12 maart 2018

De week van 5 t/m 11 maart 2018.

Soms word ik uitgenodigd voor een bijeenkomst waarvan ik niet precies weet wat ik er van moet verwachten. Dat gebeurde me afgelopen week. Het ministerie van OCW had een bijeenkomst belegd over ontwikkeltijd. Aan drie tafels van ongeveer tien mensen werd er tijdens en na een avondmaaltijd gediscussieerd over werkdruk, het anders organiseren van het onderwijs en hoe we tijd kunnen vrijspelen voor meer ontwikkeltijd. Minister Slob was er en verder voornamelijk leraren en enkele schoolleiders.

Het was zo’n avond waar je energie van kreeg. Prima openhartige gesprekken over allerlei dilemma’s rondom de tijd die leraren hebben. Hoe ontstaat werkdruk, wie heeft er last van, hoe kan meer ontwikkeltijd in plaats van lestijd hier aan bijdragen? Hoe zetten we concrete stappen, wat gebeurt er al op de scholen en wat kunnen we van elkaar leren? Het gesprek schoot alle kanten op, maar ik merkte aan de deelnemers dat ze dolgraag deze energie willen omzetten in concrete actie op hun school.

Die energie zag ik in de afgelopen week ook tijdens de startdag van de curriculumherziening in Amersfoort. Wederom docenten in de lead. Professionals die vooruit willen en die zich heel goed realiseren dat dat niet voor al hun collega’s in dezelfde mate geldt. Maar er is geen weg terug. Net zoals we het goede antwoord snel moeten vinden om werkdruk te verminderen en ontwikkeltijd te creëren, zullen we ook vooruit moeten om voor het hele funderend onderwijs het curriculum te herzien, de overladenheid te schrappen en samenhang te bevorderen opdat leerlingen gemotiveerder onderwijs volgen.

Er zal nog veel over gesproken worden, maar ik merk dat steeds meer leraren en schoolleiders daden willen. Als de stemming tijdens dat diner pensant over ontwikkeltijd en tijdens de startdag van de curriculumherziening maatgevend is voor de hele sector, word ik heel blij. De oogst van de afgelopen week stemt me optimistisch.