Wat speelt er?

In het voortgezet onderwijs loopt het lerarentekort steeds verder op, met name voor de vakken informatica, scheikunde, natuurkunde, Duits, klassieke talen, Frans, techniek en wiskunde. De komende jaren gaan veel leraren met pensioen en is de instroom in de lerarenopleidingen naar verwachting niet voldoende om deze vacatures op te vullen. Dit is een ernstig probleem voor de vo-sector dat steeds meer merkbaar wordt.

Lerarentekort VO in cijfers

In het voortgezet onderwijs werken 75.000 personen als leraar. Bijna twee derde hiervan heeft een aanstelling van meer dan 0,8 fte en een op de twaalf heeft een baan van 0,5 fte of minder. De meest recente arbeidsmarktramingen (uit december 2020) gaan uit van een verwacht tekort van 1.263 fte in 2024. In 2030 is het tekort bij ongewijzigd beleid 1.633 fte. Dit tekort zal zich voor het grootste deel concentreren bij de tekortvakken wiskunde, natuurkunde, Duits, Frans, scheikunde, klassieke talen, techniek en informatica.

Zie voor meer cijfers, ook per vak, de sectorrapportage vo. Zie voor de regionale cijfers de regionale arbeidsmarktramingen op de website van Voion. .

Voldoende goede leraren cruciaal voor sector

Sinds 2012 daalt het aantal afgestudeerden van eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen. Steeds vaker moeten besturen en scholen grijpen naar noodoplossingen. Zo is duidelijk te zien dat, ondanks een afname van het percentage onbevoegd gegeven lessen, het hoogste percentage onbevoegd gegeven lessen zich voordoet in de tekortvakken. Dit betreft voor de vakken natuurkunde/ scheikunde 8,3% van het totaal aantal lessen per vak, voor wiskunde 8,0% en techniek 7,7%. Daarnaast zien we dat de inzet van personeel via detacheringsbureaus de afgelopen jaren gestegen. In 2012 was de inzet 2,2% van het totale bedrag aan personele kosten, in 2017 was dit 3,7%. Dergelijke noodgrepen komen de kwaliteit van het onderwijs niet altijd ten goede. Voor de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs is het cruciaal dat scholen blijvend kunnen beschikken over voldoende goed opgeleide, bevoegde leraren. 

Het lerarentekort is daarom een belangrijk aandachtspunt binnen de sector, politiek en samenleving. De afgelopen jaren zijn diverse initiatieven gestart om meer talentvolle mensen enthousiast te maken voor het lerarenberoep en om leraren voor het onderwijs te behouden, onder meer in het kader van het Plan van aanpak lerarentekort van het ministerie.

In mei 2018 concludeerde de Onderwijsraad echter dat de tot dan toe genomen maatregelen onvoldoende effect hadden. In een eerste kabinetsreactie hierop werden weinig extra maatregelen aangekondigd en ging het bij de voorgestelde plannen vooral om ‘pleisters plakken’ (bijvoorbeeld voorstel voor verhoging deeltijdfactor). Eind 2018 veranderde het kabinet echter van koers, na kritische reacties van onder meer de VO-raad. De VO-raad pleit - mede op basis van een uitspraak van zijn ALV - voor meer structurele maatregelen, gericht op onder meer het versterken van de opleiding en begeleiding van leraren, het creëren van alternatieve en flexibele leerroutes naar het leraarschap, meer ontwikkel- en carrièremogelijkheden en professionele ruimte voor zittende leraren en het aanboren van nieuwe doelgroepen. 

In lijn hiermee kondigden de bewindspersonen in een brief begin 2019 een aantal maatregelen aan. De belangrijkste op landelijk niveau: 

  • werken aan de uitwerking van een vernieuwd bevoegdhedenstelsel vo;
  • samen opleiden en professionaliseren (samenwerking scholen en lerarenopleidingen) wordt verheven tot norm bij het opleiden van leraren;
  • inzetten op het versterken van strategisch personeelsbeleid, als belangrijke verantwoordelijkheid van scholen;
  • verhoging van het budget subsidieregeling zij-instroom in 2018 en 2019 met telkens 4 miljoen;
  • verkennen van denkrichtingen rond een ‘eigentijdse kijk op leraarschap’, zoals verwoord in het rapport ‘Ruim baan voor de leraar’ van de Onderwijsraad.

 

Regionale aanpak personeelstekorten

Daarnaast is er door de bewindslieden  extra budget vrij gemaakt waarmee scholen samen met partners (lerarenopleidingen, bedrijfsleven, gemeenten, enz.) in de regio zelf aan de slag kunnen om het lerarentekort terug te dringen. Inmiddels wordt er in 26 regio’s door vo-besturen samengewerkt in RAP-regio’s om het lerarentekort regio-specifiek terug te dringen. 

Nationaal Programma Onderwijs

Scholen zijn voortvarend aan de slag gegaan met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Een van de  belangrijkste obstakels waar scholen in de praktijk tegenaan lopen bij de uitvoering van hun plannen is het personeelstekort. Het is heel moeilijk voor scholen om aan voldoende mensen te komen om de plannen uit te voeren. Logischerwijs vergen interventies als extra ondersteuning, instructie in kleinere groepen en meer aandacht voor welzijn extra menskracht op school, en dat vanuit een al bestaand tekort.