De waarde van evalueren

Om de kwaliteit van de schoolexaminering te borgen, doorloopt de examencommissie drie stappen: signaleren, evalueren en adviseren. De examencommissie van het Stanislascollege Westplantsoen in Delft heeft ervaren dat elke stap een eigen functie heeft én dat geen stap kan worden overgeslagen.

De examencommissie bestaat uit drie docenten. Twee van hen vertellen over hun ervaringen: Lucie Aarts is docent wiskunde en Jan Pieter Broekhoven is docent (bedrijfs)economie. “Het is best bijzonder dat wij alle drie al vanaf september 2021 de examencommissie van onze school vormen”, vertelt Lucie. “We zitten in twee leernetwerken: één dat valt onder ons eigen bestuur en een landelijk netwerk van de VO-raad. Daar zien wij dat de samenstelling van examencommissies regelmatig wisselt. Wij merken dat het voordelen heeft om een examencommissie te hebben met langer zittende leden. Ten eerste omdat je dan kennis en ervaring opbouwt – het is best een omvangrijke en gecompliceerde taak. Ten tweede omdat het je helpt om als examencommissie een positie te verwerven in de school en vertrouwen te krijgen van collega’s.

Drie stappen

Lucie en Jan Pieter kregen als examencommissie steeds vaker signalen, vooral van leerlingen, over de kwaliteit van toetsen. “Doordat wij alle drie mentor van een bovenbouwgroep zijn, hoorden wij dit vooral veel van leerlingen. Naar aanleiding van deze signalen hebben wij de schoolleiding herhaaldelijk geadviseerd om een toetscommissie op te richten die zich bezighoudt met de kwaliteit van het gehele toetsingsproces. Dit advies had alleen niet het gewenste effect”, vertelt Jan Pieter.

“Als je het evalueren overslaat, heb je je advies niet goed onderbouwd.”

De leden van de examencommissie realiseerden zich later dat hun input niet werkte omdat zij te snel waren overgegaan tot adviseren. Inmiddels weten zij dat het bij kwaliteitsborging om drie stappen gaat: signaleren, evalueren en adviseren. Juist die de tweede stap, het evalueren, sloegen ze nog wel eens over. “Een tijd lang was dat onze valkuil”, vertelt Lucie. “We signaleerden een tekortkoming of probleem en adviseerden vervolgens meteen hoe dat op te lossen. Als je het evalueren overslaat, heb je je advies niet goed onderbouwd. Ook weten nu dat het beter is om met je advies een oplossingsrichting aan te geven en niet meteen een concrete oplossing. Dan heeft de schoolleiding ruimte om zelf een oplossing te kiezen.”

Er deed zich een mogelijkheid voor om de stap van het evalueren op een grondige manier alsnog uit te voeren: de commissie kwam in contact met twee studenten van de Masteropleiding Toetsdeskundige van Fontys Educatie Tilburg, die in het kader van hun afstudeeronderzoek de kwaliteit van de toetsen van de school graag onder de loep wilden nemen. Na overleg met de schoolleiding werd besloten om het evaluatieonderzoek te laten uitvoeren. De onderzoekers gebruikten daarvoor het model Toetsweb.

“Het is beter om met je advies een oplossingsrichting aan te geven en niet meteen een concrete oplossing.”

“Er is in de school een toetsweb-scan afgenomen,” vertelt Jan Pieter, “onder docenten, leerlingen, coördinatoren, mensen van het examensecretariaat en de schoolleiding. Dat leverde een divers beeld op van hoe er werd gedacht over de kwaliteit van toetsen en toetsing. Een belangrijke bevinding was dat veel docenten aangaven behoefte te hebben aan scholing op dit gebied. Momenteel volgt van bijna iedere sectie een docent daarom een scholing toetsbekwaamheid. Daarnaast heeft een aantal docenten, waaronder ikzelf, een vierdaagse opleiding ‘Effectief toetsen: van beleid tot uitvoering’ gevolgd. Op basis van die kennis gaan we nu een herziene versie van het toetsbeleid ontwikkelen; dat was ook één van de adviezen van de onderzoekers.”

Kwaliteitsborging herzien

In het nog te ontwikkelen toetsbeleid wordt beschreven hoe de examencommissie de stappen van kwaliteitsborging – signaleren, evalueren en adviseren – gaat invullen. “We schrijven nu een wettelijk verplichte jaarlijkse reflectie die we met de schoolleiding bespreken,” vertelt Lucie, “maar we hebben van de onderzoekers het advies gekregen om de toetsweb-scan jaarlijks uit te voeren. Dat is een behoorlijk intensief traject. Hoe en wie dat gaan doen weten we nog niet. Het ligt voor de hand dat de mensen die nu zijn geschoold daarin ook een rol gaan spelen.”

Duidelijk is dat het evaluatieonderzoek veel in gang heeft gezet, vinden Lucie en Jan Pieter. Het traject heeft de positie en de rol van de examencommissie versterkt. Er is meer inzicht in de sterke en zwakke kanten van de schoolexaminering en meer aandacht voor samenhangende visieontwikkeling. Ook is duidelijk geworden dat het zinvol is om leerlingen te betrekken bij de evaluatie van het toetsbeleid.