Kleinere fusies in het onderwijs doorlopen binnenkort een lichtere fusietoets dan tot nu toe het geval is. De ‘Regeling fusietoets’ is met ingang van 1 augustus 2017 aangepast.

Sinds de invoering van de ‘Wet fusietoets’ in 2011 is goedkeuring van de minister nodig voor een groot deel van de institutionele en bestuurlijke fusies in het onderwijs. De minister laat zich adviseren over voorgenomen fusies in het onderwijs door de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO). De evaluatie van de fusietoets in 2015 toonde aan dat de fusietoets scholen en besturen afschrikt om proactief beleid te voeren met het oog op leerlingendaling. Volgens de evaluatie heeft de toets niet het beoogde effect, namelijk behoud van legitimatie en keuzevrijheid in het onderwijs, en werkt hij vooral belemmerend.

Lichte toets

De fusietoets wordt daarom nu zo ingericht dat deze zich meer richt op fusies die een risico vormen voor de keuzevrijheid. In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs doorlopen straks alleen fusies die wat betreft omvang (aantal leerlingen en marktpositie) boven bepaalde kwantitatieve grenzen uitkomen nog deze ‘zware’, inhoudelijke toets. Voor kleinere fusies in deze sectoren gaat een snelle en lichte toets gelden. Hierbij wordt geen advies ingewonnen, maar wordt aan de hand van de fusie-effectrapportage (FER) beoordeeld of het proces zorgvuldig is doorlopen en of de medezeggenschapsraden van de betrokken scholen hebben ingestemd met het voornemen tot fusie. In plaats van de wettelijke termijn van 13 weken die staat voor de inhoudelijke toets, kan een lichte toets in principe binnen 4 weken worden uitgevoerd.

Inhoudelijke toets

Voor de inhoudelijke toets gaat een integraal toetskader gelden. Daarbij worden aspecten als regionale context (leerlingendaling), variatie en bereikbaarheid van het onderwijsaanbod, doelmatigheid, onderwijskwaliteit, menselijke maat en draagvlak betrokken. Het streven is om bij de inhoudelijke toets binnen 10 weken tot een besluit te komen. Wettelijk gezien geldt een termijn van 13 weken, die met kennisgeving aan de betrokken besturen één keer met 13 weken kan worden verlengd.

Wanneer geldt de lichte toets?

  • Een scholenfusie komt in aanmerking voor de lichte toets wanneer sprake is van:
    -  een schoolsoort en maximaal 1000 leerlingen;
    -  twee schoolsoorten en maximaal 2000 leerlingen;
    - drie of meer schoolsoorten en maximaal 3000 leerlingen.
  • Bij een leerlingendaling van 15% of meer in een tijdvak van vijf jaar en hooguit 5000 leerlingen (besturenfusie) geldt de lichte toets.
  • Wanneer binnen tien maanden de bekostiging eindigt/opheffing volgt, geldt de lichte toets.
  • Bij een bestuurlijke fusie waarbij het marktaandeel lager is dan 50% en minder dan tien scholen betrokken zijn, geldt de lichte toets.
  • Bij een bestuurlijke fusie waarbij een éénpitter-bestuur betrokken is, of waarbij sprake is van een geringe marktverschuiving van maximaal 5%, geldt de lichte toets (eens in de vijf jaar).
     

Praktijkonderwijs

Fusies waarbij een school voor praktijkonderwijs fuseert met één vo-school, zijn niet toetsplichtig.

Het ministerie van OCW legt in het stroomschema fusietoets uit welke toets wanneer geldt.

VO-raad: schaf fusietoets af

De VO-raad ziet potentie in de aanpassingen, maar is van mening dat deze stappen nog onvoldoende zijn om scholen en schoolbesturen in krimpgebieden te helpen. De fusietoets wordt in een aantal gevallen lichter, maar de toets blijft bestaan. De fusietoets zou volgens de VO-raad moeten worden afgeschaft, om de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs bij teruglopende leerlingenaantallen te kunnen waarborgen. Scholen die willen samenwerken moeten daarvoor zo snel mogelijk, zoveel mogelijk ruimte krijgen.

Bekijk de 'Regeling fusietoets in het onderwijs 2017', die op 21 juli in de Staatscourant is gepubliceerd.