Samenwerken aan kwaliteit: bestuurlijke kwaliteitszorg bij Stichting Het Rijnlands Lyceum
Stichting Het Rijnlands Lyceum kreeg een onvoldoende voor bestuurlijke kwaliteitszorg van de Onderwijsinspectie. De stichting wist het tij te keren. Het resultaat na twee jaar: een bovenschools kwaliteitssysteem en een vastgesteld koersplan met per school een schoolplan. Drie keer per jaar voeren bestuurders en schoolleiders daarover kwaliteitsgesprekken.

Stuurgroep en team Onderwijs & Kwaliteit
Na de onvoldoende van de Inspectie besloot het bestuur van Stichting Het Rijnlands Lyceum een team Onderwijs & Kwaliteit (O&K) te starten. Vivian van Wijk is een van de inmiddels drie teamleden. Vivian: “Kwaliteitszorg werd daarvoor uiteraard ook gedaan, maar de verantwoordelijkheid was niet goed belegd. Er waren aangewezen mensen nodig die kwaliteitszorg aanjagen en agenderen.” Daarnaast werd de beleidsgroep kwaliteitszorg opgeschaald tot stuurgroep. “We werken al jaren met beleidsgroepen op diverse thema’s, daarin zitten vertegenwoordigers van de scholen. In de periode van de inspectiebezoeken is daar een stuurgroep aan toegevoegd. In plaats van eens in de zes weken, kwamen we destijds elke twee weken bij elkaar. Alles ging op hoog tempo om verbeteringen door te voeren.”
Koersplan en schoolplannen
Een van de eerste zaken die moest worden gerealiseerd was het formuleren van een bovenschools koersplan 2025-2029, inclusief gelijklopende schoolplannen. Vivian: “De scholen hadden eerst eigen schoolplannen met wisselende termijnen. Dat was lastig om op elkaar af te stemmen en om daar een cyclus van te maken. We hebben daarom het vorige koersplan eerder afgerond zodat we met alle scholen een gelijktijdige start konden maken. Er zijn heisessies geweest op verschillende niveaus om tot een nieuw koersplan te komen.”
Het concept van het koersplan lag klaar in januari 2025, de daaropvolgende schoolplannen waren gereed in september 2025. Vivian: “Doordat alles in lijn ligt met het koersplan, kunnen we gezamenlijk dezelfde kant op kijken.” Het feit dat schoolplannen op elkaar zijn afgestemd, geeft de stichting handvatten om de kwaliteit te bewaken.
“Doordat alles in lijn ligt met het koersplan, kunnen we gezamenlijk dezelfde kant op kijken.”
Kwaliteitszorgstelsel
Daarnaast introduceerde de stichting een kwaliteitszorgstelsel. Vivian: “In overleg met de stuurgroep hebben we kwaliteitskaders vastgesteld, zoals voor het pedagogisch-didactisch handelen. De Inspectie suggereerde om een ondernorm te hanteren. Wij kiezen er echter voor om geen norm te stellen, maar om te kiezen voor een ontwikkelingsgericht systeem, omdat we het goede gesprek over leskwaliteit willen faciliteren. Het gaat erom dat je een onderbouwde visie hebt.”
Triaalcyclus
Inmiddels heeft de stichting als onderdeel van het kwaliteitszorgstelsel een triaalcyclus opgezet. Vivian: “Dat houdt in dat elke school drie keer per jaar een triaalrapportage aanlevert (zie afbeelding) met daaraan gekoppeld een gesprek tussen de bestuurder en schoolleider. De thema’s die in de triaalrapportages aan bod komen zijn gebaseerd op de inspectiestandaarden voor scholen. De schoolleider staat vrij om daarbij andere mensen uit te nodigen. Dat geeft ruimte aan de schoolleider en zorgt voor het delen van verantwoordelijkheden in de organisatie. Als team O&K bereiden wij die gesprekken voor samen met de scholen.”

Die triaalcyclus ontwikkelt het team O&K continu door. Vivian: “In eerste instantie leverden wij formats aan waar de scholen mee aan de slag gingen ter voorbereiding op het gesprek. Nu is dat voorproces uitgebreider geworden, het format aangepast en gaan we langs per school. Het wisselt per school welke hulp en ondersteuning nodig is. Als we meteen hadden gezegd: zo doen we dit voor de rest van het jaar, dan had het niet gewerkt. We blijven gaandeweg ontwikkelen, evalueren en aanpassen.”
