bronnen bieden kwalitatieve informatie, bijvoorbeeld welke knelpunten leerlingen ervaren bij de overstap naar het vervolgonderwijs. Deze data geven niet direct alle antwoorden, maar kunnen wel richting geven voor een vervolgonderzoek.

Daarnaast zijn niet alle bronnen landelijk beschikbaar of toegankelijk voor scholen. De Aansluitmonitor, bijvoorbeeld, kunnen scholen alleen gebruiken tegen een vergoeding. Weer andere databronnen hebben betrekking op slechts een deel van de oud-leerlingen, bijvoorbeeld rapportages die een vo-school ontvangt van instellingen voor vervolgonderwijs. Scholen kunnen ook zelf hun eigen data verzamelen, bijvoorbeeld door interviews te houden met oud-leerlingen en schoolverlaters. Gegevens uit het Nationaal Cohort Onderzoek of bijvoorbeeld het programma Vensters zijn daarentegen wel beschikbaar voor elke school.

ManagementVenster

In de module ManagementVenster van Vensters.nl vinden scholen hun eigen gegevens overzichtelijk weergegeven met verschillende benchmarks en trends. Ze kunnen rapportages downloaden die inzicht geven in dingen als examenresultaten, instroom, doorstroom, tevredenheid van bijvoorbeeld ouders of leerlingen, marktaandeel en financiën. De gegevens van de eigen school of het eigen bestuur kunnen worden vergeleken met het landelijke gemiddelde. De overzichtelijk weergegeven informatie en de landelijke benchmark stellen scholen en besturen in staat om onderbouwd te werken aan verbetering van hun onderwijskwaliteit en bedrijfsvoering.

Handige grafieken

Vensters wordt grotendeels gevuld door data afkomstig van externe partijen, zoals DUO. Maar scholen voegen ook zelf informatie toe, bijvoorbeeld de uitslagen van tevredenheidsonderzoeken. Externe partijen, zoals ouders, de inspectie en gemeenten kunnen een deel van de informatie uit Vensters bekijken op Scholen op de Kaart. Alleen de scholen en besturen zelf hebben toegang tot de gedetailleerde informatie in het ManagementVenster.

De rapporten van ManagementVenster bieden waardevolle informatie voor bestuurders, schoolleiders, kwaliteitszorgmedewerkers, decanen en andere medewerkers binnen een bestuur of school. De informatie geeft geen inzicht in de oorzaken van bepaalde trends. Een school die aan de hand van een grafiek bijvoorbeeld ontdekt dat vrij veel gediplomeerden in het eerste jaar op de vervolgopleiding uitvallen, en daarvan de oorzaak wil achterhalen, kan eventueel zelf een onderzoek instellen.

‘Veel herkenning’

Op een bijeenkomst van het Leernetwerk LOB en doorstroominformatie van de VO-raad logt decaan Mariëlle Coppens van de Eindhovense scholengemeenschap De Rooi Pannen in op ManagementVenster. Wat zij daar ziet, roept veel herkenning op. "Ik zie dat veel van onze leerlingen binnen het vakgebied blijven waarvoor zij zijn opgeleid en hun studie afmaken. Ik vind het heel handig om zo groepen leerlingen te kunnen volgen en eventueel ons beleid bij te kunnen stellen. Het is ook goed om onze leerlingen te kunnen vertellen wat hun voorgangers hebben gedaan."

‘Uitkijken met aannames’

Ook directeur Piet Antonissen van het ZuidWestHoek College in Ossendrecht herkent zijn school in de grafieken. Toch moet je uitkijken met aannames over de oorzaken achter trends, zo vindt hij. Hij ziet dat, vergeleken met de landelijke benchmark, minder van zijn leerlingen met een vmbo basis-diploma hun startkwalificatie halen in het mbo. "Ik denk dat dat komt omdat een deel van onze leerlingen kermiskinderen zijn. Veel van hen zijn geneigd om met school te stoppen na hun vmbo-diploma. Maar als we het precies willen weten, moeten we onderzoek doen."

‘Mooie sturingsinformatie’

Ronald Boorsma, locatiedirecteur bij CSG Comenius in Leeuwarden, is content met de ‘mooie sturingsinformatie’ die hij vindt over zijn school. Hij bekijkt hoeveel leerlingen er doorstromen naar een technische vervolgopleiding. "Het bedrijfsleven zit te springen om technische mensen en wij motiveren leerlingen om voor techniek te kiezen." Hij is niet ontevreden. Op zijn locatie stroomde in 2015/16 vanuit vmbo basis 26% door naar een technische opleiding; vanuit vmbo kader 23%. Boorsma: "Het is fijn dat je de ontwikkeling over een aantal jaren kan bekijken. Een paar zieke leraren bij een bepaald vak kunnen zorgen voor een dip. Maar als die dip bijvoorbeeld drie jaar lang blijft, moet je echt naar de school als geheel gaan kijken."