Ledenpeiling VO-raad: Besturen investeren in werkgelegenheid

04 september 2014

Bijna 70% van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs besteedt het geld uit het Herfstakkoord aan het behoud van docenten en/of het aantrekken van nieuwe docenten. Nog eens 10% van de scholen investeert in extra ondersteuning voor docenten. Dit blijkt uit een peiling die de VO-raad eind augustus 2014 onder vo-besturen uitzette.

Scholen ontvingen de incidentele 217 miljoen euro uit het Herfstakkoord in december 2013. In de afgelopen maanden hebben schoolbesturen zich nadrukkelijk beraad op de vraag waar dit geld het beste aan besteed kan worden. Uit de peiling hierover van de VO-raad blijkt dat de incidentele middelen hard nodig waren om docenten voor het schooljaar 2014-2015 te behouden en aan te trekken en ontstane tekorten weg te werken.

Wat opvalt, is dat bestuurders het geld over het algemeen niet meteen en in één keer uit (hebben ge)geven. 83% van de bestuurders verdeelt de uitgaven over meer dan één jaar. Wat ook opvalt is dat bestuurders het geld zelden aan slechts één doel uitgeven. Gemiddeld genomen kiezen bestuurders ruim drie doelen voor de inzet van dit extra geld. Het geld wordt dus gespreid ingezet, daar waar het nodig is, wanneer het nodig is.

Investeringen in werkgelegenheid

In de peiling is zonneklaar dat het op peil houden van de werkgelegenheid voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs op dit moment een van de belangrijkste aandachtspunten is. 68% van de bevraagde besturen gebruikt de Herfstakkoordmiddelen om direct te investeren in de werkgelegenheid van docenten (zie onderstaande tabel). Meer dan de helft van de besturen gebruikt het geld om docenten in dienst te houden. 20 van deze 51 besturen kunnen bovenop het behoud van docenten ook nog geld inzetten om nieuwe docenten aan te trekken. Voor 12 besturen geldt dat ze meteen nieuwe docenten konden aantrekken, zonder dit geld te hoeven gebruiken voor het behoud van de eigen docenten.

Docenten Aantal besturen (n=95) % van alle besturen
Alleen ‘behoud docenten’ 31 33%
Behoud docenten en nieuwe docenten 20 22%
Alleen 'nieuwe docenten' 12 13%
Geïnvesteerd in werkgelegenheid docenten 63 68%

Tien besturen investeren niet direct in de werkgelegenheid van docenten, maar wel in extra ondersteuning van hun docenten, bijvoorbeeld door de inzet van klassenassistenten. Als deze tien besturen worden meegenomen dan blijkt dat 79% van de besturen direct of indirect investeert in docenten.

Tekorten

41 besturen geven aan een deel van het geld te hebben gebruikt om bestaande tekorten weg te werken. Het overgrote deel van deze besturen geeft aan dat dit geld hard nodig was omdat het bestuur anders op een negatief exploitatieresultaat was afgestevend. Ook hier ligt een duidelijk verband met het in dienst houden van docenten: 25 van deze 41 besturen geven aan dat geplande bezuinigingsmaatregelen op personeel door dit extra geld niet nodig zijn.

Slechts twee besturen hebben het geld volledig en structureel toegevoegd aan hun eigen vermogen. Voor deze besturen geldt dat het weerstandsvermogen direct omhoog moest om de financiële risico’s te verkleinen.

Over de ledenpeiling

De ledenpeiling is uitgezet onder de 320 leden van de VO-raad. 93 besturen, die ongeveer 45% van het totaal aantal vo-leerlingen vertegenwoordigen, hebben aan de enquête deelgenomen. Dat betekent een respons van ruim 30%.