Cao-onderhandelingen: bonden en VO-raad verschillen van mening over hoe werkdruk te verlichten

02 juni 2022

De onderwijsbonden en de VO-raad zijn in onderhandeling over een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs. Naast afspraken over loonontwikkeling is het ook de bedoeling dat sociale partners in de cao afspraken maken over de besteding van de in het recent gesloten Onderwijsakkoord beschikbaar gestelde middelen voor werkdrukverlichting (300 miljoen euro). De onderhandelingen hierover verlopen moeizaam, omdat de bonden en de VO-raad een inhoudelijk verschil van mening hebben over hoe het geld voor werkdrukverlichting zo goed mogelijk besteed kan worden.

De werkdruk in het onderwijs is hoog. Samen met de onderwijsbonden heeft de VO-raad een succesvolle lobby gevoerd voor extra investeringen voor werkdrukverlichting. In het onlangs met de minister afgesloten Onderwijsakkoord is hiervoor structureel 300 miljoen euro beschikbaar gekomen. Om die middelen nog dit jaar bij de scholen te krijgen moeten sociale partners voor 15 juli een cao-afspraak maken over de besteding van dit geld. Alle partijen willen hetzelfde doel bereiken: verlichting van de werkdruk. We verschillen van mening over hoe dat het beste kan. Er is dus geen sprake van dat, zoals door de AOb in diverse uitingen wordt gesuggereerd, de werkgevers of besturen het geld willen ‘weg rommelen’ om aan andere doelen te besteden.

Het verschil van mening draait in de kern om collectief of individueel besteden. De VO-raad wil de 300 miljoen collectief besteden conform de werkdruksystematiek in het po, waar de bonden zich indertijd hard voor hebben gemaakt. Deze bestedingswijze is ook gebruikt voor de 150 miljoen uit het Convenant 2019. In beide gevallen heeft deze aanpak aantoonbaar goed gewerkt in het verlagen van de werkdruk, en waren de medewerkers hier ook tevreden over. In deze systematiek gaan leraren, OOP en schoolleiders (in teamverband) met elkaar in overleg en besluiten ze samen over de inzet van het geld voor de te nemen werkdrukmaatregelen die passen bij de specifieke vraagstukken van de school. Oplossingen en de besteding komen hierbij tot stand in een dialoog met en tussen de onderwijsprofessionals binnen de teams en afdelingen. Ook deze collectieve besteding heeft voor werknemers een individueel effect in het verminderen van de werkdruk.

De onderwijsbonden en met name de AOb, hebben er geen vertrouwen in dat (leraren)teams samen tot goede oplossingen en bestedingen komen. Ondanks waarborgen dat de werknemers/leraren zelf het initiatief krijgen en zelf aan zet zijn om tot bestedingsplannen te komen. Als alternatief willen de bonden een individueel recht op een individuele besteding. Zij willen dat elke werknemer (bovenop het persoonlijk budget van 50 uur) een extra recht op 50/60 vrije keuzeuren krijgt dat gebruikt kan worden voor (les)taakvermindering. Daarmee wordt het totale budget van 300 miljoen grotendeels benut en blijft er weinig over voor een gezamenlijke dialoogaanpak.

Door deze aanpak kan het negatieve effect ontstaan dat het consumeren van het individuele recht van de ene medewerker, leidt tot werkdrukverhoging van een andere medewerker. Ook ziet de VO-raad als risico dat deze individuele wijze van besteding tot grote organisatorische problemen kan leiden.

Het inhoudelijke verschil van mening hierover en over het niveau van de loonsverhoging, is voor de AOb aanleiding om op 8 juni een actiedag te organiseren