Q&A bij het protocol 'Onderwijs tijdens corona - heropening'

24 februari 2021

Op 23 februari jl. heeft het kabinet besloten dat de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs vanaf 1 maart 2021 weer open kunnen. In deze Q&A geeft de VO-raad antwoord op een aantal belangrijke vragen, voortvloeiend uit dit kabinetsbesluit. Dit document wordt continu aangepast op basis van nieuwe kennis en inzichten. Deze Q&A geldt met ingang van 1 maart 2021.

N.b. De informatie op deze pagina kan wijzigen n.a.v. de actualiteit. Het protocol voor het voortgezet onderwijs is gewijzigd naar aanleiding van de persconferentie op 23 februari. Laatste update protocol: 24 februari 2021.


Nu de afstandsmaatregel voor iedereen op school geldt zal het ertoe leiden dat op de meeste scholen niet alle leerlingen tegelijk aanwezig kunnen zijn en er in feite sprake is van een gedeeltelijke heropening. Alle leerlingen komen op één of meerdere momenten per week naar school. Het zal dus niet betekenen dat iedereen elke dag weer een normale schooldag heeft. Het is aan de school om dit op een zo goed mogelijke manier te organiseren. Scholen zijn daarbij niet aan het onmogelijke gehouden en krijgen de eerste week van maart de ruimte om alles organisatorisch te regelen.

Voor de leerlingen die op school komen, geldt dat er tussen leerlingen, tussen leerlingen en personeelsleden, en tussen personeelsleden onderling 1,5 meter afstand bewaard moet worden. Voor die leerlingen waarvoor op verschillende momenten in de week geen fysieke les wordt gegeven wordt online onderwijs aangeboden.

De bestaande hygiënemaatregelen en maatregelen rondom het dragen van een mondneuskapje blijven van kracht.

TIP: als u deze pagina snel wilt doorzoeken kunt u op een desktopcomputer gebruik maken van de zoekfunctie van uw browser met Ctrl+F of Cmd+F. Er verschijnt dan een zoekvenster waar u het zoekwoord in kunt tikken.


Algemeen

Welke leerlingen komen weer naar school en wanneer?

Het is belangrijk dat iedere leerling met regelmaat weer naar school komt. De school organiseert dit zelf op een zo goed mogelijke manier.

Hierbij blijven scholen bijzondere aandacht houden voor examenleerlingen, kwetsbare leerlingen en leerlingen die praktijkgerichte lessen volgen, omdat zij in het bijzonder gebaat zijn bij onderwijs op school.

De school is open, tenzij…

  • Het advies van de GGD over besmettingen op school en beperking van het verspreidingsrisico hier aanleiding toe geeft, of
  • De school organisatorisch geen andere mogelijkheid heeft dan te sluiten, omdat teveel personeelsleden ziek zijn of in quarantaine moeten, en geen vervanging beschikbaar is.


Zijn leerlingen verplicht om op school te komen?

Ja, het uitgangspunt is dat alle leerlingen minimaal één dag in de week het onderwijs op school volgen.

Scholen dienen een maximale inspanning te doen om fysiek onderwijs te realiseren. Afhankelijk van het door de school gemaakte rooster zijn alle leerlingen op de voor hen vastgestelde tijden verplicht om naar school te komen.

Scholen zijn hierbij niet aan het onmogelijke gehouden. Dus naast fysiek onderwijs zal er ook online onderwijs worden gegeven.

De Inspectie neemt contact op met scholen als ze signalen krijgen dat scholen hier toch sterk van afwijken. Uiteraard kan het zo zijn dat scholen, op advies van de GGD of vanwege organisatorische redenen (bijvoorbeeld te weinig personeel), geen fysiek onderwijs te kunnen verzorgen.

Alleen leerlingen die in een medische risicogroep vallen onder een ander regime. Daarnaast blijven leerlingen die corona gerelateerde klachten hebben thuis, en wordt zeer dringend geadviseerd zich te laten testen. Pas nadat zij een negatieve testuitslag hebben komen zij terug naar school. Zonder test kan je pas weer naar school als je minimaal 24 uur geheel klachtenvrij bent.


Moet ik als school een minimum aantal uur les per dag aanbieden?

Er is geen sprake van een ‘hard minimum’ over hoe lang die voorgeschreven minimale dag per week mag duren.
Vaak zal het neerkomen op maatwerk omdat niet elke school dezelfde (organisatorische) mogelijkheden heeft.

Prioritering van (groepen van) leerlingen en/of ruimtelijke gebouwbeperkingen kunnen van invloed zijn op ‘de lengte’ van de dag van een leerling. Een school maakt keuzes in overleg met de MR en moet in staat zijn de gemaakte keuzes aan betrokkenen uit te leggen.


Hoe zit het met leerlingen jonger dan 13 jaar of ouder dan 18 jaar in het vo?

De vuistregel is: leerlingen volgen de regels voor de sector waarin zij naar school gaan. Leerlingen jonger dan 13 of ouder dan 18 jaar in het VO volgen de regels van het VO, en leerlingen jonger dan 18 jaar die in het mbo zitten volgen de regels voor het mbo.


Zijn de scholen voor het praktijkonderwijs ook open?

De scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs waren al open vanwege het gegeven dat het merendeel van hun leerlingen bestaat uit kwetsbare leerlingen of leerlingen die beroepsgerichte lessen volgen. Dit betekende dat deze scholen al open waren voor al hun leerlingen, ook voor die leerlingen die niet in een van deze categorieën vallen.


Is het een verplichting om de beroepsgerichte lessen in het vmbo fysiek aan te bieden aan leerlingen?

Ja, de school moet de beroepsgerichte lessen ook op een vmbo-school fysiek aanbieden. Voor een groot deel van de beroepsgerichte lessen op een vmbo-school kan het ingewikkeld zijn om het onderwijs goed online of op afstand aan te kunnen bieden. Deze lessen moeten daarom fysiek op de school gevolgd worden en niet online of op afstand.

Dit geldt voor zowel het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en ook voor de praktijklessen op vmbo, havo en vwo.


Kunnen de lessen (live) gestreamd worden?

Ja, leraren mogen hun lessen streamen vanuit het leslokaal waarin ze lesgeven. Thuiszittende leerlingen kunnen op die manier de lessen volgen. Maak over de invulling hiervan afspraken met het docenten(team). 


Mag lichamelijke opvoeding/ gym (LO) doorgang vinden?

Laat lichamelijke opvoeding zoveel mogelijk buiten plaatsvinden met 1,5 meter afstand tussen leerlingen. Voorkom dan ook bewegingsactiviteiten waar fysiek contact en fysieke leerhulp van de docent voorwaardelijk is (bijvoorbeeld bij vangen en acrobatiek).

Zie ook kvlo.nl/hulp-en-advies/juridisch-onderwijs-cao/onderwijs.html voor het protocol LO voor VO en VSO/PRO. Voor lichamelijke opvoeding (LO) waarvoor een externe sportaccommodatie wordt gebruikt kunnen, naast de accommodatie zelf, douches en kleedkamers geopend blijven. Het gaat dus alleen om de situaties waar een externe accommodatie voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt. Kleedkamers en douches mogen ook gebruikt worden indien de school de sportaccommodatie in eigen beheer heeft.

Echter omwille van de veiligheid kunnen veiligheidsregio’s nadere maatregelen stellen en besluiten nemen, en kunnen GGD-en nadere adviezen geven, afhankelijk van de lokale situatie en accommodatie, waardoor het niet is uitgesloten dat in bepaalde gevallen de gymzalen en of de kleedkamers gesloten blijven.


Mogen de leerlingen zangles krijgen?

Op grond van het advies van het OMT en het besluit van de Rijksoverheid, is zangles in groepsverband niet toegestaan.


Hoe zit het met ISK-leerlingen?

ISK-leerlingen vallen veelal in de categorie ‘kwetsbaar’ vanwege de taalachterstand en de ISK-scholen/locaties waren daarom al open gebleven .


Hoe moet om worden gegaan met stages?

Of een stage van een leerling door kan gaan of niet is afhankelijk van de regels die gelden voor de desbetreffende sector/branche waar de stage wordt gelopen. Als die activiteiten doorgaan, kan de stage ook doorgaan. Er is ook een gemeenschappelijk plan opgesteld om leerlingen waar mogelijk te helpen in deze tijd aan een stage te komen.


Mag ik andere activiteiten dan onderwijs, fysiek organiseren?

Nee, scholen dienen zich te concentreren op het geven van onderwijs aan de leerlingen. Alle andere activiteiten, zoals (team)vergaderingen, studiedagen, oudergesprekken, open dagen en vieringen, school-en klassenfeesten en (buitenlandse) excursies worden niet georganiseerd, en als het wel moet, digitaal.


Moet een school tijdens de periode van gecombineerd fysiek en online onderwijs melding maken van verzuim?

Scholen zijn verplicht om verzuim te melden als leerlingen niet deelnemen aan het voor hen georganiseerd fysieke onderwijs en onderwijs op afstand. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake moet zijn van ‘geregeld schoolbezoek’, om aan de leerplichtwet 1969 te voldoen.

Onder het ‘geregeld schoolbezoek’ wordt verstaan dat de leerling het onderwijsprogramma dat hem vanuit de school wordt aangeboden volledig volgt. Doet de leerling dat niet, dan is er sprake van verzuim.

Zeker in deze tijd is het melden van verzuim van belang, om alle leerlingen goed in beeld te houden en hiermee de eventuele achterstanden zo klein mogelijk te houden.


Hoe ga ik de inschrijving van nieuwe leerlingen regelen op mijn school?

Een school mag ouders / leerlingen de gelegenheid bieden om digitaal in te schrijven, met een digitale handtekening. Maar ouders / leerlingen moeten ook de mogelijkheid hebben om op papier in te schrijven: een school mag niet eisen dat dit alleen maar digitaal kan (vergelijk aangifte belastingen: hoewel de meeste mensen dit digitaal doen, moet iedereen het ook op papier kunnen doen).

