04 april 2018

De week van 26 maart tot en met 1 april 2018.

Na het VO-congres zal het weinigen zijn ontgaan. De aandacht voor ons pleidooi om tot een herijking van het centraal examen te komen mocht er zijn. Er volgden veel reacties. Het gesprek, waarvan zoveel scholen bij ons aangaven dat het gevoerd moet worden, krijgt daarmee een boost. Hopelijk leidt dit debat, met genoemde en nieuwe argumenten, tot een zorgvuldig proces waarin uiteindelijk concrete stappen gezet kunnen worden. De Onderwijsraad komt  dit jaar nog met een advies over de invulling van toetsing en examinering en ook Curriculum.nu werkt aan een verkenning over dit onderwerp. Het is belangrijk die inzichten te betrekken bij de aanpassingen die nodig zijn.

Ik las in de krant de steun van de leerlingen van LAKS, die op een aantal punten verder willen gaan, en van wiskundedocent René Kneijber, lid van de Onderwijsraad. Er is herkenning waar het gaat om de te grote nadruk op de voorbereiding voor het examen, en de behoefte om de druk voor leerlingen op het ‘gymzaal’-moment in mei te verminderen. Dat was niet voor niets een van de meest genoemde knelpunten in de vele gesprekken met scholen die aan ons pleidooi voorafgingen.

Van critici hoor je onder andere dat scholen toch voldoende ruimte hebben in het schoolonderzoek. Strikt genomen hebben ze daarin gelijk, maar de prikkels wijzen niet in de richting van gebruik maken van die ruimte. Het gemiddelde CE-cijfer is, als een van de vier indicatoren van de Inspectie om de onderwijsresultaten te berekenen, behoorlijk bepalend voor het beeld van de kwaliteit van een school en heeft daarmee grote invloed op het onderwijs. Dit, in combinatie met de zeven jaar geleden aangescherpte exameneisen (voor Nederlands, Engels en wiskunde mag je maar één onvoldoende hebben en niet lager dan een vijf, en leerlingen moeten gemiddeld een voldoende halen voor het CE), maakt de druk op de examens groot. Dan kun je het scholen en leraren niet kwalijk nemen als het schoolexamen langzaam verwordt tot proefexamen voor het centraal examen.

Het wellicht onbedoelde effect is dus dat de examens het onderwijs sturen in plaats van dat ze het onderwijs volgen. Dat gaat ten koste van diepgang en van belangrijke taken van scholen naast kennisoverdracht, zoals bredere vorming en loopbaanoriëntatie. En velen vinden dat onverstandig.

Anderen plaatsen kritische kanttekeningen bij het betrekken van het vervolgonderwijs bij onze afsluiting. De feiten omtrent het hoge aantal uitvallers en switchers in het eerste jaar van HBO en WO, gevoegd bij de toename in het afgelopen decennium van de extra eisen die vervolgopleidingen stellen, zegt iets over de waarde van het diploma. Natuurlijk betekent dat niet dat het vervolgonderwijs ons de afsluiting voorschrijft (zoals zij zichzelf de les niet volledig door de arbeidsmarkt laten voorschrijven), maar het is wel beter als zij betrokken zijn bij wat onze leerlingen aan het eind kennen en kunnen. Scholen kunnen daar in het belang van de doorlopende leerlijn van leerlingen/studenten rekening mee houden.

Overigens heb ik (nog) niemand horen zeggen dat modulair afsluiten in het VO slecht zou zijn of dat het onverstandig is als leerlingen hun behaalde vakken mogen houden wanneer ze zakken voor het examen. Dat zijn stappen die we sneller zouden kunnen zetten.

Het gesprek over het examen maakt het nodige los. Ik hoop dat dat nog even zo blijft en dat het gesprek op korte termijn waar dat mogelijk is, en waar nodig op wat langere termijn, zal leiden tot een verbetering van de examensystematiek. Wordt dus vervolgd.