De burgerschapscompetenties (kennis, vaardigheden en houding) van Nederlandse leerlingen blijven achter bij die van leerlingen in vergelijkbare landen (onder andere België en Denemarken). Dit blijkt uit de International Civic and Citizenship Education Study (ICCS), een internationaal onderzoek naar burgerschap onder leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek onderschrijft volgens de VO-raad dat burgerschapsvorming extra aandacht verdient, maar deze investering kan niet klakkeloos op het bord van scholen worden gelegd. Wil er echt een slag worden gemaakt, dan moet er gekeken worden naar de taken en opdrachten over de gehele linie waar scholen voor worden gesteld.

Verschillen in kennis

Nederlandse leerlingen hebben minder kennis van het functioneren van de democratie dan leerlingen in vergelijkbare landen. Ook is er minder maatschappelijke en politieke betrokkenheid en zijn scholieren minder positief over basiswaarden zoals gelijke rechten voor verschillende etnische groepen. De verschillen in kennis over burgerschap tussen leerlingen zijn in ons land groter dan in veel andere landen: zo heeft één op de drie leerlingen veel burgerschapskennis en één op de drie leerlingen juist weinig burgerschapskennis. De burgerschapskennis van leerlingen hangt voor een belangrijk deel samen met de verschillen in leerlingpopulatie tussen schooltypen.

Noodzakelijk

Het onderzoek laat zien dat continue ontwikkeling van burgerschapsonderwijs mogelijk én noodzakelijk is. Een open en vrije samenleving kan niet zonder gemeenschappelijk gedeeld burgerschap. Helaas gaat vreedzaam samenleven tussen mensen van verschillenden meningen en achtergronden, geloven en leefstijlen niet vanzelf. Dat de burgerschapscompetenties van leerlingen en het burgerschapsonderwijs achterblijven, roept terecht de vraag op: moet er niet meer ingezet worden op de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs? In dit kader is de voorgenomen verduidelijking van het burgerschapsonderwijs in de wet een goede ontwikkeling. Daarnaast is professionalisering een aandachtspunt. Een relatief laag percentage Nederlandse leraren voelt zich in staat om les te geven over verkiezingen of de grondwet. Hun leerlingen kritisch leren denken, wordt als makkelijker ervaren.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

De verdere ontwikkeling van burgerschapsonderwijs vraagt meer dan een wetswijziging. Zo is de VO-raad van mening dat burgerschapsonderwijs een prominente plek verdient in het curriculum. In het kader van de herziening van het curriculum gaat in 2018  één ontwikkelteam zich bezighouden met het leergebied burgerschap. Verdere ontwikkeling van burgerschapsonderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De VO-raad zal zich de komende tijd richten op het versterken van de randvoorwaarden waaronder scholen kunnen werken aan goed burgerschapsonderwijs. Het gaat hierbij om het inzichtelijk maken voor scholen  wat werkt, maar ook om de ruimte en tijd die nodig zijn om burgerschapsonderwijs een impuls te geven.

Lees het hele onderzoek