Christelijk College Groevenbeek: “Leerlingen die bij ons zijn ingestroomd, redden het nu gewoon.”  

27 maart 2019

Op de VMBO-locatie van het Groevenbeek in Putten volgen basisschoolleerlingen het programma e-VOlve. Het doel hiervan is dat deze leerlingen alvast kunnen wennen aan het voortgezet onderwijs.

Zorgcoördinator Lisanne Jakobs zette met een collega de eerste lijnen voor e-VOlve uiteen: een programma om de doorstroom van po naar vo te bevorderen. Het programma krijgt uiteindelijk vorm door de intensieve samenwerking tussen collega’s uit het middelbaar en basisonderwijs.

“Wat in die ontwikkeling rust gaf, was dat we onze dromen realistisch en uitvoerbaar hebben ingestoken," vertelt Jakobs. En daarmee is e-VOlve een belangrijk resultaat van de samenwerking tussen het Christelijk College Groevenbeek en de basisscholen in Putten.

Doelgroep

Het programma is gericht om leerlingen die (mogelijk) moeite gaan krijgen met het wennen op de middelbare school. "Daarnaast voorziet het programma in een behoefte bij leerlingen die meer praktisch ingesteld onderwijs willen volgen," legt zorgcoördinator Jakobs uit.

“Deze leerlingen leren hier alvast allerlei praktische zaken, zoals plannen, hoe de kluisjes werken en het lopen van lokaal naar lokaal. En we oefenen sociale vaardigheden die ze bij de instroom naar het eerste leerjaar nodig hebben." Zo hoopt Jakobs de overstap naar het voortgezet onderwijs voor deze doelgroep wat te versoepelen.

Initiatief bij de leerkracht

“Leerkrachten van groep 8 kunnen inmiddels goed inschatten voor welke leerlingen e-VOlve nuttig is.” En daarom ligt het initiatief om leerlingen aan te melden bij de po-leraar. Inmiddels loopt e-VOlve op het VMBO in Putten voor het tweede jaar, waarbij de meeste leerlingen afkomstig zijn van basisscholen uit Putten. Zorgcoördinator Jakobs: “Als de ouders en de leerling akkoord gaan, stuurt onze werkgroep informatie en vult de basisschool een leerlingprofiel in. Zo weten we ook wat die leerling nodig heeft.”

Dagelijkse praktijk

“De e-VOlve-middag begint met de lunch op school, want ook hier moeten leerlingen aan wennen," antwoordt Jakobs op de vraag hoe het programma er concreet uit ziet. “Daarna volgen ze een theorieles en een praktijkles – of andersom, want we hebben twee groepen. Dankzij onze praktijkruimtes kunnen deze leerlingen de kennis die ze opdoen gelijk toepassen in de praktijk.” En dat helpt, volgens Jakobs, leerlingen om theorie met praktijk te verbinden en de theorie zich zo goed eigen te maken.

Verder werken leerlingen aan de hand van projecten en overkoepelende thema’s en krijgen ze elke dag aan het eind van schooldag een opdracht mee, waar zij op hun eigen basisschool aan kunnen werken.

Organisatie en communicatie

Samen met een leraar uit het basisonderwijs zijn de docent en een onderwijsassistent van Groevenbeek eindverantwoordelijk voor de aangeboden lesstof. Dat geldt ook voor het beantwoorden van vragen van ouders of collega-leerkrachten.

Verder speelt schoolleiding (in het po en vo) een belangrijke rol bij de samenstelling van de urentabel en de verdeling van het subsidiegeld. En ook heeft elke basisschool een vertegenwoordiger in de eVOlve-werkgroep, zodat scholen goed geinformeerd blijven over de laatste ontwikkelingen rondom e-VOlve. 

Kansen en belemmeringen

Het programma e-VOlve is na de eerste evaluatie op een paar punten aangescherpt. “De start van het programma is verplaatst van februari naar november en eindigt in mei. Jakobs: "Leerlingen kwamen knel te zitten met de voorbereidingen voor de groep-8 musical en het afsluitende schoolkamp. Ook hebben we de schoolopdracht iets compacter gemaakt, want de opdracht bleek teveel gevraagd van onze leerlingen."

Verder blijkt dat op momenten dat PO-leerkrachten meewerken aan e-VOlve er voor andere uren vervanging geregeld moet worden. Dat is het VO nog iets ingewikkelder, omdat wanneer de school bijvoorbeeld lokalen en gastdocenten voor e-VOlve levert, dan moet ook dit nog in het rooster ingepast worden. Jakobs: “Als we leerlingen voor een rekenproject met hoeveelheden in de keuken moeten gaan rekenen dan moet deze ruimte wel vrij geroosterd kunnen worden.” En dat blijkt soms een taaie klus. 

‘Ze redden het gewoon’

“Het is nog lastig om meetbaar te maken, maar leerlingen die bij ons zijn ingestroomd redden het nu gewoon.” En daarmee ziet Jakobs nu al een positief effect van het programma. “Bijna alle leerlingen redden het met de basisondersteuning. Ze doen het opvallend goed en daar zijn we trots op.”