Wat speelt er?

Tweede Kamer stemt in met aangepaste burgerschapswet
Scholen hebben de wettelijke opdracht om aandacht te besteden aan ‘actief burgerschap en sociale integratie’. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat de burgerschapsopdracht aan het onderwijs verduidelijkt (stemming 17 november 2020). Het voorstel zorgt ervoor dat de regels voor het burgerschapsonderwijs in zowel po als vo verplichtender worden. De wettelijke regels schrijven voor waar het burgerschapsonderwijs aan moet voldoen.
De overheid acht het bevorderen van verbinding met en participatie in de samenleving van groot maatschappelijk belang. In Nederland is dat met respect voor elkaar, voor de democratie en de rechtstaat en voor de vrijheden die iedereen heeft. Kinderen kennen die waarden niet vanzelf: die moeten worden onderwezen en onderhouden. Daarbij speelt de school een belangrijke rol. Daarom geldt sinds 2006 voor scholen de wettelijke opdracht om aandacht te besteden aan burgerschap. Scholen zijn verplicht om:
 
  • een visie te ontwikkelen en uit te werken rond burgerschapsonderwijs;
  • de opbrengsten te evalueren;
  • verantwoording daarover af te leggen in schoolplan en schoolgids.

Uit onderzoek blijkt dat veel scholen nog geen heldere visie en planmatige, opbrengstgerichte aanpak hebben wat betreft burgerschapsonderwijs. 

Invoering wet: 1 augustus 2021

Vanaf 2018 is daarom gewerkt aan een wetsvoorstel dat scholen meer richting geeft en de burgerschapsopdracht minder vrijblijvend maakt. Dit geeft de inspectie ook de mogelijkheid om met scholen hierover in gesprek te gaan. 

De voorgestelde herziening van de burgerschapsopdracht voor het funderend onderwijs luidt nu als volgt:  

Kern wetsvoorstel 'Verduidelijking burgerschap': Artikel 17.
Actief burgerschap en cohesie

1. Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op:
 

  • het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaardenop school;
  • het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving en;
  • het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicapof seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. 

2. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in het derde lid, onder c, genoemde verschillen.

Het wetsvoorstel zal eerst in de Eerste Kamer worden besproken. Wettekst 17 november 2020. De wet treedt naar verwachting 1 augustus 2021 in werking.

Leerlijn

Naast de nieuwe wet heeft een ontwikkelgroep (Curriculum.nu), zich gebogen over een invulling van de leerlijn ‘Burgerschap voor po en vo’.

Het project 'Versterking burgerschap' heeft in beeld gebracht wat allemaal onder burgerschap kan vallen.