In het Dagblad van het Noorden: ‘Op Tienerschool kan leerling rijpen’

12 december 2016

In het hele land zijn zogenoemde Tienerscholen in de maak, waar 10- tot 14-jarige leerlingen een doorlopende leerlijn po-vo kunnen volgen, zo schrijft het Dagblad van het Noorden op 7 december jl. “Scholen vinden het belangrijk dat een dergelijke doorgaande leerlijn ontstaat, waardoor de overgang voor leerlingen soepeler verloopt", aldus VO-raad woordvoerder Linda Zeegers in de krant. Ook krijgen leerlingen op de Tienerschool twee jaar langer de kans om zich te ontwikkelen voordat ze definitief overstappen naar een middelbare school, wat goed is voor hun kansen.

De overstap po-vo verloopt op dit moment nog niet altijd soepel. Veel leerlingen moeten wennen aan de nieuwe school en het nieuwe systeem, waarbij ze elk uur naar een ander lokaal moeten en ineens van één of twee naar een stuk of veertien leraren gaan. Hierdoor gaan hun leerresultaten soms achteruit. Daarnaast wordt al rond hun twaalfde bepaald of ze naar het vmbo, havo of vwo gaan. Dit terwijl tientallen schoolbesturen zien dat sommige kinderen langer nodig hebben om echt te kunnen laten zien wat ze in huis hebben, zo schrijft het Dagblad van het Noorden.

De krant schrijft dat steeds meer scholen daarom een Tienerschool aanbieden. Een voorbeeld is het Tiener College in Gorinchem; kinderen kunnen hier een lesprogramma volgen dat van groep 7 t/m de tweede klas volledig op elkaar aansluit. Iets meer dan 50 tieners krijgen er in twee klassen les: de basisschoolleerlingen (groep 7/8) in het ene lokaal, de middelbare scholieren (klas 1/2) in het andere. Soms krijgen ze gezamenlijk uitleg, voordat ze in hun klas met de lesstof aan de slag gaan. De basisschoolleerlingen maken in groep 8 een eindtoets en krijgen net als ieder ander een schooladvies. Daarna blijven ze allemaal in één klas zitten, aan de andere kant van de gang. “Ze krijgen andere vakken, maar kunnen in principe doorgaan waarmee ze bezig waren’’, zegt projectleider Mariska van Wijngaarden. De overgang tussen het po en vo verloopt zo veel soepeler voor leerlingen.

De definitieve overstap naar een middelbare school volgt pas na de tweede klas. Leerlingen hebben zo dus twee jaar langer de tijd om zich te ontwikkelen. En dat is goed voor hun kansen, merkt van Wijngaarden. “Het gaat om te kleine aantallen om uitspraken over te doen, maar we zien een mooie groei bij onze kinderen. Sommige kinderen hebben langer nodig om te rijpen.”

Meer ruimte

De afgelopen jaren is in Nederland op drie plekken onderwijs voor 10- tot 14-jarigen gestart. De komende schooljaren komen daar zeker zes locaties bij. En nog eens 70 schoolbesturen onderzoeken de mogelijkheden. Het oprichten van een Tienerschool gaat echter niet zomaar. Door de huidige regels zijn het basis- en voortgezet onderwijs strikt gescheiden. Een vakdocent van een middelbare school mag alleen voor basisschoolkinderen staan als de eigen meester of juf erbij is. Die basisschoolleraar mag niet voor eerste- of tweedeklassers staan. Het onderwijs voor 10- tot 14-jarigen kan daarom geen ‘school’ worden genoemd. Schoolbesturen zitten met het ministerie van OCW om tafel om meer ruimte te krijgen.

Het artikel over de Tienerscholen van het Dagblad van het Noorden is wegens copyright redenen helaas niet beschikbaar.