De Haagse Scholen, Den Haag: “Zonder contact met de leerlingen kunnen we geen maatwerk leveren.”

27 maart 2019

Vijf (po) scholen van De Haagse Scholen organiseren, in samenwerking met met de Johan de Wittscholengroep (vo), vanuit de po-vo doorstroomsubsidie masterclasses om kwetsbare leerlingen beter voor te bereiden op het vo.

“Hoe kun je het beste leren, hoe communiceer je effectief met je omgeving, hoe bouw je zelfvertrouwen op en hoe maak je vrienden of vraag je hulp? Met zulke vragen willen we onze leerlingen verder helpen," vertelt Karin Striekwold. Zij is 'regisseur onderzoek en evaluatie' bij De Haagse Scholen (DHS). Een stichting voor openbaar basis- en speciaal onderwijs in Den Haag.

Per leerling kregen vijf DHS-scholen vijftig uur aan ‘doorstroomsubsidie’ voor het ontwikkelen van een doorstroomprogramma. In onderling overleg besloten de scholen hiervan dertig uur gezamenlijk in te zetten. Dit doen ze door leerlingen drie dagen aan masterclasses aan te bieden rondom talentverkenning, debatteren en de werking van het menselijk brein.

Durf

Na de masterclasses volgen leerlingen verdiepende workshops en opdrachten, waarbij ze het geleerde in praktijk kunnen toepassen. Hierbij staat steeds de vraag centraal: ‘Wat zou je kunnen als je het zou durven?’ Aan de overige twintig uur geven de scholen zelf invulling. “Zo organiseert één school bijvoorbeeld gesprekken tussen oud-leerlingen en achtstegroepers over het voortgezet onderwijs," vervolgt Striekwold.

"Terwijl een andere school zich richt op het creëren van goede randvoorwaarden voor doorstroom. Bijvoorbeeld voor leerlingen met een schrijnende thuissituatie. Weer anderen scholen richten zich op ‘diep leren’ en het maken van huiswerk,” legt Striekwold uit. “Maar er is ook een school die bijeenkomsten organiseert waarbij mensen uit schillende beroepsgroepen met leerlingen uit groep acht praten."

Zonder contact geen maatwerk

Belangrijkste succesfactor bij de de ontwikkeling van de masterclasses noemt Striekwold het contact met de leerling. Zo leren docenten hun leerlingen en hun (gebrek aan) specifieke vaardigheden beter kennen. Dit zorgt voor betere afstemming op de inhoud met de masterclasses. “Zonder dit persoonlijke contact kunnen we geen maatwerk leveren,” licht Striekwold toe. Ze verstaat hieronder bijvoorbeeld ook het afnemen van uitgebreide vragenlijst en het interviewen van leerlingen.

Beoogde effect

“Het enthousiasme voor de masterclasses is groter dan we dachten,” meldt Striekwold trots. Zo ging de subsidieaanvraag eerder nog uit van 124 kinderen, terwijl inmiddels 170 leerlingen deelnemen. Bovenal hoopt Striekwold dat uiteindelijk alle leerlingen gaan profiteren van de masterclasses. En dan ook als ze geen masterclass gevolgd hebben. Maar hoe dat er precies uit komt te zien weet ze nog niet, omdat de scholengroep nog volop bezig is met de doorontwikkeling van het doorstroomprogramma.

Duurzame aanpak

In het kader van een duurzame aanpak prijst Striekwold vooral de aanwezigheid van docenten van groep acht. Zij zijn aanwezig bij de masterclasses en daarmee worden ze tegelijkertijd getraind in het voeren en organiseren van debatten in hun klas. “Zo kunnen we deze nieuw geleerde vaardigheden door docenten ook de komende jaren blijven inzetten, want zij kunnen dit weer overdragen aan andere docenten,” legt Striekwold uit.

“Voor leerlingen is het verder een mooie kans om te leren hoe ze zich in een nieuwe groep moeten gedragen en hoe ze nieuwe vrienden maken.” Dit positieve effect van de masterclasses komt, volgens Striekwold, vooral doordat leerlingen tijdens de masterclasses tijdelijk in een nieuwe omgeving worden gezet.

De vaardigheden die leerlingen leren door het proces van groepsvorming zijn, volgens Striekwold, namelijk van essentieel belang voor een soepele overgang naar een vo-school.