Wat speelt er?

In het onderwijs streven scholen ernaar om een inclusieve (leer-)omgeving aan te bieden waarin élke leerling en medewerker zich optimaal kan ontwikkelen, ongeacht geslacht, leeftijd, inzetbaarheid, competenties, lichamelijke beperking, functie en culturele achtergrond of levensbeschouwing. Het lukt het nog niet overal om dat terug te laten zien in de opbouw van het personeelsbestand.

Standpunt VO-raad

De VO-raad onderschrijft het belang van een inclusieve organisatie en wijst zijn leden op de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor ondervertegenwoordigde groepen. Meer diversiteit en daarmee representatiever samengestelde teams bevorderen de aansluiting met andere culturele groepen in de samenleving en kunnen daarmee een positief effect hebben op onder meer kansengelijkheid. ‘Meer vrouwelijke bestuurders’ past hier in maar het thema reikt verder dan dat alleen.

Ondervertegenwoordigd is ook de groep mensen met een arbeidsbeperking, in Nederland hebben we 2,1 miljoen mensen met een arbeidsbeperking. De zogeheten banenafspraak biedt scholen kansen om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen én goed personeel binnen te halen. Met de afspraak worden ook meer baankansen gecreëerd voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs, die onder de doelgroep vallen. Dit onderstreept nog meer het grote belang van de afspraak voor de onderwijssector; we kennen dit deel van de doelgroep en we weten hoe waardevol het hebben van een baan voor hen is.

Inwoners niet-westerse achtergrond ondervertegenwoordigd

Volgens het Centraal Bureau van de Statistiek neemt het aantal inwoners met een migratie-achtergrond in Nederland toe. In het onderwijs zijn deze bevolkingsgroepen ondervertegenwoordigd. In 2014 had 5,4 procent van het personeel in het voortgezet onderwijs een niet-westerse achtergrond. Uit het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek 2014 blijkt dat mensen met een niet-westerse achtergrond het vaakst werkzaam zijn als onderwijsondersteunend personeel en het minst sterk zijn vertegenwoordigd in het management. Voor leerlingen geldt dat 23,1% van de leerlingen in het VO een niet-westerse achtergrond heeft. In sommige (stads-)regio’s en onderwijstypes is dat percentage hoger (BRON CBS).

Vrouwen in het onderwijs

Het percentage vrouwen werkzaam in het VO is licht gestegen. Dit aandeel nam toe van 49,9% in oktober 2017 tot 50,6% in oktober 2018. Onder het onderwijsgevend personeel (leraren) nam dit aandeel toe tot 50,0%. Ook in de directie is een lichte stijging te zien.

voor vrouwen in het onderwijs is het verschil met salarissen in de marktsector relatief kleiner dan voor mannen. Vrouwen hebben (bij hetzelfde opleidingsniveau en ervaring) een hoger uurloon in het onderwijs dan in de marktsector, dit speelt met name indien zij in deeltijd werken. Het is voor vrouwen dus financieel aantrekkelijker om in het onderwijs te werken dan in de marktsector, met name als zij behoefte hebben aan een parttimefunctie.

Senior beleidsadviseur arbeids- en werkgeverszaken

Gemma Hufen

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2