Terugblik op centraal examen geeft positief beeld

05 februari 2020

De centrale examens zijn in 2019 door een grote meerderheid van de 195.000 kandidaten goed afgelegd. Net als in voorgaande jaren is ook in het afgelopen jaar sprake van een hoog slaagpercentage. Dit blijkt uit de Kamerbrief over toetsing en examinering 2019, die op 4 februari naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De examenresultaten laten zowel voor het centraal examen als voor het schoolexamen een goed en stabiel niveau van prestaties zien over het geheel en bij de kernvakken, zo schrijft Slob. Dit laat echter onverlet dat in de organisatie en uitvoering van het schoolexamen nog flinke verbeteringen nodig zijn, aldus de minister. Naast de examenresultaten 2019 geeft hij in zijn brief ook een overzicht van acties om het huidige examenstelsel verder te versterken. 

Vakken op een hoger niveau

Specifiek benoemt de minister in zijn brief dat het aantal leerlingen dat vakken op een hoger niveau afsluit, een stijgende lijn vertoont. Dit geldt met name voor vmbo-bb-leerlingen; 9% van hen sloot in 2019 één of meerdere vakken op een hoger niveau af. Ook kiezen meer vmbo-kb-leerlingen ervoor om een vak op vmbo-gt-niveau af te sluiten. Leerlingen in vmbo-gt en havo doen zeer beperkt examen in een vak op een hoger niveau.

CSPE

De minister gaat in zijn brief ook in op het (tweede) onderzoek van de inspectie in 2019 naar de kwaliteit van de afname van het centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe) voor de beroepsgerichte vakken in het vmbo-bb. Uit dit onderzoek blijkt dat 91% van de scholen het cspe (vrijwel) geheel volgens de richtlijnen afneemt. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2016, toen 85% van de scholen (vrijwel) volledig aan de richtlijnen voldeed. Er zijn 23 herstelopdrachten gegeven en in 6 gevallen zijn examens ongeldig verklaard.

De VO-raad vindt het van belang dat er op korte termijn helderheid komt over de juiste interpretatie van wet- en regelgeving over de inzet van de tweede examinator, omdat een deel van de herstelopdrachten hier uit voort komt. Ook is een betere afstemming nodig van de (taal van de) beroepsgerichte vakken op het vak Nederlands in het vmbo. Het wekt bevreemding dat juist bb-leerlingen het hoogst gemiddeld CE-cijfer voor het vak Nederlands behalen [6,65] van alle schoolsoorten en tegelijkertijd moeite hebben om de beroepsgerichte examens goed te kunnen lezen en begrijpen.

Voor de middellange termijn vraagt de VO-raad om een herbezinning op het cspe. De cspe-examens zijn door zowel hun vorm als omvang intensieve examens die een groot tijdsbeslag leggen op de praktijkdocenten en de praktijklokalen. Door de hoge afnamelast krijgen leerlingen in het examenjaar veel minder praktijklessen dan wenselijk is.

De VO-raad houdt al jaren een pleidooi om de afname van de centrale examens – en daarmee ook het cspe – te flexibiliseren. Dit heeft voor het cspe naast onderwijsinhoudelijke voordelen (examens op het moment dat leerlingen er aan toe zijn) ook praktische voordelen: de examenlast kan op die manier beter over het jaar worden verdeeld. Ook past dit naadloos in de ontwikkeling van doorlopende leerroutes vmbo-mbo die nu in de wet worden verankerd.

Uitwisselen correctiewerk

De examenbrief gaat ten slotte nog in op enkele andere vraagstukken, waaronder het uitwisselen van het correctiewerk (eerste en tweede correctie). De minister kiest ervoor om dit proces de verantwoordelijkheid van scholen te laten. Een verplichte digitalisering van dat proces lost weliswaar het kwijtraken van verzonden werk op, maar creëert een enorme organisatie- en uitvoeringslast met nieuwe risico’s op ernstige haperingen, aldus Slob.