Page 1 Copy 2 Created with Sketch.
Onderwijssoorten
De grote behoefte aan goede vakmensen, alsook het streven om het beste uit leerlingen te halen, vragen om een sterk vmbo. Zowel door de vo-sector als politiek zijn en worden stappen gezet om te komen tot meer eigentijds, aantrekkelijker en uitdagender vmbo-onderwijs dat leerlingen goed voorbereidt op de arbeidsmarkt en samenleving.

De beroepsgerichte leerwegen in het vmbo kampen al geruime tijd met een terugval in het aantal leerlingen, door de krimp en doordat steeds minder leerlingen voor deze leerwegen kiezen. Dit laatste heeft te maken met maatschappelijke ontwikkelingen als opwaartse druk en het - onterecht - negatieve imago van het (voorbereidend) beroepsonderwijs en de daaropvolgende beroepen als zijnde ‘laag’, zwaar en slecht betaald.

Dit terwijl er op dit moment in sectoren als techniek, zorg en ‘groen’ een groot tekort is aan goede vakmensen. Ook is simpelweg belangrijk dat leerlingen de onderwijssoort kiezen die het beste bij hen en hun talenten past, en niet alleen het havo of vwo omdat ‘praktisch’ minder goed zou zijn.

Om leerlingen voor wie dit meest passende onderwijssoort is, voor het vmbo te laten kiezen, worden langs twee lijnen maatregelen genomen. Ten eerste werkt de vo-sector eraan om een beter, realistisch beeld van het vmbo en de toekomstkansen die je ermee hebt, neer te zetten, onder andere via het Expertisepunt LOB. Daarnaast wordt gewerkt aan het verder versterken van het vmbo-onderwijs. De politiek heeft daarbij ook een aantal maatregelen genomen.

Nieuwe profielen

In augustus 2017 zijn alle vmbo-scholen overgestapt op 10 nieuwe profielen. Deze vervingen de 35 bestaande afdelingsprogramma’s. De profielen bestaan uit beroepsgerichte profielmodulen en keuzevakken waarmee een leerling zijn kennis of vaardigheden kan verbreden of verdiepen. Ze zorgen voor een minder versnipperd aanbod in het vmbo en maken het mogelijk voor scholen om aantrekkelijk, actueel onderwijs op maat te verzorgen en de aansluiting op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren. De keuzevakken kunnen leerlingen ook ondersteunen bij hun keuze voor een vervolgopleiding.

De VO-raad zet zich ervoor in dat scholen voldoende (financiële) ruimte hebben om uitvoering te geven aan de profielen, en biedt ondersteuning op dit vlak.

Vmbo-brief bewindslieden

Begin 2017 presenteerden toenmalig minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker – na input van onder meer de VO-raad – in een brief aan de Tweede Kamer daarnaast een aantal maatregelen voor de verdere versterking van het vmbo. De belangrijkste:

  • Meer aandacht voor praktijkgericht onderwijs in het vmbo (tl) en havo.
  • Vmbo-gl en tl worden samengevoegd tot één leerweg.
  • Meer ruimte voor scholen om programma’s aan te bieden die aansluiten bij de regionale arbeidsmarkt en de wensen van leerlingen.
  • Structurele ruimte voor vmbo- en mbo-scholen om in regionaal verband 5- of 6-jarige doorlopende leerroutes vmbo/mbo 1 en 2 in te richten. Leerlingen kunnen dan zonder eindexamen doorstromen naar het mbo en na 5 of 6 jaar hun mbo-diploma halen. Ook voor doorlopende leerroutes vmbo/mbo 3 en 4 komen er meer (wettelijke) mogelijkheden.
  • Stapelen binnen het vmbo wordt gestimuleerd.

Doel is om vmbo’ers zo meer aantrekkelijk onderwijs, maatwerk en kansen te bieden, en de aansluiting op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren. Momenteel wordt via het programma ‘Sterk beroepsonderwijs’ gewerkt aan het verder uitwerken en invoeren van de maatregelen.

De VO-raad vraagt ook hierbij aandacht voor het belang van toereikende bekostiging en biedt scholen ondersteuning.

100 miljoen voor versterking vmbo techniek

Het kabinet stelt tenslotte vanaf 2018 jaarlijks structureel 100 miljoen euro beschikbaar specifiek voor de versterking van het techniekonderwijs op het vmbo. Met dit geld kunnen vmbo-scholen in de regio - ook bij leerlingendaling - een dekkend, kwalitatief hoogstaand aanbod aan techniekonderwijs blijven aanbieden. Ze kunnen het geld bijvoorbeeld investeren in personeel, materieel, (nieuwe) keuzevakken of samenwerking met het bedrijfsleven.