Wat speelt er?

Minister Slob stuurde eind 2019 een wetsvoorstel over de vereenvoudiging bekostiging vo naar de Tweede Kamer, nadat eerder gebleken was dat de Raad van State geen opmerkingen had. Het – na jarenlange voorbereiding en discussie – door de minister gepresenteerde totaalpakket van maatregelen heeft de steun van de VO-raad. In de voorstellen is in voldoende mate tegemoet gekomen aan de kritiekpunten op eerdere uitwerkingsvoorstellen. De VO-raad houdt overigens – zonder af te doen aan die steun – bezwaren tegen het plan van de minister om extra middelen voor scholen in dunbevolkte gebieden te dekken uit de lumpsum.

Voorstel nieuw bekostigingsmodel vo

De VO-raad en OCW willen een nieuwe bekostigingsmodel invoeren, omdat het huidige model verouderd, complex en niet altijd rechtvaardig is. Een brede school ontvangt bijvoorbeeld voor een havoleerling meer geld dan een smalle scholengemeenschap, doordat voor die havoleerling een gunstiger leerling-/leraarratio geldt. Ook krijgt een groot schoolbestuur met veel kleine scholen (brinnummers) een relatief hogere vergoeding per leerling dan een even groot schoolbestuur met een of enkele grote scholen. Bij meer kleine scholen zijn er namelijk meer vaste voeten. Het systeem kan zo ook ongewenste financiële prikkels geven en strategisch gedrag in de hand werken. Scholen zouden om financiële redenen kunnen kiezen voor het fuseren of defuseren van vestigingen, scholen of besturen.

In overleg is daarom gewerkt aan een nieuw bekostigingsmodel vo. De VO-raad heeft eind 2012 in een brief aan toenmalig staatssecretaris Dekker kenbaar gemaakt aan welke voorwaarden dit nieuwe model volgens zijn leden moet voldoen. Het rapport dat de Onderwijsraad in 2014 uitbracht over bekostiging vo, sloot hierbij aan.

Nieuwe bekostigingsstructuur

In het voorstel voor de nieuwe bekostigingsstructuur wordt de bekostiging gebaseerd op vier pijlers. Een school ontvangt een vast geldbedrag voor de hoofdvestiging en een kleiner vast bedrag voor nevenvestigingen. Er is een basistarief voor leerlingen in het algemeen vormende onderwijs en een hoger tarief voor leerlingen in het praktijkonderwijs en in de bovenbouw van de beroepsgerichte leerwegen. Hiervoor is gekozen omdat scholen voor theoretisch onderwijs minder kosten maken. Uitzondering hierop is de gemengde leerweg (GL). Op ons aandringen is hiervoor een aanvullende bekostigingsregeling gemaakt. De beroepsgerichte onderdelen maken GL namelijk duurder dan algemeen vormend onderwijs, maar niet zo kostbaar als praktijkonderwijs en de bovenbouw van beroepsonderwijs. Ook voor geïsoleerd gelegen scholen komt er een aparte regeling om de effecten van de krimp te compenseren.

Met deze regelingen voor de gemengde leerweg en voor geïsoleerd gelegen scholen komt dit bekostigingsmodel tegemoet aan een aantal belangrijke kritiekpunten zoals die door de VO-raad tegen een eerdere uitwerking naar voren werden gebracht. Met dit pakket voorstellen is ook in voldoende mate voldaan aan de door de VO-raad geformuleerde uitgangspunten. De VO-raad heeft veel gesproken met het ministerie om de herverdelingsgevolgen te beperken. De vereenvoudiging betreft alleen de basisbekostiging. Aanvullende regelingen zoals de prestatiebox, de regeling Randstadmiddelen functiemix en het leerplusarrangement vallen niet onder de vereenvoudiging.

Dekking krimpregeling uit lumpsum onjuist

Geïsoleerd gelegen scholen krijgen – in lijn met de adviezen van de commissie-Dijkgraaf – extra geld om hun bedrijfsvoering op orde te houden. Dit juichen wij toe. Dit kost in eerste instantie naar schatting € 22 miljoen per jaar, een bedrag dat oploopt tot € 29 miljoen per jaar. De minister wil dit verrekenen met de lumpsum van alle scholen, waardoor er voor de scholen die niet voor de regeling in aanmerking komen minder overblijft. De VO-raad heeft tegen deze wijze van financieren grote bezwaren. Met dit voorstel wordt één van de aanbevelingen van de commissie-Dijkgraaf ingevoerd zonder extra financiële middelen. Dekking buiten de lumpsum ligt veel meer voor de hand. Immers, doordat het aantal leerlingen in het vo vanwege de krimp met 12% daalt, gaat ook de lumpsum met een dergelijk percentage omlaag. Dekking van de regeling voor scholen in dunbevolkte gebieden uit die terugloop van het beslag op de Rijksbegroting is in onze ogen een logische keuze.

Herverdeeleffecten inzichtelijk via nieuw instrument

De vereenvoudiging van de bekostiging betekent dat er niet meer gerekend wordt met ruim veertig parameters maar met vier. De actuele herverdeeleffecten zijn voor scholen inzichtelijk met een vernieuwd instrument waarin ze hun informatie kunnen invoeren en kunnen zien wat ze zouden ontvangen als het vereenvoudigingssysteem nu zou gelden. Dit kan op bestuursniveau worden getoond, maar ook op schoolniveau. Hiervoor worden de voorlopige leerlingaantallen van 1 oktober 2018 gebruikt. Als de vereenvoudiging in werking treedt volgens de gewenste planning, namelijk op 1 januari 2022, dan worden de data van 2021 gebruikt voor de nieuwe parameters.

De huidige basisbekostiging betreft het totaal van de bekostiging voor personeel en exploitatie (inclusief het lesmateriaal). Aanvullende bekostiging, zoals de ondersteuningsbekostiging voor lwoo/ pro, de Randstadmiddelen functiemix en IGVO, is hier niet in meegenomen.

Groen onderwijs

De bekostiging van het vbo-deel van de Agrarische Opleidingscentra (aoc) valt onder de Wet Educatie en Beroepsonderwijs en gaat daarom niet mee in het wetsvoorstel van de Vereenvoudiging van de bekostiging van het vo. De betreffende instellingen zijn om die reden niet terug te zien in de informatietool. Met het wetsvoorstel waarmee aoc’s worden omgevormd tot verticale scholengemeenschappen, komt het vbo-deel onder de WVO te vallen. Bij inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zal het vbo aan aoc’s op dezelfde vereenvoudigde wijze worden bekostigd.

Overgangsregelingen

Er zijn twee overgangsregelingen voor de invoering van het nieuwe bekostigingsmodel. In de algemene regeling werkt elk schoolbestuur in vier jaar tijd naar de nieuwe situatie. Voor de schoolbesturen met een negatief herverdeeleffect van meer dan 3 procent komt er een overgangsregeling van vijf jaar. Deze corrigeert het werkelijke herverdeeleffect zodanig dat dit gedurende deze vijf jaar behandeld wordt als was het 3 procent.

Het ministerie van OCW werkt daarnaast in overleg met de VO-raad aan oplossingen voor de overige aandachtspunten. De beoogde invoeringsdatum van het nieuwe bekostigingsstelsel is 1 januari 2022.

Senior beleidsadviseur bekostiging en bedrijfsvoering

Nico van Zuylen

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2
Senior beleidsadviseur bekostiging en bedrijfsvoering

Paul Huisman

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2