Op Spinoza 20first, een nieuwe locatie van het Amsterdamse Spinoza Lyceum, stellen leerlingen hun eigen onderwijsprogramma samen. Ze kiezen zelf hoe hun dagprogramma eruit ziet en op welk niveau ze werken. De coaches begeleiden de leerlingen hierbij. Rector Jan Paul Beekman verwacht er veel van.

Dankzij de principes van het Daltononderwijs – zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, samenwerking, effectiviteit en reflectie – is men op het Spinoza Lyceum altijd al sterk gericht op de individuele leerling. Het is daarom niet verwonderlijk dat deze school veel werk maakt van onderwijs op maat. “In ons schoolplan staat dat maatwerk in de komende jaren een speerpunt is”, zegt rector Jan Paul Beekman.

20first

Die ambitie komt het duidelijkst tot uiting op de locatie Spinoza 20first, waar dit schooljaar honderd leerlingen zijn gestart met een verregaande vorm van onderwijs op maat, of zoals Beekman het noemt: Dalton 2.0. “Leerlingen beginnen de dag in de zogenoemde ‘scrumgroep’ die uit 12 leerlingen bestaat. Hier bespreken ze met elkaar welke opdrachten ze vandaag gaan doen. Die opdrachten worden elke zes weken gemaakt door de zes coaches die op deze locatie werken. Op hun iPad zien de leerlingen wat hen de komende zes weken te doen staat. Maar wanneer, hoe en waar ze dat doen, is aan de leerlingen zelf.”

De scrumgroepen zijn gemengd. Leerlingen met een mavo-, havo- en vwo-advies zitten bij elkaar. “We zien nu al dat veel leerlingen ongeveer de helft van de vakken op een hoger niveau doet”, vertelt Beekman. “Dat komt doordat het schooladvies altijd is gebaseerd op het niveau van hun zwakste vakken. Ze ontdekken hier vanzelf dat ze in andere vakken veel beter zijn. Dat motiveert de leerlingen enorm.”

Docenten worden gegrepen door wat er bij ons gebeurt

Keurslijf

Geen rooster, geen lessentabel en geen bel; dat is een voorwaarde voor écht onderwijs op maat, ervaren ze op het Spinoza. Op de andere locatie, het lyceum, waar ook steeds meer vormen van maatwerk worden ingevoerd, is het rooster een groot struikelblok. Beekman: “Hier moeten we binnen het keurslijf van het rooster naar mogelijkheden zoeken. Zo kunnen bovenbouwleerlingen tijdens lessen van vakken waar ze goed in zijn andere activiteiten doen, bijvoorbeeld colleges volgen aan de universiteit. Dat is mooi, maar de lessentabel belemmert de uitbreiding van maatwerk. Ik hoop dan ook dat we de organisatie zo weten in te richten, dat we nog beter aan de wensen en behoeftes van de leerlingen kunnen voldoen, temeer daar ik bij 20first zie wat onderwijs op maat doet met leerlingen en docenten.”

Koersvast zijn

Hij ziet leerlingen, én hun motivatie, enorm groeien. “Onder andere dat maakt dat veel docenten helemaal worden gegrepen door wat er bij 20first gebeurt. Maar er ook zijn docenten die twijfelen of het iets voor hen is. Het vraagt ook echt iets van docenten: ze moeten het lef hebben om de leerling los te laten en meer een coachende rol spelen.”

Het is volgens Beekman heel belangrijk dat de koers glashelder is en dat je strikt vasthoudt aan je concept en geen concessies doet. “Dat is soms lastig. Als je bijvoorbeeld knelpunten tegenkomt, dan ben je geneigd om te kiezen voor ‘oude’ oplossingen. De neiging om terug te vallen op het bekende is een valkuil, die je kunt vermijden door koersvast te zijn.”

Meer informatie
Jan Paul Beekman
jp.beekman@spinozalyceum.nl