Page 1 Copy 2 Created with Sketch.
CAO VO & Arbeidszaken
In 2013 zijn in het Sociaal Akkoord afspraken gemaakt over het aannemen van werknemers met een arbeidsbeperking. Het is de bedoeling dat het bedrijfsleven 100.000 extra banen voor deze doelgroep creëert en de sector overheid 25.000 extra banen. Deze banen moeten in 2023 gerealiseerd zijn, ten opzichte van het aantal banen op 1 januari 2013. De banenafspraak is wettelijk verankerd in de Participatiewet. De sociale partners in het voortgezet onderwijs hebben zich aan de afspraak verbonden en deze verwerkt in de CAO VO.

Voor het voortgezet onderwijs geldt dat eind 2023 in totaal 2640 extra banen moeten zijn gecreëerd. Jaarlijks moeten 264 extra banen worden geschapen.

De vo-sector onderschrijft het belang van de banenafspraak en spant zich in om nieuwe banen te creëren. De sector is zich bewust van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en van het maatschappelijke belang van de banenafspraak. Het creëren van kansen voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs, die onder de doelgroep vallen, onderstreept dit belang voor de sector. We kennen dit deel van de doelgroep en we weten hoe waardevol ‘het hebben van een baan’ voor hen is.

Tussentijdse cijfers

Werkgevers bij de overheid en in het onderwijs hebben tot op heden 3.600 extra banen gecreëerd. Daarmee is de afspraak voor 2016 (6.500 banen) niet gehaald, zo blijkt uit cijfers over 2016 van het ministerie van SZW. De overheid- en onderwijswerkgevers lopen daarmee achter op de marktsector. Dit heeft te maken met een aantal knelpunten die deze werkgevers ten opzichte van de markt hebben zoals de uitstroom van overheidsmedewerkers uit voorgaande regelingen, uitbesteding van schoonmaak- en cateringarbeidsplaatsen, en andere regelgeving die geldt voor overheidsorganisaties.

Voor de vo-sector zijn er ten opzichte van de nulmeting 50 formele aanstellingen (op basis van een arbeidsovereenkomst) bijgekomen. De inleenverbanden/ detacheringen zijn niet bij deze cijfers opgeteld, de verwachting is dat het UWV de cijfers in 2019 kan koppelen aan de individuele sectoren.