Aanhoudende belangstelling voor subsidieregeling lente- en zomerscholen

06 februari 2017

Ook in 2017 kunnen scholen weer subsidie aanvragen voor het organiseren van een lente- of zomerschool. Op 10 en 12 januari organiseerde de VO-raad samen met CNV twee informatiebijeenkomsten over de verlengde subsidieregeling.

Tijdens de informatiebijeenkomsten zijn bijna 70 bezoekers op de hoogte gesteld van de belangrijkste wijzigingen in de subsidieregeling en de resultaten van de lente- en zomerscholen in 2016.

Samenwerking cruciaal

De bijeenkomst startte met een gezamenlijke opening van Hein van Asseldonk, vice-voorzitter VO-raad en Loek Schueler, voorzitter CNV. “Zittenblijven is een tamelijk bot instrument”, stelde Hein van Asseldonk, “dat niet voor iedere leerling de beste oplossing is. De leerling dient centraal te staan en dat vraagt om genuanceerde oplossingen voor het voorkomen van zittenblijven.” Loek Schueler vulde aan dat leraren de autonomie hebben om een eigen aanpak te bepalen. “De samenwerking tussen leerling, leraar én ouder is hierin cruciaal. Bij het organiseren van een lente- of zomerschool is de leraar niet de didacticus van het schooljaar, maar staat hij of zij náást de leerling als coach.”

Onderzoek lente- en zomerscholen

Vervolgens lichtte dr. Carla Haelermans van TIER de (voorlopige) resultaten toe van het 'Onderzoek lente- en zomerscholen 2016'. In 2016 werden in totaal 199 lente- en zomerscholen georganiseerd, waarbij voor 13.573 leerlingen subsidie is aangevraagd. Van de deelnemende leerlingen vond 90% de lente- of zomerschool (enigszins) nuttig en 70% dacht dat het daadwerkelijk had bijgedragen of zou bijdragen aan het overgaan naar het volgende jaar. Gemiddeld gaven leerlingen hun lente- of zomerschool een 7. Het landelijke percentage zittenblijvers in 2015 was 5,5%, het percentage in 2016 is vanwege nog ontbrekende gegevens nog niet bekend. Na deelname aan een lenteschool is 76% van de leerlingen alsnog overgegaan, tegen 87% van de zomerschooldeelnemers. In 2015 was dat voor de zomerscholen 83% (lentescholen onbekend).

Met name opvallend was dat de lente- of zomerschool anders was dan leerlingen én ouders hadden verwacht (“We kregen geen les maar moesten zelfstandig huiswerk maken”). De communicatie naar ouders en leerlingen zou dus verbeterd kunnen worden. Vanuit docenten werd vooral genoemd dat de organisatie beter kon (meer en betere communicatie tussen vakdocent en lente-/zomerschooldocent). Het eindrapport van TIER (met de definitieve resultaten) wordt begin februari verwacht.

Subsidieregeling

Ten slotte namen Sonja van Amelsfort en Ronald Reus van uitvoerende instantie DUS-I de wijzigingen in de subsidieregeling van 2017 ten opzichte van 2016 door met de aanwezigen door uitgebreid vragen te beantwoorden. Ook dit jaar is er 9 miljoen euro beschikbaar gesteld, maar door het subsidiebedrag per leerling te verlagen naar 500 euro kunnen nu nog meer leerlingen deelnemen. Belangrijke voorwaarde voor de subsidie is dat (een deel van) de lenteschool in de centraal vastgestelde week voor de meivakantie plaatsvindt en (een deel van) de zomerschool in de zomervakantie.

Meer informatie

Scholen die op zoek zijn naar meer informatie over het organiseren van een lente- of zomerschool of over de subsidieregeling, kunnen terecht op de website zomerscholenvo.nl. Daar zijn naast het aanvraagformulier diverse ondersteunende materialen te vinden, zoals voorbeeldbrieven, draaiboeken en het Handboek Zomerscholen.

Verder organiseerde de VO-raad op 16 maart en 20 april twee peer-2-peer bijeenkomsten over lente-/zomerscholen en kunt u deelnemen aan het leernetwerk Voorkomen van zittenblijven.