Discussie over voorstel omdraaien eerste en tweede correctie centraal examen

22 mei 2015

Onlangs heeft staatssecretaris Dekker het voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd om de volgorde van de eerste en tweede correctie bij het Centraal Examen om te draaien. Eerst beoordeelt een docent van een andere school dan het examen, pas daarna is de ‘eigen’ docent aan de beurt. Hierover is veel discussie ontstaan.

In 2013 leidde het onderzoeksrapport van het Cito 'De praktijk van de eerste en tweede correctie' tot een stevig debat in de Tweede Kamer over het niet integraal nakijken van de examens door de tweede corrector. De staatssecretaris heeft de VO-raad daarop verzocht pilots uit te voeren om zo beter zicht te krijgen op mogelijke oplossingsrichtingen.

De steeds genoemde oorzaken voor het niet integraal nakijken door de tweede corrector zijn tijdgebrek in de correctieperiode én de veronderstelling dat de tweede correctie bedoeld is om de eerste corrector te corrigeren. De integrale tweede correctie is echter ingesteld omdat alle leerlingen recht hebben op een zo goed mogelijke beoordeling. Corrigeren is mensenwerk en een fout maken ook. De VO-raad vindt het daarom in het belang van de leerlingen dat alle examens twee keer integraal worden nagekeken.

Voor de VO-raad ging het er bij de pilots om te weten wat er gebeurt als de tweede correctie op een andere manier dan nu wordt afgenomen. Hoe ervaren de docenten het, welk effect heeft het op de werkdruk en wat betekent het voor de kwaliteit van de correctie? Een dergelijk doel vraagt om een sterk kwalitatieve insteek, die uitgevoerd zou moeten worden gedurende de examens. Daarom is er gekozen voor een intensief traject met een kleine groep scholen (10). Er is gewerkt met vragenlijsten, logboeken en gesprekken met alle deelnemende docenten, examensecretarissen en schoolleiders.

In overleg met de deelnemende scholen is de volgende opzet gekozen: alle docenten die deelnamen draaiden de correctievolgorde om. Daarnaast zijn er drie groepen gemaakt: een groep die naast de omdraaiing zorgde voor een vorm van facilitering, een groep die ging werken met een steekproef en een groep die gelijktijdig ging nakijken (waarbij wel de rol van eerste en tweede corrector werd omgedraaid).  

De pilots zijn in de afgelopen examenperiode uitgevoerd en in het najaar van 2014 geëvalueerd. Wat betreft de pilotvarianten bleek: het trekken van een steekproef op de tweede correctie, het gelijktijdig nakijken door de eerste en tweede corrector én eigen maatregelen ter verlaging van de werkdruk leiden volgens een meerderheid van de docenten in elk van deze pilots niet tot minder werkdruk en ook niet tot een betere kwaliteit van de correctie. Wat betreft de omkering van de correctievolgorde: 17 van de 37 docenten vinden omkering een verbetering, 12 docenten vinden omkering geen verbetering, de anderen weten het niet of twijfelen.

Wat het omdraaien van de correctievolgorde betreft, is de redenering van de VO-raad geweest dat de kwantitatieve uitkomsten in deze setting niet de basis van het advies kunnen zijn. Gekeken is naar de achterliggende motivatie van de deelnemers uit de gesprekken om voor of tegen omdraaiing te zijn en naar wat er gebeurde bij de verschillende varianten. Daarbij heeft de VO-raad gekozen voor het argument van de voorstanders dat de kwaliteit van de correctie verbetert als je omdraait. Het argument van de tegenstanders van omdraaiing – hoe begrijpelijk ook – dat je het werk van je eigen leerlingen direct wilt zien, vinden we daaraan ondergeschikt. Uiteindelijk is dus gekozen voor het belang van de leerlingen.

Omdat het om kleinschalige pilots ging, heeft de VO-raad aan de staatssecretaris voorgesteld de omdraaiing gedurende twee jaar te beproeven en de effecten grondig te onderzoeken en evalueren.

Zie: