Wet aanpassing arbeidsduur arbeidsplaats en werktijd

08 juli 2015

Om flexibel werken te bevorderen heeft op 14 april 2015 de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur, arbeidsplaats en werktijd. Deze wet treedt op 1 januari 2016 in werking. Hieronder vindt u de wijzigingen.

Vanaf 1 januari 2016 kunnen werknemers bij hun werkgever een verzoek indienen om de arbeidstijden en de arbeidsplaats aan te passen. Nu kunnen werknemers alleen een verzoek doen om het aantal uren aan te passen. De termijn waarbinnen een werknemer een dergelijke aanvraag kan doen wordt verkort van een jaar naar een half jaar na aanvang van het dienstverband. Na afwijzing of inwilliging van het verzoek moet de werknemer nu nog twee jaar wachten voordat hij een nieuw verzoek mag doen. Het voorstel bekort deze termijn tot één jaar.

Verzoek inwilligen ingewikkeld in onderwijs

Dit laatste was al het geval op grond van artikel 6.1 lid 3 cao VO. In het onderwijs zal het echter ingewikkeld zijn om verzoeken tot het wijzigen van de arbeidsplaats en werktijd in te willigen en zal het normaliter alleen gaan over de tijd en plaats na de lessen. Bijvoorbeeld kan gedacht worden aan het thuis nakijken van toetsen en het voorbereiden van de lessen. De werknemer kan dit dan ook in de avonduren doen in plaats van op school na het geven van de lessen.

Niet inwilligen moet worden onderbouwd

De werknemer heeft het recht om een soortgelijk verzoek in te dienen en de werkgever dient op dat verzoek inhoudelijk te reageren. Het is vervolgens aan de werkgever om te onderbouwen waarom een dergelijk verzoek niet ingewilligd kan worden vanwege een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Afhankelijk van het soort verzoek kan volgens de nieuwe wet sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang als bijvoorbeeld de aanpassing leidt tot ernstige problemen op het gebied van veiligheid, van roostertechnische aard of van financiële of organisatorische redenen. 

Voor een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats geldt dit niet. Als de werkgever het verzoek van de werknemer om aanpassing van de arbeidsplaats wil afwijzen, dient er overleg te worden gevoerd met de werknemer. In dit geval is er meer sprake van het recht een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats in te dienen, hetgeen vervolgens wordt overwogen door de werkgever.