Een digitale handtekening in de vorm van een scan van een op papier gezette handtekening heeft juridisch dezelfde status als een reguliere ‘fysieke’ handtekening, al is er een verschil in (juridische) bewijskracht. Het is niet waarschijnlijk dat er geschillen ontstaan over of er inderdaad een handtekening is gezet bij het inschrijven op een school, maar het is wel iets om rekening mee te houden. Er zou bijvoorbeeld na digitale inschrijving nog om een bevestiging met een fysieke handtekening gevraagd kunnen worden om onzekerheid uit te sluiten of de digitale handtekening wel écht door de ouders zelf is gezet.


Waar vind ik het servicedocument van het ministerie van OCW?

Het servicedocument vindt u hier: https://www.vo-raad.nl/nieuws/nieuw-servicedocument-ocw-rond-onderwijs-en-corona.

 

Praktijkonderwijs en beroepsgerichte vakken

Hoe moeten we omgaan met de praktijkvakken?

Voor praktijklessen in het beroepsgerichte onderwijs, de praktische vakken, en het praktijkonderwijs zegt het protocol dat het betrokken onderwijspersoneel en de schoolleiding met elkaar in overleg treden wanneer afstand houden tussen leerling en docent niet altijd mogelijk is. In specifieke lessituaties waar geen 1,5 meter afstand is te houden tussen leerling en docent, en waarbij een mondneusmasker de veiligheid van de lessen niet in gevaar brengt (zoals bij lassen) geldt dat een mondneusmasker dringend wordt geadviseerd ten aanzien van de beroepsgerichte vakken in het vmbo en de praktijkvakken in het praktijkonderwijs. Sinds 1 december 2020 is het dragen van een mondneusmasker verplicht. Gym, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs vallen niet onder de mondkapjesplicht. 

Wat moet worden verstaan onder ‘in overleg’?
In overleg betekent dat met wederzijdse instemming tussen schoolleiding en de betrokken medewerker kan worden afgeweken van de regel dat leerlingen en medewerkers 1,5 meter afstand houden. Bij praktijklessen in het beroepsgerichte onderwijs, de praktische vakken, en het praktijkonderwijs is het niet altijd mogelijk 1,5 meter afstand te houden van elkaar. Daarom moeten hierover afspraken worden gemaakt. Daarbij kan ook gekeken worden naar alternatieven, bijvoorbeeld of aanpassingen mogelijk zijn in bijvoorbeeld het geven van instructie.

Sinds 1 december 2020 zijn leerlingen en onderwijspersoneel op school verplicht een mondkapje te dragen. Gedurende de les mogen de mondkapjes af, waarbij het van belang is dat de 1,5 meter afstand tussen leerling en docent in acht wordt genomen.

Gym, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs vallen niet onder de mondkapjesplicht.


Mogen we zingen tijdens de muziekles?

Op advies van het RIVM wordt het zingen in groepsverband dringend afgeraden, waaronder het zingen op school.

 

Besmettingen en infectiemaatregelen in school

Voor wie geldt de regel om 1,5 meter afstand te houden?

Sinds 13 januari 2021 is het afstandscriterium van 1,5 meter voor iedereen van toepassing die op school komt. Indien het organisatorisch niet mogelijk is om de 1,5 meter afstand te realiseren en er concessies nodig zijn (scholen zijn niet aan het onmogelijke gehouden) dient deze concessie gevonden te worden in het bieden van bijvoorbeeld (vormen van) afstandsonderwijs / online onderwijs / halve klassen en niet in een concessie op de 1,5 meter.

Voor praktijkgerichte lessen in het vmbo en voor alle lessen in het vso en pro geldt dat ingewikkelde situaties kunnen bestaan ten aanzien van afstand houden en dus geldt hier de norm van zoveel als mogelijk afstand houden.

Daarnaast geldt nog steeds de verplichting om buiten de lessen om een mondkapje te dragen. Lees hierover de toelichting op de mondkapjesplicht.


Op diverse scholen zal het soms lastig zijn om in de gangen 1,5 meter afstand te bewaren. Hoe is dit op te lossen?

Het  is inderdaad belangrijk dat de 1,5 meter maatregel strikt wordt opgevolgd. Probeer dit zo goed mogelijk te handhaven door bijvoorbeeld looproutes te maken, pauzetijden te spreiden en het aantal bewegingen te beperken. Sinds 1 december 2020 zijn leerlingen en onderwijspersoneel op school verplicht een mondkapje te dragen. Gedurende de les mogen de mondkapjes af, waarbij het van belang is dat de 1,5 meter afstand in acht wordt genomen. Gym, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs vallen niet onder de mondkapjesplicht.


Wat is cohortering?

Cohortering betekent dat leerlingen worden ingedeeld in subgroepen en dat het contact tussen deze subgroepen wordt beperkt. Cohortering in vaste groepen, waarbinnen nog steeds de 1,5 meter maatregel geldt, is een noodzakelijke maatregel en draagt bij aan het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus.

Wanneer een groep leerlingen binnen de klas kan worden opgedeeld in subgroepen, hoeft bij een eventuele besmetting op een school mogelijk niet de hele klas of school in quarantaine, maar alleen de relevante subgroep. Scholen maken zelf de afweging op welke manier dit georganiseerd wordt.


Moet het meubilair tussen de lessen door worden schoongemaakt?

