Wat speelt er?

De besturen in het vo hebben 2019 afgesloten met een positief financieel resultaat. Dit blijkt uit de brief die minister Slob aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarbij geeft de minister direct aan dat deze brief eigenlijk te vroeg is voor een goede analyse van de financiële situatie van het onderwijs. Voor een volledige analyse wordt verwezen naar de nog uit te brengen Financiële Staat van het Onderwijs eind dit jaar.

Het positieve resultaat over 2019 is in het vo € 185 mln. Zonder de gelden uit het convenant (€ 150 mln. uitgekeerd aan besturen in november 2019 en door hen in overleg met het personeel uitgegeven 2020 en/of nog deels uit te geven in 2021), blijft er van dit resultaat nog € 35 mln over. Dit is ongeveer 0,35% van de totale jaarlijkse bekostiging. Het is ook een lager resultaat dan in 2018 van € 91,4 mln. maar wel hoger dan er door de besturen is begroot over 2019. De begroting ging nog uit van een negatief exploitatieresultaat van € 32,6 mln.

(uit: Financiële positie van onderwijsbesturen in 2019; brief OCW)
Jaar Begroting Resultaat Verschil
2016 -37,6 23,1 60,7
2017 -32,7 63,9 96,6
2018 30,8 91,4 60,6
2019 -32,6 185,5 218,0


Dat er toch nog een positief resultaat is gerealiseerd ten opzichte van een begroot negatief resultaat heeft onder andere als mogelijke oorzaak de onvoorspelbaarheid van de bekostiging en de late communicatie erover. De geplande vereenvoudiging van de bekostiging zou de onvoorspelbaarheid (deels) moeten verhelpen.

Inmiddels is de wet Vereenvoudiging Bekostiging ook door de Eerste Kamer zodat de invoeringsdatum van 1 januari 2022 nu definitief is. Tegelijk met de vereenvoudiging wordt ook voorzien in een aparte regeling ‘geïsoleerde scholen’ waarbij de in aanmerking komende scholen, onder voorwaarden, extra financiering ontvangen. Voor meer informatie over de vereenvoudiging verwijzen we naar betreffende pagina.

Reserves

Doordat er opnieuw sprake is van een positief exploitatieresultaat zijn de totale reserves in de vo-sector opnieuw gestegen. Om te bepalen of, op bestuursniveau, de reserves mogelijk te hoog zijn is door de Inspectie een signaleringswaarde ontwikkeld waarbij het Normatief Eigen Vermogen wordt bepaald. De inspectie benadrukt dat de signaleringswaarde voor de hoogte van het eigen vermogen geen norm is (en dus niet ontwikkeld is om een sectoraal beeld te duiden), maar een startpunt voor een gesprek met het betreffende bestuur. Een bestuur kan immers goede redenen hebben om tijdelijk meer eigen vermogen aan te houden dan de signaleringswaarde aangeeft.

De signaleringswaarde wordt als volgt opgebouwd:

+ 0,5 * aanschafwaarde gebouwen *1,27
+ boekwaarde resterende materiële vaste activa
+ omvangafhankelijk rekenfactor * totale baten
= Normatief Eigen Vermogen

De bufferfunctie (omvangafhankelijke rekenfactor * totale baten) wordt hierbij als volgt berekend:

  • 5% voor besturen met totale baten groter of gelijk aan € 12 miljoen
  • onder de € 12 miljoen loopt de rekenfactor geleidelijk op van 5% tot uiteindelijk 10% bij besturen met totale baten van € 3 miljoen
  • voor besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen wordt geen rekenfactor toegepast, maar een vaste risicobuffer van € 300.000,-
     

Van besturen wordt verwacht dat de hoogte van hun eigen vermogen en de onderbouwing daarvan een vast onderdeel wordt van hun verantwoording en van de gesprekken met de interne stakeholders. Vanaf verslagjaar 2020 dient de signaleringswaarde in het bestuursverslag te worden opgenomen en vanaf verslagjaar 2021 in de jaarrekening. In de meerjarenbegroting kunnen besturen laten zien waarom ze sparen voor een investering en voor wanneer die gepland staat, zodat de reserve wordt afgebouwd.

Samenwerkingsverbanden

Meer nog dan bij de individuele schoolbesturen liggen de forse reserves bij de samenwerkingsverbanden onder vuur. De (politieke) druk is hoog om hier op zeer korte termijn zodanig te handelen dat de reserves terug zullen lopen. Ook de samenwerkingsverbanden kennen inmiddels een signaleringswaarde voor het Normatief Eigen Vermogen. Voor samenwerkingsverbanden is deze samengesteld als 0,035 × totale bruto baten, maar minimaal een risicobuffer van € 250.000,-. Over 2019 hadden de samenwerkingsverbanden een beperkt negatief resultaat van € 1,1 mln. De dalende trend van het exploitatieresultaat vanaf 2016 zet daarmee wel door maar is te klein om de reserves serieus te verlagen.

Prestatiebox

De regeling voor de prestatiebox gelden liepen tot en met 2020. Na evaluatie is vastgesteld dat veel doelen uit het sectorakkoord bereikt zijn. Van het totale bedrag van € 333 mln. (bedrag 2020) zal er ongeveer € 216 mln. opgenomen worden in de lumpsum. De overige € 116 mln worden beschikbaar gesteld als doelfinanciering waarvan de doelen in het nu afgelopen sectorakkoord onvoldoende gehaald zijn: strategisch HRM, aanpak thuiszitters en zomerscholen en andere effectief gebleken initiatieven om zittenblijven te voorkomen.

Corona

De coronapandemie zorgt voor extra kosten. Vooralsnog lijken die kosten relatief mee te vallen en dienen deze kosten gefinancierd te worden uit de eigen aanwezige reserves. Anders zou dit eventueel kunnen zijn als gevolg van het onderzoek naar de luchtventilatie op scholen. Door het LCVS is dit onderwerp wel op de agenda gezet voor zover het gaat om kosten die nu (of in de toekomst) door scholen gemaakt moeten worden met betrekking tot ventilatiesystemen. Als het gaat om gebouwen die niet voldoen aan reeds bestaand (pre-corona) normen, dan ligt extra financiering minder voor de hand. Voor investeringen rondom luchtkwaliteit is een regeling in de maak waarbij het Rijk in eerste instantie € 100 mln. en later € 260 mln. in co-financiering beschikbaar stelt.

 

Senior beleidsadviseur bekostiging en bedrijfsvoering

Nico van Zuylen

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2
Senior beleidsadviseur bekostiging en bedrijfsvoering

Paul Huisman

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2