Praktijk & ondersteuning

Vo-scholen hebben de belangrijke opdracht om alle leerlingen gelijke kansen te bieden, ongeacht hun afkomst of thuissituatie. Om de kansengelijkheid binnen de eigen school te bevorderen, kunnen zij actie ondernemen op diverse terreinen die raken aan dit thema. Op deze pagina vindt u een – niet uitputtend – overzicht van mogelijke acties en daarbij beschikbare ondersteuning.
Aanvullend onderwijs

Scholen kunnen zelf binnen de eigen schoolmuren kosteloos aanvullend ondersteunend onderwijs organiseren (buiten de reguliere onderwijstijd), zoals bijles, toetstraining en huiswerkbegeleiding. Zo wordt gegarandeerd dat alle leerlingen - ook leerlingen wiens ouders particulier aanbod lastig kunnen betalen - hier toegang toe hebben. Bij het organiseren hiervan geldt wel een aantal aandachtspunten

Momenteel wordt vanuit het project ‘Gelijke kansen voor een diverse jeugd’ van NWa nader onderzoek gedaan naar dit onderwerp. De VO-raad volgt dit en dringt hierbij aan op concrete handvatten voor scholen.

Begeleiding door vrijwilligers 
Om kansenongelijkheid tegen te gaan, heeft een aantal organisaties initiatieven opgezet, waarbij leerlingen extra begeleiding en aanbod door vrijwilligers krijgen aangeboden. Op de website ‘Samen zijn we sterker’ vindt u een overzicht van deze initiatieven. 

Taalachterstand
Voor leerlingen die specifiek risico lopen op een taalachterstand, kunnen scholen bijvoorbeeld extra taalles organiseren. Daarnaast is het voor deze groep leerlingen extra belangrijk om op school een leescultuur te creëren, bijvoorbeeld door lezen echt onderdeel te maken van het curriculum en te investeren in een ruim leesaanbod op school en samenwerking met bibliotheken en leesspecialisten. 

Kansrijkere overgang po-vo en flexibilisering onderbouw

Leerlingen uit de lagere sociaal-economische klasse krijgen relatief vaker een niet passend schooladvies en hebben soms wat meer tijd nodig om tot bloei te komen. Vanuit huis krijgen zij soms ook een minder goede voorbereiding op het vo mee. Om deze groep leerlingen gelijke kansen te geven op een soepele overgang en een plek in een passende schoolrichting, kan het voor scholen onder meer lonen om: 
 

  • Te investeren in de warme overdracht, waarbij informatie wordt uitgewisseld met het po over een bepaalde leerling. Deze kennis kan worden meegenomen in de verdere beoordeling en begeleiding van een leerling in de onderbouw vo.
  • (Bepaalde) leerlingen alvast te laten proefdraaien in het vo en/of hen extra te begeleiden rond de overstap. Ook kan een doorstroomprogramma po-vo worden ingevoerd. Voor ondersteuning op dit vlak kunt u terecht bij het programma Voortgezet Leren van de VO-raad: info@voortgezetleren.nl.
  • Met basisscholen te bespreken hoe ze het schooladvies bepalen en te evalueren hoe dit uitpakt in de praktijk. 
  • Dubbele adviezen gemeengoed te maken. Met po-scholen kan worden afgesproken om kinderen waarbij ook maar enigszins twijfel is over de meest passende onderwijssoort, altijd een gemengd advies te geven. 
  • De onderbouw te flexibiliseren, zodat leerlingen in deze leerjaren meer mogelijkheden hebben om nog – gedeeltelijk – naar een andere onderwijssoort over te stappen. Zo kan een brede brugklas worden ingericht of 10-14 onderwijs worden georganiseerd, en kunnen scholen (verder) investeren in maatwerkmogelijkheden, waarbij een leerling bijvoorbeeld de kans krijgt een aantal vakken op een hoger niveau af te ronden. Op de themapagina's 'Overgang po-vo' en Maatwerk vindt u meer informatie over beschikbare ondersteuning op dit vlak. 
  • Alle leerlingen aan het eind van de tweede klas van het vo een advies te geven over een passend vervolg in het vo. 
Latere overgangen

Ook later in hun schoolcarrière is het belangrijk de genoemde groep leerlingen goede kansen te geven om – gedeeltelijk – op te stromen of diploma’s te stapelen (binnen het vo) en/of om soepel naar een passende vervolgopleiding door te stromen. Ook in dit kader zijn goede maatwerkmogelijkheden van belang. Daarnaast is het belangrijk om – zodra dit gaat gelden – op een goede manier uitvoering te geven aan het wetsvoorstel doorstroomrecht vmbo-havo en havo-vwo, en om in samenwerking met het mbo en ho tot een goede programmatorische aansluiting vo-mbo en vo-ho te komen. 

Deze groep leerlingen kan verder gebaat zijn bij extra stimulans en ondersteuning bij het maken van een overstap. Scholen kunnen bijvoorbeeld inzetten op extra begeleiding rond de overstap en een doorstroomprogramma vmbo-havo of vmbo-mbo organiseren. Voor ondersteuning op dit vlak kunt u terecht bij het programma Voortgezet Leren van de VO-raad: info@voortgezetleren.nl.

In dit kader zijn ook investeringen in een warme overdracht belangrijk. Tenslotte kan worden ingezet op LOB, waarbij leerlingen die vanuit huis niet altijd begeleiding krijgen op dit vlak, ook de kans krijgen te ontdekken welke vervolgroute het beste bij hun interesses en mogelijkheden past. Zie voor ondersteuning op dit vlak de themapagina LOB.

