Page 1 Copy 2 Created with Sketch.
Curriculum
De Onderwijsraad concludeerde in 2014 dat curricula in Nederland overladen en versnipperd zijn. Ze zouden, in vergelijking met andere landen, te weinig worden herzien. Ook voelen leraren zich onvoldoende betrokken bij de herziening. In het Sectorakkoord VO 2014-2017 heeft de sector voortgezet onderwijs met het kabinet de ambities voor eigentijds onderwijs vastgelegd.

Begin 2015 riep staatssecretaris van OCW Sander Dekker het onafhankelijk Platform Onderwijs2032 in het leven. Het platform, o.l.v. Paul Schnabel, kreeg de opdracht om een advies aan het kabinet te schrijven dat antwoord geeft op de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs nodig hebben om volwaardig in de (toekomstige) samenleving te participeren, met als doel tot een toekomstgericht curriculum te komen.

Dialoog in fases

Het platform startte met een dialoogfase in de periode februari 2015 tot oktober 2015. In deze fase is actief de dialoog gevoerd met het onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijk-culturele instellingen. Op basis van deze fase presenteerde het platform op 1 oktober 2015 een hoofdlijnenadvies over toekomstbestendig onderwijs. Vervolgens is dit advies verdiept met de uitkomsten van gespreksrondes tussen oktober 2015 en januari 2016. Het platform gebruikte in deze fase ook wetenschappelijke inzichten en voorbeelden uit andere landen.

Op 23 januari 2016 presenteerde het platform het eindadvies met als hoofdlijnen:

Toekomstbestendig onderwijs bestaat volgens het platform uit een curriculum waarin leerlingen:

  • Een vaste basis aan kennis en vaardigheden opdoen, waarmee ze vakoverstijgend leren denken en werken.
  • Hun kennis en vaardigheden verdiepen en verbreden, met hun eigen mogelijkheden en interesses als leidraad.
  • Zich als persoon vormen waar het gaat om de ontwikkeling van hun identiteit, hun creativiteit en een gezonde leefstijl.


Verdiepingsfase over de rol van leraren

In mei 2016 startte de Verdiepingsfase Onderwijs2032. Deze fase bestaat uit twee parallelle trajecten en duurt tot november 2016. Het doel van deze fase is de rol van leraren bij Onderwijs2032 te versterken. Zo onderzoekt de Onderwijscoöperatie tot 1 november 2016 zelfstandig het draagvlak van het advies onder leraren en welke rol leraren in het vervolg willen nemen. Daarnaast brengt een brede regiegroep, met voorzitters van de VO-raad, PO-Raad, AVS, LAKS, Ouders & Onderwijs en de Onderwijscoöperatie, samen met het onderwijsveld in kaart hoe scholen aan toekomstgericht onderwijs werken. Ook de betekenis van de curriculumherijking voor de aansluiting op het vervolgonderwijs en de lerarenopleidingen maakt onderdeel uit van deze verdiepingsfase. De regiegroep wordt inhoudelijk ondersteund door het bureau ‘Ons Onderwijs 2032’. De opbrengsten van beide trajecten worden vervat in een tweetal rapporten, die samen met de beleidsreactie medio november 2016 worden aangeboden aan de Tweede Kamer.