Onderwijsraad over toegevoegde waarde

08 april 2014

Het bepalen van de ‘leerwinst’ en ‘toegevoegde waarde’ kan waardevol zijn voor een school om het eigen onderwijs te verbeteren, maar is niet geschikt voor een oordeel over de kwaliteit van de school.

Dat stelt de Onderwijsraad in het advies ‘Toegevoegde waarde: een instrument voor onderwijsverbetering – niet voor beoordeling’ dat op 7 april is aangeboden aan minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker. 

De Onderwijsraad hanteert het begrip ‘leerwinst’ voor de groei die leerlingen doormaken en het begrip ‘toegevoegde waarde’ voor de bijdrage die de school levert aan de gemiddelde groei van hun leerlingen. Volgens de Onderwijsraad geeft het meten van deze leerwinst en toegevoegde waarde scholen meer zicht op hun opbrengsten en kan het hen helpen het onderwijs verder te verbeteren. Met behulp van gegevens over leerwinst kunnen docenten beter inspelen op de individuele behoeften van leerlingen. Inzicht in de bijdrage die de school levert aan de ontwikkeling van leerlingen stelt scholen in staat hun resultaten te vergelijken met andere scholen en hiervan te leren.

De Onderwijsraad benadrukt echter dat de gegevens over leerwinst en toegevoegde waarde onvoldoende maatgevend zijn voor een beoordeling van de kwaliteit van een school. Uit onder meer een pilot op 28 vo-scholen blijkt bijvoorbeeld dat de leerwinst en toegevoegde waarde vooral goed in kaart te brengen zijn voor domeinen als taal en rekenen (goed meetbaar via valide toetsen) en minder goed voor bijvoorbeeld sociale vaardigheden, creativiteit en ondernemerschap. Gegevens over leerwinst en toegevoegde waarde zeggen dus (te) weinig over de ‘brede’ groei van leerlingen en de bijdrage die de school hieraan levert: de ‘brede’ kwaliteit van de school. 

Meer eigenaarschap voor scholen

In het rapport doet de Onderwijsraad twee aanbevelingen. Ten eerste adviseert de raad om scholen meer eigenaarschap te geven over de instrumenten leerwinst en toegevoegde waarde en de gegevens hierover niet mee te nemen in de (inspectie)beoordeling. Als scholen op de gegevens over leerwinst en toegevoegde waarde zouden worden afgerekend, werkt dat volgens de raad in de hand dat de aandacht vooral uitgaat naar een beperkt aantal goed toetsbare vaardigheden. Het zou ook betekenen dat extra aandacht voor bijvoorbeeld zorgleerlingen niet op waarde wordt geschat. 
 
De VO-raad onderschrijft dit advies: het meten van de leerwinst en toegevoegde waarde kan waardevolle gegevens opleveren voor scholen om hun onderwijs verder te verbeteren, maar zij dienen nadrukkelijk zelf eigenaar te zijn van deze gegevens en hier niet op te worden afgerekend. 

Toezicht richten op brede kwaliteit school

De VO-raad ondersteunt ook de tweede aanbeveling van de Onderwijsraad: richt het toezicht op méér dan wat opbrengstindicatoren meten, dus op de brede kwaliteit van het onderwijs. Het is belangrijk om bij het beoordelen van een school niet alleen te kijken naar cognitieve opbrengsten, maar ook naar de brede bijdrage die een school levert aan de groei van leerlingen. Ook ruimte voor een open dialoog met de inspectie is belangrijk, zodat scholen kunnen laten zien welke omstandigheden hebben geleid tot de resultaten. 
 
Wat de VO-raad betreft, staat de interne verbetercultuur en de versterking van de horizontale verantwoording voorop.