Kamerdebat privacy: 'Onderwijsveld moet meer tegenkracht bieden'

22 januari 2015

Scholen, de onderwijssector en de overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de privacy van leerlingen. Scholen dragen die verantwoordelijkheid niet alleen. Om die privacy te borgen, moeten zij wel een stevigere vuist (kunnen) maken naar uitgeverijen. Niet commerciële partijen, maar scholen en hun besturen moeten kunnen bepalen welke digitale gegevens met uitgeverijen worden uitgewisseld en toezicht kunnen houden op wat met de gegevens gebeurt. Dat stelde staatssecretaris Dekker in het Kamerdebat over privacy in het onderwijs op 21 januari jl.

Aanleiding voor het debat was de uitzending van RTL 4 enige weken geleden over de vermeende schending van de privacy van leerlingen in specifiek het basisonderwijs en de Kamerbrief van staatssecretaris Dekker over dit onderwerp. Diverse politieke partijen gaven aan zorgen te hebben over of bij het gebruik van digitaal lesmateriaal de privacy van leerlingen wel voldoende geborgd is.

Staatssecretaris Dekker stelde dat bij het gebruik van digitaal lesmateriaal het uitwisselen van een beperkte set gegevens nodig is. Dit is ook wettelijk toegestaan, omdat het nodig is voor het geven van goed onderwijs. Ook stelde hij dat er niets verkeerd is gegaan. Maar hij benadrukte wel dat er verbeteringen mogelijk zijn als het gaat om het borgen van privacy. Scholen hebben hier wat hem betreft een grote verantwoordelijkheid in, samen met de overheid.

De VO-raad onderschrijft dit: scholen moeten er – samen met de overheid - zorg voor dragen dat de privacy van hun leerlingen geborgd is en dat hun gegevens niet door externe partijen voor andere doeleinden worden gebruikt. Ze moeten dan echter wel een stevigere positie kunnen innemen tegen aanbieders van lesmateriaal. Scholen moeten kunnen bepalen welke digitale gegevens met andere partijen worden uitgewisseld en toezicht kunnen houden op wat er met die gegevens gebeurt. 

Ook Dekker en Ypma (Kamerlid PvdA) benadrukten dit in het debat. Ypma diende een motie in, waarin wordt geregeld dat scholen zelf toezicht kunnen houden op wat er met de leerlinggegevens gebeurt. Hoe dit precies vorm moet krijgen, moet nader worden besproken. Dinsdag a.s. wordt gestemd over de ingediende moties.

Tegenkracht

Binnen de sector wordt al gewerkt aan het organiseren van deze ‘tegenkracht’. De sectorraden ontwikkelen momenteel – binnen het Doorbraakproject Onderwijs en ICT -  samen met de aanbieders van digitaal lesmateriaal een convenant, waarin de rollen en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen zijn afgebakend en waarin duidelijke afspraken worden gemaakt over wat wel en niet mag gebeuren met de gegevens en onder welke voorwaarden. Dit convenant is naar verwachting gereed in het eerste kwartaal van 2015. Het regelen van naleving van de afspraken en het opstellen van modelcontracten voor gebruik door scholen maken deel uit van het convenant.

Gegevens pseudonimiseren

Om de privacy van leerlingen te borgen, zegde de staatssecretaris de Kamer ook toe dat in 2016 alle gegevens van leerlingen gepseudonimiseerd terechtkomen in de systemen van uitgeverijen en leveranciers en in bijvoorbeeld leerlingvolgsystemen. Dat betekent dat ze niet herleidbaar zijn tot individuele leerlingen. Dit pseudonimiseren maakt onderdeel uit van het Doorbraakproject.

Wat met oude, niet-gepseudonimiseerde gegevens gaat gebeuren, bespreekt Dekker nog met de sector en ouders.

De rol van ouders

Door sommige partijen werd benadrukt dat ouders of ouderorganisaties een belangrijke rol hebben als het gaat om borgen van privacy. Dekker beaamde dat en gaf aan dat scholen ouders moeten informeren over wat er waarom met de gegevens van zoon of dochter gebeurt. Via de medezeggenschapsraad kunnen zij ook meepraten over en instemmen met privacyreglementen van de school.