Bezoeken aan scholen
Voorafgaand aan ieder triaalgesprek gaat het team O&K langs op school. Tijdens deze bezoeken bespreken zij met schoolleiders en teamleiders welke ontwikkelingen spelen en welke thema's terug moeten komen in de triaalrapportage. Vivian: “We bieden een stuk instructie: wat is cyclisch denken en schrijven? Hoe schrijf je het rapport bondig? Hoe geef je aan wat goed gaat én waar zorgen zijn? Scholen geven aan dat ze hiermee de zekerheid hebben dat ze niets over het hoofd zien. Onze houding is daarin belangrijk: we zijn er niet om scholen af te rekenen. We hebben een ondersteunende rol, denken mee en helpen bij analyses. Die houding is essentieel om dit te laten werken.”
Evalueren
Met de triaalcyclus is de stichting in het voorjaar van 2025 gestart. Na een jaar maakte team O&K de balans op middels een evaluatie. “We hebben een uitgebreide vragenlijst rondgestuurd. Daarin staan onder andere vragen die we kunnen scoren, zodat we cijfers krijgen waarmee we keuzes kunnen onderbouwen. Zijn we tevreden met de tijdsinvestering van alle betrokkenen? We zien dat drie keer per jaar best veel is, maar het is ook logisch. We zijn van tevoren bij verschillende stichtingen langsgeweest en hebben daar met bestuurders en kwaliteitscoördinatoren gesproken. Door drie momenten te kiezen heb je een startmoment aan het begin van het schooljaar, vervolgens een check halverwege en aan het eind kijk je terug. Dan zijn ook net de tevredenheidsonderzoeken en lesobservaties afgerond.” Tussendoor evalueert het team O&K op kleinere schaal. “Op basis daarvan hebben we al het format aangepast en hebben we de voorbereidende gesprekken geïntroduceerd."
Gezamenlijkheid
Het nieuwe kwaliteitsstelsel levert meer gezamenlijkheid op binnen de stichting. Vivian: “In eerste instantie werden rapportages veelal door schoolleiders geschreven. Dat was een flinke klus. Diegene moest door de hele school gaan om overal input op te halen. We merken nu dat er meer teamleiders aan tafel zitten. Het schrijven van rapportages is meer een groepsproces. Nog steeds merken we dat mensen het soms ervaren als iets voor het bestuur, maar we zien ook dat scholen ervaren dat dit hen ondersteunt.”
Die gezamenlijkheid is belangrijk voor de stichting waarin basisscholen, middelbare scholen, een Europese school en internationale scholen zitten. Vivian: “Door deze mix zoeken wij als stichting continu naar een balans tussen uniformiteit en flexibiliteit. Zo hebben we te maken met vier kwaliteitskaders: po, vo, po internationaal en vo internationaal. Van sommige zaken zeggen we expliciet: dit doen we gezamenlijk. Van andere dingen zeggen we: maak een onderbouwde keuze en doe dit op een manier die bij jullie past.”
Cultuur
De Inspectie heeft inmiddels een voldoende gegeven. Dat de stichting zo snel een omslag heeft gemaakt, heeft volgens Vivian ook te maken met cultuur. Vivian: “Voor BKA2 (uitvoering en kwaliteitscultuur) kregen we vanaf het begin complimenten van de Inspectie. Dat zegt iets over onze samenwerking. Wanneer de cultuur goed is, kun je makkelijker doelen stellen en bereiken. Scholen in onze stichting zijn open naar elkaar. Waar jaren geleden rectoren hun examenresultaten niet met elkaar deelden, wordt dat nu op de dag zelf gedeeld. Scholen leggen op tafel wat wel en niet goed gaat. Taal is daarin belangrijk, zo beoordelen we niet, maar we hebben het over observeren en ontwikkelen. Dat maakt het makkelijker om je kwetsbaar op te stellen.”
“Het helpt dat ons bestuur sterk stuurt in prioriteiten en keuzes maken. Soms moet een bestuurder zeggen: dit eerst, de rest komt later.”
Stevige basis
Al met al staat er een stevige basis. Vivian: “We weten waar we aan werken, de structuren staan en de cultuur ondersteunt dat. We zien de eerste dingen voor leerlingen verbeteren. Dat geeft energie aan deze beweging.” Prioritering vanuit het bestuur is daarin belangrijk. “We hebben hoge ambities. Zo starten we komend jaar met collegiale visitaties. Ook willen we werken met dashboards en data-analyses en een kwaliteitsnetwerk vormgeven. Het helpt dat ons bestuur sterk stuurt in prioriteiten en keuzes maken. Soms moet een bestuurder zeggen: dit eerst, de rest komt later.”
