Tweede Kamer bepleit ruimere openstelling van experiment ‘Regelluw’

11 september 2019

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarin minister Slob wordt opgeroepen om het experiment ‘Regelluwe scholen’ ook open te stellen voor scholen met de beoordeling ‘voldoende’ (basiskwaliteit). Tot dusver stond het experiment – dat in 2022 afloopt – alleen open voor scholen met het predicaat ‘goed’ of ‘excellent’. Ook stemde de Tweede Kamer voor moties die ruimere bezwaarmogelijkheden bij de oordelen van de inspectie en meer onverwachte inspectiebezoeken mogelijk moeten maken.

De moties werden ingediend tijdens het voortgezet algemeen overleg over de Inspectie van het Onderwijs op 5 september jl.

Pilot regelluw

De VO-raad is blij met de steun vanuit de Tweede Kamer voor het breder openstellen van het experiment ‘Regelluwe scholen’. De raad heeft hier meermaals voor gepleit, maar ving bot bij de minister. Bredere openstelling leidt tot meer zicht op de impact van het experiment in verschillende type scholen. In sommige gevallen kiezen scholen er ook heel bewust voor om af te zien van het aanvragen van predicaten, maar willen ze wel gebruikmaken van de mogelijkheid om van regels af te wijken.

Voor het huidige experiment heeft deze motie helaas geen gevolgen meer, omdat er - gezien de beperkte looptijd van de pilot - geen nieuwe scholen meer worden toegelaten. Scholen die nu deelnemen aan het experiment konden tot 1 juni 2019 nieuwe meldingen doen voor afwijking van bestaande wet- en regelgeving.

Onverwachte inspectiebezoeken en ruimere bezwaarmogelijkheden

De Tweede Kamer heeft ook breed ingestemd met de motie om meer onverwachte inspectiebezoeken mogelijk te maken, om zodoende een beter beeld te krijgen van de onderwijskwaliteit van een school en de werkdruk die een bezoek met zich meebrengt te verlichten. Ook nu al kan de inspectie kiezen voor een onverwacht schoolbezoek. De VO-raad is geen voorstander van onverwachte inspectiebezoeken omdat dit een grote impact heeft op schoolleiding, leraren en leerlingen, en pleit voor sterke terughoudendheid voor deze interventie.

Ook de motie die het kabinet oproept om te onderzoeken op welke wijze scholen meer juridische mogelijkheden kunnen krijgen om bezwaar te maken tegen een inspectieoordeel, kon op een meerderheid rekenen. Op dit moment bestaat er alleen een beroepsmogelijkheid voor het oordeel ‘zeer zwak’. De motie is ingegeven door het feit dat in de praktijk het oordeel ‘zeer zwak’ soms bijgesteld wordt op basis van de zienswijze van het bestuur.

De VO-raad steunt – zonder te pleiten voor vergaande juridisering van het toezicht – de wens van besturen om ruimere reactiemogelijkheden te krijgen op een oordeel van de inspectie. De VO-raad ziet de uitkomsten van het onderzoek met belangstelling tegemoet.