Zeeuws-Vlaanderen pleit in Tweede Kamer voor 'dunbevolktheidstoeslag'

14 maart 2019

Tijdens de commissievergadering in de Tweede Kamer is aandacht gevraagd voor de overgebleven scholen in de krimpregio Zeeuws-Vlaanderen. In bijna heel Nederland is krimp een thema. In Zeeuws-Vlaanderen speelt naast leerlingendaling 'dunbevolktheid' én concurrentie van Vlaamse scholen een grote rol. Een 'dunbevolktheidstoeslag' zou uitkomst bieden.

Sinds 2005 hebben scholen in Zeeuws-Vlaanderen te maken met (forse) krimp. Zodra een brede scholengemeenschap minder dan 1.100 leerlingen heeft, beginnen de problemen vaak te ontstaan. Volgens een rekenmodel van VO-Zeeuws-Vlaanderen heeft een brede scholengemeenschap minimaal 1.100 leerlingen nodig om financieel rond te komen. 

Volgens Dirck van Bennekom, bestuursvoorzitter van gezamenlijke Zeeuws-Vlaamse vo-scholen, bloeit de regio en er mag dan ook niet over ‘zielige scholen’ worden gesproken. Dat er sprake is van krimp in de regio is desondanks een feit. Dunbevolktheid, een slechte infrastructuur (bereikbaarheid via OV en snelweg) en ‘concurrentie’ uit België spelen een rol bij krimp in Zeeuws-Vlaanderen.

Concurrentie uit België

Een probleem voor de regio is dat Zeeuws-Vlaanderen leerlingen verliest aan België. Bij onze zuiderburen is kinderopvang goedkoper, is er een ruimere keuze in scholen en zijn scholen vaak dichterbij dan Nederlandse alternatieven. Bovendien biedt het Vlaamse onderwijs extra voorzieningen, zoals het ophalen van leerlingen

Mogelijke maatregel: dunbevolktheidstoeslag

Naast bekende maatregelen, zoals bestuurlijke fusies of een intensievere samenwerking met andere ketens in het onderwijs zoals het basisonderwijs of het bedrijfsleven, is er gepleit voor een dunbevolktheidstoeslag. Deze toeslag komt neer op een vangnetsubsidie waarbij er rekening wordt gehouden met de dunbevolktheid in een regio.

VO-raad over krimp

De VO-raad heeft al eerder bericht over krimpmaatregelen in Nederland. Zo is er een reactie gegeven op de beleidsreactie van de minister op het advies van de Commissie Dijkgraaf. De VO-raad deelt de mening dat ondersteuning in de vorm van financiële middelen kan worden ingezet als aangetoond is dat dit nodig is voor een geschikte oplossing. De VO-raad onderschrijft het belang van maatwerk en financiële middelen in regio’s waar het scholenaanbod in het gedrang kan komen. Dit sluit aan bij het pleidooi van de commissie Dijkgraaf voor maatwerk als uitgangspunt voor oplossingen in krimpregio’s.