De Commissie Code Goed Onderwijsbestuur denkt mee: de schijn van belangenverstrengeling

Heb je een vraag over de nieuwe Governancecode Funderend Onderwijs? Of een bestuurlijk vraagstuk? De Commissie Code Goed Onderwijsbestuur denkt met jou mee en kan reflectie bieden. Elke maand bespreken we een onderwerp. Deze maand: het afwegingskader belangenverstrengeling.

Frits Hoekstra (commissielid en voorzitter van SCOPE scholengroep): “Als bestuurder krijg je vroeg of laat te maken met vragen over belangenverstrengeling. Of preciezer: met de schijn daarvan. Juist om daar zorgvuldig en transparant mee om te gaan, heeft de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur een afwegingskader ontwikkeld.

De kern van het afwegingskader is eigenlijk niet ingewikkeld. Het gaat om twee dingen: openheid en integriteit. Laat je zien welke functies je hebt, welke belangen je mogelijk meebrengt, en ben je daar transparant over? Die vragen vormen de basis. In de Code zijn onder het principe integriteit al duidelijke uitgangspunten vastgelegd. Het afwegingskader helpt om die uitgangspunten toe te passen op concrete situaties.

Een belangrijke vraag die vaak terugkomt, is: ‘wanneer is er sprake van een uitzondering?’ Daarbij kijken we vooral naar functies die direct samenhangen met het bestuurderschap zelf. Denk aan zogeheten ‘qualitate qua’-functies. Als een schoolbestuur bijvoorbeeld lid is van een coöperatie, dan is het logisch dat een bestuurder namens die organisatie zitting neemt in het bestuur of toezicht van die coöperatie. Dat doe je niet vanuit een vrije keuze of persoonlijk belang, maar omdat het hoort bij je bestuursfunctie. In zo’n geval is er dus geen sprake van belangenverstrengeling.

Dat ligt anders bij commerciële of adviserende activiteiten. Als iemand bijvoorbeeld werkt bij of een belang heeft in een onderwijsadviesbureau, en dat bureau richt zich op onderwijskundige of pedagogisch-didactische dienstverlening, dan kan die persoon niet tegelijkertijd werkzaamheden verrichten voor de vo-sector in een bestuurlijke of toezichthoudende rol. Dat geldt zowel voor bestuurders als voor leden van de raad van toezicht. In zulke gevallen moet iemand een duidelijke keuze maken.

De rol van de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur is altijd adviserend. Wij beoordelen niet en handhaven niet. In de praktijk krijg ik regelmatig vragen die precies op het snijvlak zitten. Bijvoorbeeld: iemand is toezichthouder én werkzaam bij een onderwijsadviesbureau dat de afgelopen jaren niet voor het vo heeft gewerkt. Kan dat? Dan leggen we simpelweg de lidmaatschapseisen ernaast en gaan we in gesprek met het bestuur of de Raad van Toezicht. Soms adviseren we om actief maatregelen te nemen, soms om de situatie transparant te beschrijven in het jaarverslag.

Bij dat advies kijken we ook breder. We onderzoeken wat een organisatie precies doet, bekijken bijvoorbeeld websites van adviesbureaus of coöperaties en wegen alle informatie samen. Dat leidt vrijwel altijd tot goede, constructieve gesprekken. En nogmaals: het blijft een advies, geen oordeel.

Tot slot vind ik het belangrijk om te noemen dat er ook een brief is gestuurd aan wervings- en selectiebureaus in het funderend onderwijs. We zagen namelijk dat er soms mensen werden benaderd voor functies terwijl zij op voorhand niet aan de lidmaatschapseisen konden voldoen. Door dit al aan de voorkant duidelijk te maken, voorkom je lastige situaties achteraf.”

Over de Governancecode

In juni 2025 stemden de PO-Raad, VO-raad en VTOI-NVTK in met de geactualiseerde Governancecode Funderend Onderwijs. Belangrijke principes zijn verantwoordelijkheid, verbinding, lerend vermogen, integriteit en openheid.

Heb je een vraag over de nieuwe code? Wil je sparren over toepassing in jouw praktijk? Of wil je een casus aandragen over bestuurlijke dilemma’s? Neem dan contact op met de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur. De commissie denkt mee, biedt reflectie en draagt bij aan verdere doorontwikkeling van de code op basis van praktijkervaringen.

Neem contact op met de commissie