De gangbare hygiënemaatregelen gelden onverkort. Dit betekent dat tafels, stoelen en werkplekken van docenten en leerlingen bij binnenkomst en vertrek moeten worden schoongemaakt


Is het noodzakelijk om apparatuur telkens schoon te maken tussen verschillende groepen?

Apparatuur die gebruikt wordt door verschillende personen dient na ieder gebruik te worden schoongemaakt.


De extra kosten die zijn gemaakt door corona, krijgen de scholen daar een extra vergoeding voor?

Nee, vooralsnog komt er geen vergoeding voor de extra kosten die gemaakt zijn in de afgelopen en de aankomende periode. Door het LCVS is dit onderwerp wel op de agenda gezet voor zover het gaat om kosten die nu (of in de toekomst) door scholen gemaakt moeten worden met betrekking tot ventilatiesystemen. Als het gaat om gebouwen die niet voldoen aan reeds bestaande (pre-corona) normen, dan ligt dat minder voor de hand.


Mag de schoolkantine open?

De schoolkantine mag open mits kan worden voldaan aan de 1,5 meter maatregel. Ook moet worden voldaan aan de hygiënemaatregelen waaronder het in de school (buiten de lessen) dragen van een mondneusmasker.


Kunnen alle leerlingen binnen de school tegelijkertijd met pauze?

Het is noodzakelijk dat er gespreide begin-, pauze- en eindtijden zijn voor de lesdag. Dus kleinere groepen leerlingen per keer met pauze, waardoor er beter afstand kan worden gehouden en de verschillende klassen en/of subgroepen niet of zo beperkt mogelijk met elkaar in contact komen.


Wordt er in het voortgezet onderwijs een start gemaakt met sneltesten?

Ja, er is op 18 januari jl. een pilot gestart bij een groep van 20 scholen. Tijdens die pilot wordt onderzocht hoe deze sneltesten kunnen bijdragen aan het zo snel mogelijk signaleren en isoleren van besmettingen om daarmee het aantal besmettingen te bepreken.


Wie moet er in quarantaine indien er sprake is van een besmetting met covid-19?

Als er een besmetting plaatsvindt, volgen school, leerlingen en ouders de instructies van de GGD. Voor het tijdig signaleren en beperken van besmettingen is goed bron- en contactonderzoek (BCO) cruciaal; medewerking hieraan is dus van groot belang.

Alle categorie 1- en 2-contacten uit BCO gaan in thuisquarantaine. Dit geldt ook voor alle kinderen die hieronder vallen, ongeacht de leeftijd. Dat betekent dat als een persoon positief wordt getest die op de school aanwezig is geweest, klasgenoten en leraren die in de betreffende periode als nauw contact (categorie 2) worden gezien, in thuisquarantaine gaan.

Leerlingen en onderwijspersoneel die als nauw contact (categorie 2) worden gezien, kunnen zich zo snel mogelijk en op dag 5 na het laatste contact met een besmet persoon laten testen in GGD-teststraat. Blijkt uit de test op dag 5 na het laatste contact dat de persoon niet besmet is, dan mag deze persoon in principe weer naar school. Testen is altijd op basis van vrijwilligheid. Kiest de persoon ervoor om op dag vijf na het laatste contact geen test af te laten nemen, dan blijft de persoon vijf dagen langer in quarantaine.


Wat moet een school doen bij een (verdenking van) besmetting? 

Het is gebruikelijk dat scholen uitbraken van infectieziekten melden bij de GGD afdeling infectieziektebestrijding. Er geldt een nationaal testbeleid voor covid-19 en daarin is bepaald dat de schoolleider of locatiemanager bij één of meer bevestigde besmettingen met covid-19 dit meldt bij de GGD als zij daarover nog niet door de GGD zijn benaderd.

De school houdt zich bij communicatie over besmettingen op school aan de wet- en regelgeving op het gebied van bescherming van persoonsgegevens/ privacy.


Mag de school bijhouden welke leerling of leraar besmet is met corona?

Nee, dit mag niet zomaar. Een besmetting is een ‘bijzonder persoonsgegeven’ in de zin van de AVG en daar zijn strenge privacyregels aan verbonden.

De school mag alleen coronabesmettingen van leerlingen registreren mits:

  • de school daarvoor een expliciet doel heeft;
  • dat doel voor iedereen helder is;
  • en er expliciet individuele toestemming is gegeven door degene om wie het gaat;
  • de toestemming vrijelijk gegeven kan worden (zonder druk).
     

Voor leerlingen tot en met 16 jaar geldt dat ook toestemming van ouders nodig is.

Meer informatie registratie corona en privacy


Moet de school dicht indien sprake is van besmettingen?

Als er een besmetting plaatsvindt, volgen school, leerlingen en ouders de instructies van de GGD.  Of een school dicht moet hangt af van de situatie en is ter beoordeling door de GGD. De beslissing tot een eventuele sluiting blijft uiteindelijk aan de GGD.

Om het risico van een schoolsluiting te beperken is cohortering van belang: Cohortering betekent dat leerlingen worden ingedeeld in subgroepen en dat het contact tussen deze subgroepen wordt beperkt. Wanneer een groep leerlingen binnen de klas kan worden opgedeeld in subgroepen, hoeft bij een eventuele besmetting op een school mogelijk niet de hele klas of school in quarantaine, maar alleen de relevante subgroep.

