Wat speelt er?

Het thema ‘bevordering en zittenblijven’ staat volop in de schijnwerpers in de sector. Om leerlingen kansen te bieden in deze coronatijd - met periodes van schoolsluitingen - hanteren steeds meer scholen het uitgangspunt ‘Waar mogelijk gaan alle leerlingen over’ en passen ze hun overgangsbeleid hierop aan. En ook vòòr corona keken steeds meer scholen al kritisch naar hoe ze omgaan met overgaan en zittenblijven; aanleiding hiervoor was een aantal onderzoeken waaruit blijkt dat zittenblijven geen positieve invloed heeft op de schoolloopbaan en motivatie van leerlingen.

Corona

Naar aanleiding van de coronacrisis hebben veel scholen in het schooljaar 2019-2020 hun beleid voor zittenblijven en overgaan opnieuw bekeken en waar gewenst aangepast. Hierbij vond een verschuiving plaats van het strikt hanteren van uniforme overgangsnormen (waarbij cijfers leidend zijn) naar meer maatwerk: voor elke leerling die dreigt te blijven zitten kijken wat de specifieke context is (werkhouding, omstandigheden etc.) en wat de mogelijkheden zijn om over te gaan, bijvoorbeeld via extra begeleiding en/of leertijd. Dit schooljaar zien we een soortgelijke ontwikkeling op scholen. 

De VO-raad biedt ondersteuning rond het aanpassen van het bevorderingsbeleid (in crisistijd).

Onderzoek: zittenblijven niet effectief

Corona is daarmee een versneller van een beweging die al langer gaande is: steeds meer scholen heroverwegen hun beleid rond overgaan en zittenblijven. Een aantal scholen experimenteerde de afgelopen jaren al met alternatieven voor zittenblijven, waarbij leerlingen via maatwerktrajecten de mogelijkheid krijgen alsnog over te gaan.

Aanleiding hiervoor was dat uit onderzoek van het CPB (2015) blijkt dat Nederland internationaal gezien relatief veel zittenblijvers heeft (gemiddeld tussen de 5 en 6% van de vo-leerlingen) en dat dit zittenblijven vaak ineffectief is. Het is voor veel leerlingen erg demotiverend en draagt lang niet altijd bij aan een succesvol vervolg van de schoolloopbaan. 

Zie de belangrijkste conclusies van het CPB-onderzoek naar zittenblijven

Uit het CPB-onderzoek:

Zittenblijven wordt in de hand gewerkt door ons onderwijssysteem, waarbij wordt gewerkt met jaarklassen en een relatief vroege selectie in verschillende ‘tracks’ met harde tussenschotten en eindniveaus. Dit zittenblijven is in veel gevallen echter niet effectief. Er kunnen goede redenen zijn om een individuele leerling te laten doubleren, maar voor veel leerlingen geldt dat zij ondermaats presteren op slechts één of enkele vakken. Het is dan zonde als zij een heel jaar moeten overdoen. Daarnaast brengt zittenblijven sociaal-emotionele ‘kosten’ met zich mee. Het is vaak erg demotiverend voor leerlingen die op slechts een of een paar vakken tekortkomen en kan de prestaties van deze leerlingen en hun medeleerlingen negatief beïnvloeden. Hier bovenop komen nog indirecte kosten: zittenblijvers betreden later de arbeidsmarkt en leveren de overheid dus bijvoorbeeld minder belastinginkomsten op. Volgens het CPB gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer 900 miljoen per jaar.

Het is dus waardevol om met alternatieven voor zittenblijven te experimenteren, aldus het CPB. De VO-raad onderschrijft dit. 
 

Lees het gehele CPB-onderzoek: 'Zittenblijven in het po en vo: Een inventarisatie van de voor- en nadelen'


Zie ook de 'Vraag en antwoord' van de Kennisrotonde: Heeft het strikt toepassen van overgangsnormen in het vo positief effect op de prestaties van zittenblijvers?

Koers voortzetten

Het is de ambitie van de sector om de komende jaren de koers om zittenblijven verder terug te dringen, voort te zetten. Hierbij kunnen de ervaringen uit de coronaschooljaren worden benut, zowel als het gaat om het anders vormgeven van het overgangsbeleid – waarbij in principe alle leerlingen overgaan - als om de gevolgen hiervan. Er is bijvoorbeeld al bekend dat in 2019-2020 het aantal zittenblijvers sterk is afgenomen; onderzocht wordt nog wat dit voor de volgende leerjaren betekent. 

In het geactualiseerde Sectorakkoord VO 2019-2020 werd (opnieuw) afgesproken dat het zittenblijfpercentage in 2020 moet zijn teruggebracht tot 3,8%. De middelen voor het voorkomen van zittenblijven blijven ook in 2021 en 2022 via de prestatiebox gereserveerd om deze ambitie te halen. Daarnaast kunnen scholen de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs inzetten om leerlingen die door de coronamaatregelen op sommige gebieden achterstanden hebben, maatwerk te bieden bij het bijspijkeren van hun kennis en vaardigheden, en daarmee ook zittenblijven te voorkomen  

Senior beleidsadviseur eigentijds onderwijs, onderwijstijd, overgang naar ho, internationalisering

Carolien Hueting

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2