Update wetswijziging ‘Verduidelijking burgerschap in het funderend onderwijs'

23 januari 2020

Op 15 januari 2020 heeft de Tweede Kamer schriftelijk gereageerd op het voorstel voor de wetswijzing ‘Verduidelijking burgerschap in het funderend onderwijs’. De Tweede Kamerfracties die gereageerd hebben, zijn overwegend positief over de wetswijziging. Daarnaast hebben zij nog wel enkele kanttekeningen en vragen.

De belangrijkste vragen:

  • Hoe worden scholen, anders dan bij de huidige wet, ondersteund in het vormgeven van burgerschapsonderwijs?
  • Kan het mbo praktische handvatten bieden aan het po en vo ter ondersteuning van het uitvoeren van de burgerschapsopdracht?
  • Wordt er tegemoetgekomen aan het probleem van steun bij uitvoering en het probleem van een gebrek aan kennis?
  • Welke ruimte hebben scholen om het burgerschapsonderwijs zo vorm te geven dat het overeenkomt met de grondslag en de identiteit van de school?
  • Hoe verhoudt dit zich tot de vrijheid van onderwijs?
     

Lees het volledige verslag van de schriftelijke inbrengronde.

Het gesprek in de Tweede Kamer gaat verder in het voorjaar. Na de behandeling in de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer nog akkoord gaan met de verduidelijking van de burgerschapsopdracht.

Ook VO-raad positief

De VO-raad staat positief ten opzichte van het wetsvoorstel en vindt het een meerwaarde dat de burgerschapsopdracht nu extra duiding krijgt; meer samenhang, structuur en een meer prominente plek binnen het onderwijs. De VO-raad heeft ook de overtuiging dat de wet voldoende ruimte biedt aan scholen voor een invulling van het burgerschapsonderwijs die recht doet aan de eigen identiteit of pedagogisch-didactische visie.

Kern van de wet
De nieuwe wet geeft scholen meer richting en is minder vrijblijvend: de burgerschapsopdracht aan scholen wordt verduidelijkt en er is vastgelegd dat scholen leerlingen kennis en respect moeten bijbrengen voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en ieders grondrechten. Kern van de wet is dat scholen op een doelgerichte en samenhangende wijze werken aan burgerschapsvorming. Scholen dienen een heldere visie en beleid te ontwikkelen op het burgerschapsonderwijs, met een door de leerjaren heen samenhangend programma, dat de burgerschapsvorming van leerlingen bevordert, waarbij de school tevens concreet formuleert wat leerlingen zullen leren. Daarnaast dient de school dit te evalueren en verantwoording af te leggen in schoolplan en schoolgids. Ook staat in de wet dat leerlingen op school met burgerschapsvaardigheden moeten kunnen oefenen en dat de school het goede voorbeeld dient te geven op dit vlak.