Werk zoveel mogelijk met vaste plekken in de klas en bewaar de plattegrond daarvan. Houd een accurate registratie bij van klassenindelingen en presentie.


Waar dien ik te melden dat ik de school tijdelijk wil sluiten?

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het onderwijsveld hebben afgesproken om tijdelijke schoolsluiting in het primair, voortgezet, en (voortgezet) speciaal onderwijs vanwege het coronavirus landelijk te registreren. Hiervoor heeft de Inspectie van het Onderwijs per 15 oktober 2020 een meldpunt ingericht.


Sinds 1 december is het dragen van een mondkapje verplicht, blijft dit het geval?

Sinds 1 december is het dragen van een mondkapje door het onderwijspersoneel en de leerlingen in de school verplicht, behalve op een vaste (zit)plaats. Gedurende de les mogen de mondkapjes af. De docent die door de klas beweegt, hoeft geen mondkapje te dragen mits de 1,5 meter afstand tussen de leerling en docent in acht wordt genomen. Gym, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs vallen niet onder de mondkapjesplicht. Ook het onderwijspersoneel of leerlingen die vanwege een beperking of ziekte geen mondkapje kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld raken, zijn daartoe niet verplicht en zijn uitgezonderd van de plicht. Het personeelslid of de leerling die zich beroept op een van de uitzonderingen zal de beperking of ziekte desgevraagd op enigerlei wijze aannemelijk moeten maken.

Voorbeelden van die uitzonderingen zijn:

  • personen die een verminderde arm- of handfunctie hebben en daardoor geen mondkapje op kunnen zetten;
  • personen van wie de ademhaling te veel belemmerd wordt vanwege een longaandoening;
  • personen met zintuigelijke beperkingen die gebarentaal spreken;
  • personen met (ernstige) brandwonden op hun gezicht waardoor geen mondkapje gedragen kan worden en
  • personen die vanwege een verstandelijke beperking of psychische aandoening ontregeld raken als zijzelf een mondkapje dragen.


Een verkoudheid wordt onder andere niet gezien als ziekte of beperking. Ook in die gevallen dient de leerling danwel het personeelslid een mondkapje te dragen. Bij verkoudheidsklachten blijven medewerkers en leerlingen overigens thuis en wordt geadviseerd zich te laten testen.


Wat is de juridische onderbouwing van het verplicht invoeren van de mondkapjes?

Op 9 oktober 2020 hebben alle leden van de VO-raad de juridische onderbouwing ontvangen van het verplicht stellen van een mondneusmaker. In beginsel bepaalt het schoolbestuur in het voortgezet onderwijs wat er in en rond zijn gebouwen gebeurt. Sinds 1 december is het dragen van een mondkapje een wettelijke verplichting. Hiermee is de eerder opgestelde juridische onderbouwing verder verstevigd.

 

Ventilatie

Welke eisen gelden er in het kader van luchtventilatie?

Het is goed om de lokalen en andere ruimtes meerdere keren per dag te luchten door ramen en deuren 10-15 minuten per keer tegenover elkaar open te zetten. Tijdens het ‘luchten’ kunnen sterke luchtstromen ontstaan (tocht). Vermijd dat deze sterke luchtstromen van persoon naar persoon gaan. Lucht gemeenschappelijke ruimtes zoals een lokaal of vergaderruimte bijvoorbeeld tijdens de pauze of na de bijeenkomst als iedereen de ruimte heeft verlaten.

Verder is het goed om recirculatie binnen één gemeenschappelijke ruimte waar meerdere personen gedurende langere tijd bij elkaar zijn te vermijden. Er moet dus in een gemeenschappelijke ruimte via een ventilatievoorziening voldoende verse lucht van buiten naar binnen worden gebracht. Recirculeren (zonder voldoende luchtverversing) is geen vervanging voor ventileren.

Bij recirculatie tussen verschillende ruimtes (HVAC-systemen) is het ook van belang dat er voldoende verse buitenlucht wordt toegevoegd en er daarmee wordt voldaan aan de eisen in het Bouwbesluit (Bouwbesluit, artikel 3.34).

Voor een volledig overzicht van de normen rondom ventilatie, is de Coronavirus Arbocatalogus VO van belang. Daarnaast wordt verwezen naar de handreiking die door de VO-raad samen met PO-Raad en Ruimte-OK is opgesteld, de website lesopafstand.nl en naar de algemene richtlijnen rondom ventilatie van het RIVM.


Veel ouders stellen vragen aan de school over de status van de ventilatie in onze schoolgebouwen. Hoe kan ik deze mensen goed helpen?

Er is door de scholen in het funderend onderwijs onderzoek gedaan naar de ventilatie op scholen. Hierover is een rapport op 1 oktober 2020 aan de minister overhandigd. Scholen hebben ouders over de situatie op school geïnformeerd. Als bestuur bent u het aanspreekpunt voor vragen en acties rond ventilatie in de schoolgebouwen. Uiteraard kunt u dit beleggen bij een medewerker die de coördinatie hiervoor in handen heeft. Verder kunt u de ouders verwijzen naar de website lesopafstand.nl voor diverse Q&A’s en overige informatie rondom ventilatie.


