Dragen van mondkapjes op school wettelijk verplicht

01 december 2021

Sommige scholen ontvangen brieven van (groepen) ouders die de school dreigen aansprakelijk te stellen voor de schadelijke gevolgen van de mondkapjesplicht.

Mocht u geconfronteerd worden met een brief van deze strekking kunt u de briefschrijvers er op wijzen dat er een wettelijke verplichting is om, wanneer je je door de school beweegt, mondkapjes te dragen. Dit is opgenomen in een ministeriële regeling waarbij enkele aanvullende mondkapjesverplichtingen zijn verwerkt in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (COVID-19 wet). Inmiddels is e.e.a. ook in de rechtspraak bevestigd.

Het opstellen van een beleidsregel met instemming van de MR is vanaf de inwerkingtreding van de wet, en dus ook in de huidige situatie, niet nodig. Het bevoegd gezag informeert het personeel, leerlingen en ouders over de wettelijke plicht tot het dragen van een mondkapje. Uitgangspunt is dat leerlingen en onderwijspersoneel op school verplicht een mondkapje dragen. Gedurende de les mogen de mondkapjes af, waarbij het advies is 1,5 meter afstand tussen leerling en docent te houden.

In sommige brieven wordt ook bezwaar gemaakt tegen mogelijk (toekomstige) coronamaatregelen, zoals een testplicht of vaccinatieplicht. Hier hoeft u uiteraard niet op te reageren want dit is speculatie.

In het protocol voor het vo is het volgende opgenomen over het dragen van mondkapjes op school:

Mondneusmasker
Het dragen van een mondkapje door het onderwijspersoneel en de leerlingen is in de school verplicht. Gedurende de les mogen de mondkapjes af, als de leerling en docenten niet door het lokaal bewegen. Als de leerling zich verplaatst, moet het mondkapje weer opgedaan worden. De docent die door de klas beweegt, hoeft geen mondkapje te dragen maar geadviseerd wordt 1,5 meter afstand tussen de leerling en docent te bewaren. Gym, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs vallen niet onder de mondkapjesplicht. Ook het onderwijspersoneel of leerlingen die vanwege een beperking of ziekte geen mondkapje kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld raken, zijn uitgezonderd van de plicht. Het personeelslid of de leerling die zich beroept op een van de uitzonderingen zal de beperking of ziekte desgevraagd op enigerlei wijze aannemelijk moeten maken. Voorbeelden van die uitzonderingen zijn:
-    personen die een verminderde arm- of handfunctie hebben en daardoor geen mondkapje op kunnen zetten;
-    personen van wie de ademhaling te veel belemmerd wordt vanwege een longaandoening;
-    personen met zintuigelijke beperkingen die gebarentaal spreken;
-    personen met (ernstige) brandwonden op hun gezicht waardoor geen mondkapje gedragen kan worden en
-    personen die vanwege een verstandelijke beperking of psychische aandoening ontregeld raken als zijzelf een mondkapje dragen.