Basisgeneratiecijfers 2020: hulpbron bij het maken van leerlingenprognoses

01 juli 2020

Het project 'Regionale samenwerking' van de VO-raad heeft net als vorig jaar een tabellenrapport met de meest recente basisgeneratiecijfers laten opstellen. Dit kunnen scholen benutten bij het maken van eigen leerlingenprognoses. Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de zogenaamde basisgeneratie. Deze cijfers zijn naast de prognosemodellen van DUO en Voion goed te gebruiken voor het maken van eigen leerlingenprognoses.

De basisgeneratiecijfers betreffen feitelijke informatie over de verschillende leeftijdscohorten, zonder veronderstellingen over woningbouw/migratie van regio's en het marktaandeel van scholen. 

Voor het prognosticeren van toekomstige instroom is het interessant om het huidige aantal 12-jarigen of 15-jarigen te vergelijken met jongere leeftijdscohorten. Het tabellenrapport bevat de basisgeneratiecijfers per 1 januari 2020 van alle gemeenten in Nederland. Hierbij is steeds het procentuele verschil tussen het aantal 0-jarigen en het aantal 12- en 15-jarigen weergegeven.   

Belangrijke indicatie voor toekomstige krimp

Bijgaande figuur (uit het rapport) toont de leeftijdsopbouw op 1 januari 2020 voor heel Nederland. Uit de figuur blijkt duidelijk dat het aantal 0-jarigen een stuk lager ligt dan het aantal 12- en 15-jarigen. Landelijk gaat het om een verschil van respectievelijk 10,7 en 13,8 procent. Dit laatste is een belangrijke indicatie voor toekomstige demografische krimp. Uiteraard is de toekomstige basisgeneratie mede afhankelijk van immigratie en emigratie. Echter, dit laat onverlet dat de actuele bevolkingsaantallen een indicatie geven voor toekomstige demografische ontwikkeling.