Waar kan ik meer informatie vinden over de stand van zaken rondom ventilatie op mijn school?

De schoolleiding of bestuurder heeft personeel en ouders (met separate brief) geïnformeerd over de situatie rondom ventilatie op hun schoolgebouw(en). Voor meer informatie zijn onder andere Q&A’s geplaatst op de website lesopafstand.nl en op de site van de VO-raad.


​Wat kan ik doen als is gebleken dat de ventilatie in mijn lokaal/school niet (geheel) voldoet?

Op de website lesopafstand.nl zijn zgn. ‘handelingsperspectieven’ gezet die kunnen helpen om de ventilatie op korte termijn te verbeteren. Voor oplossingen van meer structurele aard dient het bestuur een plan van aanpak te maken en uit te voeren.


Welke regels moet ik volgen, die uit het protocol of uit de Coronavirus Arbocatalogus VO?

Ten eerste de regels uit de Arbocatalogus. Voor het toepassen van de regels uit de Arbowetgeving is de Arbocatalogus namelijk leidend, dat gaat over de gezondheid van de werknemer. Voor het overige geldt het protocol dat gebaseerd is op de richtlijnen van het RIVM.

 

OV-afspraken

Gelden de vorig jaar afgesproken OV-regels nog?

Ja. Scholen moeten, net als in de periode voorafgaand aan de zomervakantie, lokale afspraken maken met hun regionale vervoerder over het gebruik van OV door hun leerlingen. Hiervoor is het ‘ Afsprakenkader Veilig Vervoer VO’ opgesteld. Er komt binnenkort een update van het afsprakenkader.

Het is noodzakelijk om afspraken te maken omdat de capaciteit van het OV geen 100% is (zoals deze was voor de corona-uitbraak in Nederland). Spreiding blijft dus noodzakelijk, en daarmee het maken van goede afspraken.

Het uitgangspunt blijft dat leerlingen zoveel mogelijk met eigen vervoer of lopend naar de schoollocatie komen, of worden gehaald en gebracht door ouders/verzorgers. Alleen als het echt niet anders kan is het OV een optie. Iedere leerling die afhankelijk is van het OV moet ook op school kunnen komen. Scholen en vervoerders maken daarover lokale afspraken. De school en vervoerder(s) bekijken welke informatie daarvoor nodig is. Er dient maandelijks contact te zijn tussen vervoerder en school om te checken of het aantal ov-leerlingen verandert (bv. omdat de roosters zijn veranderd).

Scholen die per dag minder dan 100 leerlingen hebben die met het OV reizen, zijn uitgezonderd van het maken van deze afspraken. Wel moeten scholen voor wie dit geldt zich eenmalig ‘afmelden’ bij de regionale vervoerder.

 

Examens

Hoe wordt het Centraal Examen geregeld?

Vanwege de coronacrisis hebben leerlingen in 2021 ruimere mogelijkheden om het examen af te leggen. Het tweede tijdvak voor het centraal examen wordt verlengd naar 10 dagen, waarmee leerlingen het centraal examen kunnen spreiden over langere tijd. Ook krijgen leerlingen een extra herkansing voor het centraal examen (2 in totaal).

Daarnaast kunnen leerlingen ervoor kiezen 1 vak niet laten meetellen voor het bepalen van de uitslag. Dat mag geen kernvak zijn, zoals Nederlands, Engels of wiskunde.


Waar kan ik meer vinden over de aanpassingen van de examens?

Ook voor de examens 2021 heeft het ministerie van OCW een servicedocument gemaakt met een uitgebreide toelichting.

 

Personeel

Kan personeel dat behoort tot de risicogroep worden verplicht naar school te komen?

Werknemers die tot een risicogroep behoren komen werken mits het een controleerbare omgeving betreft, eventueel met aanvullende maatregelen. Werknemers uit de risicogroepen hebben de keuze van dit uitgangspunt af te wijken na overleg met de werkgever. Lees op de website van het RIVM over wie tot de risicogroepen behoort.


De scholen gaan open voor alle leerlingen terwijl aan de andere kant door de overheid wordt opgeroepen om thuis te werken. Geldt dit dan ook voor de medewerkers in de VO-sector?

De boodschap is inderdaad: werk thuis als het kan en op locatie als het moet. Het werken op een school is echter aangemerkt als een vitaal beroep. Nu de deuren van alle scholen open zijn, wordt van leraren verwacht dat zij fysiek aanwezig zijn op school, tenzij het personeelslid coronagerelateerde klachten heeft of besmet is met covid-19.

Voor onderwijsondersteunend personeel geldt de richtlijn om zo veel mogelijk thuis te werken, met uitzondering van de werkzaamheden die op school (of locatie) moeten worden uitgevoerd. Hierover worden tussen werkgever en werknemer afspraken gemaakt.


Komt onderwijspersoneel in aanmerking voor voorrang bij het vaccineren?

Nee. Er is door het kabinet een vaccinatiestrategie gekozen waarbij de voorrang voor betreffende groepen zijn geïdentificeerd op basis van het risico dat zij lopen op ernstige klachten en sterfte en niet op basis van andere overwegingen, zoals het beroep dat ze hebben.


