In Vlaardingen: de docent als didactische coach

21 september 2016

Voor De Internationale Vos (EOA) heeft de wetswijziging op zich weinig gevolgen, vertelt afdelingsleider Marcel Toebosch: “Onze locatie verzorgt de Eerste Opvang Anderstaligen, met de opdracht om onze leerlingen in twee jaar tijd naar het regulier onderwijs te leiden – van praktijkonderwijs tot gymnasium en mbo.

Volgens docent en waarnemend afdelingsleider Inge van Wingerden kan de wetswijziging wel grote voordelen hebben voor het onderwijs: “Zeker als je, zoals wij, toewerkt naar docenten in een coachende rol heeft het veel voordelen om lesgebonden uren wat los te kunnen laten en het aantal contacturen meer op de leerling te kunnen inrichten. Omdat je zo werkelijk het leerproces verruimt.”

‘De volgende stap is een situatie waarin leerlingen zelf regie voeren’

Toebosch: “Doordat we wat kleiner zijn, konden we roosters al flexibeler en meer op individuele leerlingen inrichten. Het lijkt me interessant om naar aanleiding van de nieuwe wet te kunnen spelen met uren op basis van totale verblijfsduur. Maar denk ook eens aan de momenten waarop onderwijs plaatsvindt. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de hersenen van kinderen later in de ochtend informatie beter opnemen, maar er zijn veel kinderen die ook ’s avonds goed werken. Kunnen we met ons onderwijs misschien ook daarop inspelen?”

Gepersonaliseerde route

“De diversiteit onder onze leerlingen is heel groot”, vertelt Van Wingerden. “Om beter op hun individuele eigenschappen te kunnen inspelen, willen we dat onze leerlingen op weg naar een volgende school zelfstandiger hun eigen route kunnen volgen. Daarom werken we toe naar onderwijs waarin de leerling ook zelf verantwoordelijkheid draagt voor het eigen leerproces. Dat betekent niet alleen dat we het leerproces binnen en buiten het klaslokaal goed moeten organiseren, maar ook dat onze docenten zich voorbereiden op een rol als didactische coach. In dat kader nemen we, vanuit samenwerkingsverband Zo.Leer.Ik!, deel aan de Leerlabs van Leerling2020.”

Toebosch legt kort uit hoe de school het onderwijs organiseert: “In de ochtenden werken onze leerling binnen een stamgroep met één docent-coach aan een algemeen deel, ’s middag werken ze zelfstandiger. Ons uiteindelijke doel is dat leerling en docent straks samen bepalen waar een leerling specifieke behoefte aan heeft en waar eventuele hiaten of versnellingskansen liggen, om op basis daarvan het lesaanbod in de middag te verzorgen. Dan volgt iedere leerling een gepersonaliseerde route.” Als leerling moet je dan wel weten hoe je die route uitstippelt, zegt Van Wingerden: “Dan is een coachend docent onmisbaar. Dat geldt zeker voor onze leerlingen, die nog wegwijs moeten worden in het Nederlandse onderwijssysteem.”

Driehoek docent-leerling-ouder

Wettelijke ruimte alleen is volgens Toebosch niet voldoende: “Ons speelveld bood al heel veel mogelijkheden. Die moeten we vooral nog beter leren gebruiken. We weten bijvoorbeeld dat de driehoek docent-leerlingouder grote invloed heeft op het welbevinden van de leerling en op de onderwijskwaliteit die we realiseren. Als docenten echt de tijd hebben om aan die relatie te werken, kan dat werkelijk beter onderwijs opleveren dan wanneer ze alleen maar voor de klas staan.”

Van Wingerden: “Onze docenten keken altijd al individueel naar leerlingen. De volgende stap is een situatie waarin leerlingen zelf regie voeren – met behoud van de structuur die de docent als didactische coach kan bieden. Zo’n stap kost hoe dan ook tijd en die moet je kunnen vrijmaken.”