Brede coalitie roept op tot groot onderhoud onderwijs

21 januari 2020

Een brede coalitie van onderwijsorganisaties, waaronder de VO-raad, slaat de handen ineen. Op 21 januari 2020 presenteerden vertegenwoordigers van leerlingen, studenten, docenten, onderwijsondersteuners, schoolleiders, onderwijsbesturen en kinderopvangorganisaties in het discussiestuk ‘Toekomst van ons onderwijs’, voorstellen voor groot onderhoud aan het onderwijs. Met het stuk willen de organisaties een brede dialoog starten over aanpassingen en vernieuwingen die nodig zijn om de uitdagingen in het onderwijs het hoofd te bieden.

Nederland is een welvarend land en er gaat veel goed in het Nederlandse onderwijs. De gezamenlijke onderwijsorganisaties zien echter ook dat successen uit het verleden, geen garantie bieden voor de toekomst. Diverse signalen waarschuwen ons al langer dat het onderwijs onder druk staat. Zo daalt de leesvaardigheid bij Nederlandse leerlingen, is er sprake van kansenongelijkheid, wordt beroepsonderwijs ondergewaardeerd en ervaren scholen dat zij door schotten in het systeem en onder meer door ‘vroegselectie’ niet het beste uit studenten en leerlingen kunnen halen. De druk op leerlingen en studenten gaat steeds vaker ten koste van hun welzijn en prestaties. Er is een gebrek aan waardering voor onderwijsprofessionals, waardoor het personeelstekort en de werkdruk toenemen.

Structurele verbetering

De AVS, VO-raad, MBO Raad, PO-Raad, LAKS, Vereniging Hogescholen, VSNU, FvOv, JOB MBO, CNV Overheid, CNV Onderwijs, Interstedelijk Studenten Overleg, Landelijke Studentenvakbond en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang hebben nu de krachten gebundeld. Een gezamenlijke en eensgezinde visie op het onderwijs in 2030 is in onze ogen nodig om het onderwijs structureel te verbeteren. Een visie die institutionele belangen overstijgt en helderheid biedt aan mensen die in het onderwijs leren en werken.

Vijf ankerpunten

In het stuk ‘Toekomst van ons onderwijs’ zetten de onderwijsorganisaties vijf ankerpunten uit voor een discussie over aanpassingen en vernieuwingen. Dat doen we vanuit een gezamenlijke probleemanalyse en met gezamenlijke oplossingsrichtingen. We sluiten daarbij aan bij en bouwen voort op lopende ontwikkelingen in het onderwijs, zoals de dialoog over een curriculumherziening, de ambities rond een landelijke kennisinfrastructuur voor innovatie en onderzoek, en de door de Onderwijsraad geëntameerde discussie over een meer eigentijds perspectief op leraarschap. Naast veranderingen die het onderwijsveld zelf kan en moet oppakken, zijn er structurele investeringen door de overheid nodig. De coalitie wil onderstrepen dat dit groot onderhoud moet plaatsvinden zonder de noodzakelijke korte termijnacties op het gebied van onder meer werkdruk en personeelstekorten, uit het oog te verliezen.

Het discussiestuk 'Toekomst van ons Onderwijs' bevat de volgende vijf ankerpunten:

  • Een vroege start is de beste basis
    Hoe jonger het kind is waarin wordt geïnvesteerd, hoe meer profijt het kind en de samenleving daarvan hebben. Kinderen kunnen dan ook al vanaf jonge leeftijd naar een basisvoorziening die voor iedereen toegankelijk is. Zo stimuleren we dat alle kinderen taalvaardig starten met het funderend onderwijs.
  • Doorlopende leerlijnen in het onderwijs
    Leerlingen blijven langer bij elkaar en maken op latere leeftijd keuzes voor vervolgstappen in het onderwijs. Zo stimuleren we dat leerlingen met verschillende achtergronden langer met elkaar onderwijs volgen en voorkomen we ‘vroegselectie’. Een leerling of student gaat naar een volgende fase als hij of zij daar qua persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling aan toe is. Op ongeveer 15-jarige leeftijd kiezen leerlingen voor een beroepsgerichte stroom of een academische stroom. Het onderwijs aan leerlingen in de leeftijd van 12-18 jaar wordt modulair aangeboden en leerlingen kunnen vakken en leergebieden op verschillende niveaus volgen. Ook is er voor elke leerling de mogelijkheid om - via een beroepsgericht aanbod - hun praktische talenten te ontdekken en ontwikkelen. 
  • Leven lang ontwikkelen is vanzelfsprekend: naar een brede, sterke leercultuur
    We geven kinderen al op jonge leeftijd mee dat leren nooit ‘af’ is en niet alleen op school plaatsvindt, maar ook op de werkplek. Het publieke stelsel met de bestaande onderwijsleerlijnen in het initieel onderwijs wordt uitgebreid zodat iedereen een leven lang toegang heeft tot publiek onderwijs.
  • Onderwijsprofessionals: naar aantrekkelijker werk in een samenwerkende sector
    Voor de toekomst van Nederland heeft het onderwijs de beste mensen nodig. Mensen die worden gewaardeerd voor wat ze doen, voldoende professionele ruimte hebben, zich als professional kunnen blijven ontwikkelen en een marktconform salaris verdienen. Samen opleiden en professionaliseren van leraren wordt de norm, waarbij lerarenopleidingen en scholen stevig met elkaar samenwerken.
  • Onderzoek en innovatie van wereldniveau
    Om als Nederland het meest innovatieve land van Europa te worden, moeten we fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek van wereldniveau hebben. Er wordt meer en gelijkwaardig samengewerkt tussen onderwijs, onderzoek en andere relevante partijen. Kennis uit onderzoek is voor het onderwijs toegankelijk, toepasbaar en betrouwbaar. 
     

Input voor verkiezingsprogramma’s

De betrokken organisaties gaan de komende maanden het gesprek aan met hun eigen achterban en met een ieder die het onderwijs een warm hart toedraagt. De opbrengst van deze dialoog is input voor de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen en moet leiden tot een gezamenlijke visie en koers voor de komende kabinetsperioden.