Wanneer mag ik met voorrang getest worden?

Het kabinet heeft bepaald dat onderwijspersoneel bij wier afwezigheid de continuïteit van het onderwijs in gevaar komt (bv. doordat lessen uitvallen of klassen naar huis moeten worden gestuurd) met voorrang getest kan worden. De werkgever bepaalt wie hiervoor in aanmerking komt en gaat hier terughoudend mee om. Voor testen met voorrang is een verklaring van de werkgever nodig. De medewerker in kwestie kan dan – in principe – op de dag dat de test wordt aangevraagd  worden getest en hoort ook op die dag de uitslag. De medewerker belt hiervoor met het nummer 0800-8101.

Voor medewerkers uit grensstreken (die wonen in Duitsland/België maar werken in Nederland) is een 088-nummer opgezet zodat ook zij een voorrangsafspraak kunnen maken. Dit nummer is +31 88 220 2700. Het is een 088-nummer, wat betekent dat eventuele kosten voor het maken van de afspraak liggen bij de beller.


Indien een werknemer zorgen heeft of vermoedt dat er sprake is van besmetting door covid-19, wat word ik als werkgever geacht te doen?

Wijs het personeelslid op het huidige regime waarin duidelijk staat vermeld dat een ieder met klachten niet mag werken en wordt geadviseerd zich direct te laten testen.


Als een werknemer in contact is gekomen met een besmet persoon, wat moet diegene doen?

In het geval een persoon in contact is gekomen (huisgenoten of overige nauwe contacten) met iemand met COVID-19, gaat diegene in quarantaine. Sinds 1 december jl. kan diegene die geen klachten heeft zich laten testen tijdens de quarantaineperiode. Dit is mogelijk vanaf de 5de dag nadat die persoon in contact is gekomen met een besmet persoon. Dit kan als u door de GGD of via de Corona Melder App bericht krijgt. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Rijksoverheid.


Een werknemer geeft aan dat hij/zij positief getest is op covid-19 maar geen klachten heeft. Kan deze werknemer op school komen werken?

De werknemer die positief getest is op covid-19 maar geen klachten heeft moet 5 dagen vanaf de testafname thuisblijven in isolatie, omdat hij/zij besmettelijk kan zijn voor anderen.

Ook huisgenoten moeten thuisblijven, omdat zij misschien besmet zijn geraakt en door thuis te blijven voorkomen dat zij anderen besmetten. De isolatie eindigt als er tot 5 dagen na de testafname geen klachten zijn die passen bij covid-19. De GGD bespreekt met de geteste wanneer dit het geval is.

Als zich binnen de 5 dagen na testafname klachten ontwikkelen bij het personeelslid/leerling, dan blijft de thuisisolatie in stand. Ook huisgenoten moeten dan thuis in quarantaine blijven tot 10 dagen na het laatste risicocontact met de werknemer.


In de pauzes wordt er gesurveilleerd door het personeel, kan dit?

Ja, de basisregel van 1,5 meter afstand moet ook tijdens surveillances worden opgevolgd.. Op alle plekken behalve in het leslokaal moeten leerlingen en personeel een mondneusmasker dragen.


Kan een personeelslid met een familielid in een risicogroep verplicht worden om fysiek op school les te geven?

Werknemers met gezinsleden/huisgenoten uit een risicogroep komen werken. Werknemers met gezinsleden/huisgenoten uit een risicogroep hebben de keuze van dit uitgangspunt af te wijken na overleg met de werkgever (al dan niet met betrokkenheid van de bedrijfs-/arbo-arts).


Wat moet de medewerker doen als deze zelf niet in quarantaine hoeft maar wel zijn/haar eigen kind dat in het PO zit en de medewerker zelf daarom thuis moet blijven?

Wanneer een werknemer thuis moet blijven voor de opvang van een kind wegens quarantaine (niet wegens ziekte van het kind) is in deze situatie calamiteitenverlof mogelijk. Hierbij wordt het loon doorbetaald (artikel 15.1 lid 1 CAO VO). Calamiteitenverlof is echter alleen bedoeld om bij plotseling opkomende situaties de noodzakelijke voorzieningen te treffen. Het kan hooguit enkele dagen duren. Het biedt dus geen oplossing voor een langere periode waarin het kind thuis moet blijven. Daar is ook geen andere wettelijk voorziening voor.

Het is uiteindelijk aan werkgever en werknemer om dit samen op te lossen (maatwerk). Hoewel de opvang van de kinderen primair een zaak van de ouders is, vragen wij werkgevers in deze uitzonderlijke situatie ook begrip voor werknemers te hebben die er niet in slagen om de combinatie van opvang en werk (volledig) te regelen.


Kan je als werknemer, wonend in België of Duitsland en werkend in Nederland, waarbij Nederland het woongebied heeft aangemerkt als oranje, toch komen werken?

Er is geen beletsel om dan te komen werken op school in Nederland. Wij verwijzen hiervoor naar svb.nl/nl/bbz-bdz/covid19/reizen. Uiteraard blijven alle andere maatregelen van kracht (blijf thuis bij klachten en laat je testen). 
Voor medewerkers uit grensstreken (die wonen in Duitsland/België maar werken in Nederland) is een 088-nummer opgezet zodat ook zij een voorrangsafspraak kunnen maken. Dit nummer is +31 88 220 2700.