Investeren in leraren

Investeringen in leraren kunnen ook bijdragen aan de kansengelijkheid. Bijvoorbeeld door als school voldoende tijd vrij te maken voor leraren om leerlingen die dit nodig hebben, extra aandacht en begeleiding te bieden, en hen de kans te geven zich verder te professionaliseren op dit vlak. Voor kansarmere leerlingen kan het een groot verschil maken om een vaste mentor/coach te hebben, die hen begeleidt en ondersteunt, aanmoedigt, adviseert en hoge verwachtingen heeft. Ook kunnen leraren zich verder professionaliseren in het differentiëren en het ‘goed omgaan met leerlingen met verschillende achtergronden’, en het voorkomen van bias en vooringenomenheid op dit vlak. Zie in dit kader ook het traject 'Community Urban Education'

Tenslotte kunnen maatregelen rond het terugdringen van het lerarentekort – dat relatief vaker speelt op scholen met veel kansarmere leerlingen – bijdragen aan de kansengelijkheid. Zie voor ondersteuning op dit vlak de themapagina Lerarentekort

Armoede en onveiligheid

Sommige leerlingen hebben thuis geen goede leeromgeving, omdat hun ouders armoede kennen en daardoor bijvoorbeeld geen device, goede wifi en/of een rustige studeerkamer voor hun kind(eren) kunnen regelen. Ook is er relatief vaker sprake van spanningen in kansarmere gezinnen. Een aantal kinderen groeit zelfs op in een onveilige thuisomgeving. Scholen kunnen dit soort problemen niet oplossen, maar wel opmerken en er op de juiste manier mee omgaan. 

Rond het thema armoede is een handreiking voor scholen ontwikkeld met tips en methodes. Scholen kunnen ouders verder wijzen op initiatieven die kunnen helpen bij het aanschaffen van een laptop of tablet, zoals stichting Leergeld. 

Als het gaat om huiselijk geweld en kindermishandeling hebben scholen vooral een rol in het signaleren en melden hiervan. Zie voor meer informatie en ondersteuning de themapagina 'Huiselijk geweld en kindermishandeling'.

Ouderbetrokkenheid

Tenslotte kan ook het versterken van de ouderbetrokkenheid bijdragen aan kansengelijkheid. Intensiever contact met ouders zorgt bijvoorbeeld voor een beter beeld van de thuissituatie van een leerling, waar vervolgens op kan worden ingespeeld. Daarnaast kan thuis een betere leeromgeving ontstaan voor leerlingen, als ouders meer bij de school worden betrokken en bijvoorbeeld worden geholpen bij het bieden van (huiswerk)begeleiding, school- en studiekeuze en op het vlak van taalverwerving. Zie voor meer informatie en ondersteuning de themapagina Ouderbetrokkenheid

Ondersteuning vanuit Gelijke Kansen Alliantie (GKA) 
Het programma Gelijke Kansen Alliantie biedt scholen ondersteuning als het gaat om het vergroten van de kansengelijkheid. Zo zijn binnen gemeenten meerjarige GKA-agenda’s opgezet, waarbij ook met scholen wordt samengewerkt. Ook kunnen scholen deelnemen aan een community rond een specifiek vraagstuk op het vlak van kansengelijkheid; doel is de opgedane kennis breder te delen. 

Zie voor meer inspiratie over te nemen acties ook: 

Coronacrisis

De huidige coronacrisis heeft de kansenongelijkheid voor de groep leerlingen die al in een kwetsbare positie zitten, versterkt. Deze leerlingen hebben de afgelopen periode in veel gevallen lastig(er) onderwijs op afstand kunnen volgen en hebben hierdoor wellicht achterstanden opgelopen. Het is belangrijk hier als school dit schooljaar extra oog voor te hebben en in te zetten op het wegwerken van eventuele achterstanden en het bieden van kansen aan deze groep leerlingen. 

Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s
Scholen konden subsidie aanvragen voor het organiseren van een inhaal- en ondersteuningsprogramma. Hiermee kunnen scholen die de subsidie hebben aangevraagd leerlingen - die een grotere kans hebben op achterstanden - buiten het reguliere onderwijsprogramma extra ondersteuning bieden, zodat zij geen nadelige effecten ondervinden van deze coronaperiode.

Hulp bij inhalen achterstanden 
Daarnaast zijn vanuit universiteiten en hogescholen diverse initiatieven gestart om scholen te helpen bij het opzetten van activiteiten om achterstanden weg te werken. En biedt ook een aantal organisaties ondersteuning aan, waarbij leerlingen extra begeleiding en aanbod door vrijwilligers krijgen aangeboden.

Extra monitoring 
Omdat met het vervallen van de eindtoets afgelopen schooljaar geen eventuele heroverweging van het basisschooladvies kon plaatsvinden, is afgesproken dat de nieuwe lichting brugklassers in de loop van dit schooljaar in het vo extra gemonitord wordt op de vraag of zij in de meest passende onderwijsrichting zijn geplaatst. De vo-scholen zijn daarvoor aan zet. De VO-raad is in overleg met het CITO over handreikingen ter ondersteuning. 

Ook zal CITO desgewenst scholen ondersteuning kunnen bieden om te bepalen welke leerachterstanden bij leerlingen, als gevolg van de bijzondere eindfase van het schooljaar 2019-2020, alsnog aandacht behoeven. Dit geldt in het bijzonder voor de examenklassen. Scholen kunnen daar dan gericht actie op ondernemen.

Beleidsadviseur kansengelijkheid & overgang po-vo - projectmedewerker burgerschap

Ninouk Voortjes

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2