Basisgeneratiecijfers 2021 beschikbaar als hulpbron in de omgang met leerlingendaling

08 juli 2021

De VO-raad heeft de jaarlijkse tabellenrapportage ‘Basisgeneratiecijfers 2021’ laten opstellen, waarmee schoolbesturen eigen prognoses van leerlingenaantallen kunnen maken. Scholen kunnen hiermee een scherp beeld krijgen van de leerlingendaling in hun regio en hier vervolgens in samenwerking met andere scholen op inspelen, om een dekkend, goed en zo divers mogelijk onderwijsaanbod in de regio te blijven garanderen. De rapportage bevat de basisgeneratiecijfers van 1 januari 2021 en is gebaseerd op gegevens van het CBS.

Schoolbesturen hebben de maatschappelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een dekkend, kwalitatief hoogstaand, zo divers mogelijk en toekomstbestendig onderwijsaanbod in de regio. Om dit te kunnen realiseren is een duurzame en actieve bijdrage aan regionaal samenwerken cruciaal, met name in regio’s waar sprake is van leerlingendaling. 

Vanuit deze urgentie stimuleert de VO-raad daarom regionale samenwerking tussen scholen. De jaarlijkse tabellenrapportage helpt daarbij door per regio scherp inzicht te geven in de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Scholen kunnen een prognose maken van de toekomstige leerlingenaantallen op basis van de algemene ‘basisgeneratiecijfers’: deze cijfers betreffen feitelijke informatie over de inwoners van 0 tot en met 18 jaar, zonder veronderstellingen over woningbouw/migratie van regio's en het marktaandeel van scholen. Deze actuele bevolkingsaantallen geven dus in algemene zin een indicatie over hoe de Nederlandse bevolking zich in de toekomst ontwikkelt. Daarom is het goed dat alle schoolbesturen hiervan kennisnemen voor hun onderwijsplannen, zoals beleid, meerjarenbegroting en een regionale agenda voor het onderwijsaanbod. 

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat er grote regionale verschillen zijn in demografische ontwikkeling en leeftijdsopbouw. Bovenstaande figuur (pagina 5 uit de rapportage) illustreert dat. In de figuur is het procentuele verschil tussen het aantal 0- en 12-jarigen weergegeven, alsmede het verschil tussen het aantal 0- en 15-jarigen. Uit de figuur blijkt dat het aantal 0-jarigen in bijna heel Nederland lager ligt dan het aantal 12- en 15-jarigen. Alleen in de regio’s Groot-Amsterdam en Groot-Rijnmond is het beeld omgekeerd.

Wat houdt de basisgeneratie voor het voortgezet onderwijs in?
Het aantal leerlingen (instroom) in het voortgezet onderwijs is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de zogenaamde basisgeneratie. In de regel wordt hiermee het gemiddeld aantal 12- en 13-jarigen (in het gebied van de school waar de leerlingen vandaan komen) bedoeld. Deze informatie is vooral relevant als het gaat om het aantal leerlingen in het eerste leerjaar.

Soms wordt hiermee ook het huidig aantal leerlingen van 12 t/m 16 jaar bedoeld. Deze cijfers zijn vooral relevant om vooruit te blikken op toekomstige instroom. Daarbij wordt het huidig aantal 12- of 15-jarigen vergeleken met het aantal jongere leeftijdscategorieën. Voorbeeld: als die aantallen ongeveer gelijk zijn (stel evenveel 12-jarigen als het aantal 4-jarigen), kun je aannemen dat de toekomstige instroom vergelijkbaar is met de huidige. 


De basisgeneratiecijfers worden elk jaar geactualiseerd.