Mag een leraar de leerling verplichten de camera aan te zetten indien de leerling les op afstand volgt?

Allereerst moet er vastgesteld worden wat het doel van de digitale les is en of het daarvoor nodig is dat de leerlingen in beeld komen/zijn. Verder kan het voor het uitvoeren van goed onderwijs belangrijk zijn dat de leerlingen in beeld zijn, bijvoorbeeld bij een interactieve les, om de leerlingen goed te kunnen begeleiden of als leerlingen met elkaar moeten samenwerken. Het is dus mogelijk om leerlingen te verplichten om hun camera aan te zetten en de professional (docent) bepaalt of en wanneer dit noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij het afnemen van toetsen). 

Aandachtspunten: 

1.     Instrueer leerlingen goed over wat ze zelf kunnen doen om de impact op hun privacy te beperken, bijvoorbeeld door het instellen of vervagen van de achtergrond.  
2.     Als leerlingen bezwaren hebben, dan ga je met ze in gesprek en zoek je naar een oplossing. 
3.     Bedenk dat de camera ook niet de gehele les aan hoeft te staan, maar alleen als de docent dat noodzakelijk vindt en er om vraagt. 


Vakantie/ reizen

De overheid adviseert niet op reis te gaan naar en geen vakantie te boeken in het buitenland, tot, in ieder geval eind maart. Zie hier voor de reisadviezen.


Wat zijn de regels voor leerlingen die op vakantie zijn geweest in landen met een oranje of rood reisadvies?

Wie terugkomt uit een oranje of rood (geworden) land wordt dringend geadviseerd 10 dagen in quarantaine te gaan. De quarantaine geldt ook voor kinderen van boven de 12 jaar.

Voor leerlingen die vanwege het dringende thuisquarantaine-advies direct na de vakantie niet naar school kunnen, is het doen van een verzuimmelding door de school bij de leerplichtambtenaar niet nodig. Voorop staat dat voorkomen moet worden dat leerlingen naar school gaan terwijl ze in thuisquarantaine horen te zitten. Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk in overleg te treden met ouders en leerlingen over mogelijkheden om vanuit de thuisquarantainesituatie afstandsonderwijs te volgen.


​Wat zijn de regels voor ouders die op vakantie zijn geweest in landen met een oranje reisadvies?

Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders die toch terugkomen uit een oranje of rood land worden dringend geadviseerd om 10 dagen in quarantaine te blijven. Zij moeten dus thuisblijven en mogen ook niet op school of op het schoolplein komen.


Kan een werkgever verbieden dat een werknemer in zijn vakantie naar het buitenland afreist?

Verbieden is in beginsel niet mogelijk. Wel is het raadzaam de werknemer sterk af te raden om naar een risicogebied te reizen, de reisadviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken serieus te nemen en de werknemer erop te wijzen dat de gevolgen voor zijn/haar rekening en risico kunnen komen. Ook de Rijksoverheid raadt reizen naar oranje en rode reisgebieden ten strengste af. Een consequentie kan bijvoorbeeld zijn geen recht op loon als de werknemer toch afreist naar het risicogebied en vanwege het coronavirus door de lokale autoriteiten in quarantaine wordt geplaatst, waardoor hij/zij niet op tijd terug kan komen om werkzaamheden te hervatten.

Reist de werknemer naar een veilig gebied en verandert de situatie daar vervolgens waardoor de werknemer in quarantaine wordt geplaatst, dan is het uitgangspunt dat de werknemer recht heeft op loon. Dit kan anders worden als de situatie in het gebied geleidelijk verandert en de werknemer de waarschuwing of instructie van de werkgever om terug te keren weigert op te volgen.


Wat zijn de regels voor docenten en ander onderwijspersoneel die op vakantie gaan naar landen met een oranje reisadvies?

Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Wie toch terugkomt uit een oranje of rood land wordt dringend geadviseerd 10 dagen in quarantaine te gaan. Als docenten of ander onderwijspersoneel naar landen met een oranje of rood reisadvies op vakantie gaan, is het hun eigen verantwoordelijkheid dat ze op tijd terug zijn om de volledige quarantaine af te maken voordat de school begint en ze weer aan het werk gaan. Het kan zijn dat de werknemer zijn werk niet (volledig) kan verrichten omdat hij of zij fysiek op school aanwezig moet zijn. In dat geval kan gesteld worden dat het niet-werken voor risico van werknemer komt, met als gevolg dat geen recht op loon bestaat. Scholen doen er verstandig aan hun personeel hier op te wijzen, zodat ze na vakanties niet voor verrassingen komen te staan.


Wat zijn de regels voor docenten en ander onderwijspersoneel die op vakantie gaan naar landen met een geel reisadvies en gedurende de vakantie oranje/geel worden?

Als iemand op vakantie gaat naar een land met code geel, dat tijdens het verblijf een code oranje/rood land wordt, kan dit voor risico van de werknemer komen afhankelijk van het feit of de werknemer bepaalde risico’s neemt om in het land te blijven.