Nieuwe wet onderwijstijd geeft ruimte voor maatwerk

16 december 2014

De Tweede Kamer heeft op dinsdag 16 december de wet modernisering onderwijstijd aangenomen. De beoogde ingangsdatum is 1 augustus 2015. Door de wet gaat er voor scholen een urennorm voor de gehele schoolloopbaan gelden, in plaats van een urennorm per leerjaar. Scholen mogen de uren naar eigen inzicht over alle leerjaren verspreiden, zolang leerlingen maar minimaal 189 dagen per jaar onderwijs krijgen.

De verandering heeft als groot voordeel dat er meer maatwerk mogelijk is, en scholen meer flexibiliteit krijgen om het onderwijs te organiseren. De VO-raad heeft zich ervoor ingezet dat de nieuwe wet scholen in staat zou stellen om naar eigen inzicht het onderwijsprogramma in te richten. Uitgangspunt hierbij is dat het draait om de kwaliteit van het programma en niet om het aantal uren.

Kansen en mogelijkheden

De VO-raad ziet de nieuwe wet onderwijstijd als vliegwiel voor scholen om tot een eigen meer flexibel onderwijsprogramma te komen dat uitgaat van maatwerk. Samen met de vakbonden wil de VO-raad de kansen en mogelijkheden die de nieuwe wet biedt met de scholen bespreken. Daarbij is aandacht voor de vraag hoe scholen met de onderwijstijd kunnen omgaan als zij nieuwe vormen van onderwijs verzorgen zoals flipping the classroom en als in de toekomst leerlingen met een gedifferentieerd diploma de school verlaten.

Regeerakkoord Rutte-II

De nieuwe wet maakt een einde aan de jarenlange discussie over de urennorm in het voortgezet onderwijs. In het regeerakkoord van Rutte-II was afgesproken dat de onderwijstijd gemoderniseerd zou worden. Een motie van D66 gaf hier verder richting aan door te stellen dat scholen meer ruimte nodig hebben en meer zeggenschap moeten krijgen over het indelen van de onderwijstijd.

Wijzigingen

De belangrijkste punten in de nieuwe wet zijn:
Invoeren van een gemiddelde onderwijstijdnorm van 1000 uur, met uitzondering van het examenjaar
De onderwijstijd wordt gemeten over de hele schoolloopbaan in plaats van per schooljaar. Dit levert scholen winst op wat betreft organiseerbaarheid, werkdruk en maatwerk voor leerlingen.

Het onderscheid tussen maatwerk- en reguliere onderwijstijduren verdwijnt
Dit vanuit de gedachte dat álle onderwijstijduren maatwerk zijn. Het maken van onderscheid zorgt voor ongewenste verwarring en extra administratieve lasten. Maatwerkuren blijven dus wel gewoon meetellen als onderwijstijd. Het huidige wetsvoorstel geeft overigens een bredere, meer eigentijdse invulling aan het begrip onderwijstijd.

Dagennorm blijft bestaan 
Een belangrijk punt in de nieuwe wet is dat leerlingen minimaal 189 dagen per jaar onderwijs moeten krijgen. Dit is een berekening vanuit de oude situatie. In de oude wet werd aangegeven hoeveel dagen leerlingen geen onderwijs hebben. De nieuwe wet is op dit punt vereenvoudigd. Er wordt nu beschreven hoeveel dagen ze wel onderwijs moeten hebben. Er zijn verder geen concessies gedaan in ruimte. De bestaande wet- en regelgeving rond de vakantiedagen blijft in tact.

Criteria voor onderwijstijd blijven gehandhaafd
De criteria die in de huidige wet op de onderwijstijd worden benoemd, blijven in het wetsvoorstel gehandhaafd. Het eerste criterium voor onderwijstijd is dat het moet gaan om (onderwijs)activiteiten die verzorgd worden onder verantwoordelijkheid van bekwaam personeel. Het tweede criterium is dat de onderwijstijd onder verantwoordelijkheid van de school bewust gepland en verzorgd moet worden. Ten derde moet op schoolniveau zijn afgesproken welke soorten onderwijsactiviteiten meetellen als onderwijstijd: primair door de professionals en met instemming van de medezeggenschapsraad. Het gaat hier met nadruk slechts om het soort onderwijsactiviteiten dat meetelt als onderwijstijd.

Risico gericht toezicht geldt ook voor onderwijstijd
Al eerder heeft de staatssecretaris aangekondigd dat het toezicht op de onderwijstijd wordt gewijzigd. Vanaf schooljaar 2012-2013 is het toezicht op de onderwijstijd ingedaald in het reguliere risicogericht inspectietoezicht. Concreet betekent dit dat het jaarlijkse onderzoek onder een beperkt aantal scholen wordt afgeschaft en dat alleen naar de onderwijstijd wordt gekeken als de kwaliteit van een school onder de maat is.