Autonomietool | Vragenlijst

Deze korte vragenlijst meet in hoeverre leerlingen de vrijheid ervaren om zelf keuzes te mogen maken in hun schoolwerk én daarin gesteund worden door de docent. Voorbeelden van stellingen uit deze vragenlijst zijn: ‘Mijn docent geeft me veel keuze in hoe ik mijn schoolwerk aanpak’ en ‘Mijn docent luistert naar mijn ideeën’.
Het instrument is geschikt voor bovenbouw basisonderwijs; voortgezet onderwijs.
Naar schatting bedraagt de tijdsinvestering 2 uur.
Hoe bereid je de afname van de vragenlijst voor?
Stap 1: Zorg dat er toestemming is van ouders/verzorgers voor het afnemen van de vragenlijst.
Stap 2: Vul het vak/de activiteit in op de juiste plaatsen in de vragenlijst als je de mate van autonomie van een specifiek vak wilt weten. Als je geen specifiek vak onderzoekt, gebruik dan de standaardversie.
Stap 3: De vragenlijst is geschikt voor leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs en leerlingen uit het voortgezet onderwijs.
Stap 4: Print de vragenlijst uit voor een afname op papier of bereid een online afname voor via bijvoorbeeld Survey Monkey of Google Formulieren.
Hoe voer je de afname van de vragenlijst uit?
Stap 1: Geef uitleg aan leerlingen over het invullen van de vragenlijst:
Stap 2: Sla zowel de papieren als de digitale vragenlijst op een beveiligde plek op.
Hoe analyseer je de verkregen antwoorden?
Stap 1: De antwoorden van leerlingen worden ingevoerd in een Excel-format. Bij een online afname kunnen antwoorden worden geëxporteerd naar Excel. Bij een papieren afname worden antwoorden handmatig ingevoerd in Excel (invoertijd 1 minuut per leerling). Wanneer een leerling meerdere antwoorden heeft gegeven of geen antwoord gegeven heeft dan vul je niets in. Belangrijk is dat in het Excel-format alleen cijfers komen te staan. De cijfers staan voor de antwoorden van de leerlingen (‘Past nooit bij mij’=1, ‘Past bijna nooit bij mij’=2, ‘Past soms bij mij’=3, ‘Past bijna altijd bij mij’=4 en ‘Past altijd bij mij’=5).
Stap 2: De antwoorden van leerlingen worden in het Excel-format geanalyseerd door eerst een gemiddelde te berekenen van alle gegeven antwoorden per stelling. De stellingen die samen (ondersteuning bij) autonomie meten vormen een zogenoemde schaal. In het Excel-format staat ook een gemiddelde voor de schaal.
Let op: stellingen 3, 4 en 7 zijn negatief geformuleerd. Dat betekent dat je vóór je een gemiddelde kunt bepalen, deze stellingen moet spiegelen.
Vervolgens kun je deze nieuwe scores gebruiken voor het bepalen van het gemiddelde.
Stap 3: Het Excel-format geeft informatie over de betrouwbaarheid, het gemiddelde en de standaardafwijking.
Wat vertellen de resultaten jou?
Bekijk het gemiddelde, de betrouwbaarheid en de standaardafwijking van de schaal. Als leerlingen een hoge score hebben op deze schaal, betekent dat ze een vaker zelf keuzes mogen maken in het onderwijsproces én dat de docent de leerling die keuzes ondersteunt. Aan de hand van de gemiddelde score kan antwoord worden gegeven op de vraag in welke mate leerlingen zelf keuzes mogen maken.
Wat kun je vervolgens doen met de resultaten?
Weijers, D., Van der Veen, I., Hornstra, L. & Peetsma, T. (2017) Motivating primary school students with different background characteristics: A teacher training in autonomy-support and structure. Belmont, M., Skinner, E., Wellborn, J., & Connell, J. (1988). Teacher as social context: A measure of student perceptions of teacher provision of involvement, structure, and autonomy support (Tech. rep. no. 102). Rochester, NY: University of Rochester. De autonomietool is een aangepaste ‘Teacher as Social Context Questionnaire student-report’.