Communicatie toelatingsbeleid en zorgplicht moet duidelijker

06 januari 2021

Minister Slob roept scholen op om duidelijker te communiceren over het toelatingsbeleid en de zorgplicht van de school. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer (18 december 2020) naar aanleiding van onderzoek naar toelatingsbeleid en toegankelijkheid in het onderwijs. In de brief noemt hij ook dat geen enkele school in een identiteitsverklaring of in het toelatingsbeleid leerlingen mag veroordelen of afwijzen op basis van hun seksuele gerichtheid.


De minister reageert met zijn brief op de resultaten van het onderzoek ‘Alle scholen toegankelijk: een open deur? Toelatingsbeleid en toegankelijkheid in het funderend onderwijs’ waarin op verschillende manieren het toelatingsbeleid en de toegankelijkheid van scholen in het primair en voortgezet onderwijs wordt belicht. Uit dit onderzoek blijkt dat scholen over het algemeen op een goede en integere manier omgaan met toelating van leerlingen, maar ook dat er ruimte voor verbetering is.

Regels toelatingsbeleid niet altijd helder

Het toelatingsbeleid functioneert niet overal goed en daarmee wordt ook niet volledig aan de zorgplicht voldaan. Zo zijn niet alle ouders bekend met de regels omtrent het toelatingsbeleid van de school. Hoogopgeleide ouders laten zich minder afschrikken door bijvoorbeeld een vast aanmeldmoment of loting dan ouders met een lager opleidingsniveau. Ouders met een niet-westerse achtergrond krijgen vaker het gevoel dat ze beter naar een andere school kunnen kijken. Soms wordt op deze manier de zorgplicht omzeild. De kansengelijkheid wordt hiermee aangetast en segregatie in de hand gewerkt.  

Zorgplicht

70 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs verwijst wel eens door naar een andere school, omdat zij verwachten zelf niet te kunnen voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van een leerling. Daar zijn meestal goede en gegronde redenen voor, schrijft de minister. Maar vaak zijn deze niet bekend en helder voor ouders. Ook weten ouders niet dat zij juridische stappen kunnen ondernemen tegen het toelatingsbesluit van een school.

Schriftelijke correspondentie

Bij 3 op de 10 scholen is het niet mogelijk om je via een formulier aan te melden, terwijl een schriftelijke aanmelding wettelijk verplicht is. Een kwart van de weigeringen in het vo is niet schriftelijk gedaan. Hoewel een schriftelijke afwijzing wettelijk niet verplicht is, zou deze transparantie er in de praktijk wel aan bij kunnen dragen dat ouders hun keuzevrijheid op een goede manier kunnen uitoefenen.

Acties

Om scholen te helpen op een transparante, heldere en laagdrempelige manier te communiceren over toelating, de zorgplicht en de overgang van het po naar het vo, werkt het ministerie van OCW de komende tijd aan een handreiking over toelatingsbeleid. De VO-raad zal deze t.z.t. delen.

De minister vindt het belangrijk dat het aanmeldformulier goed vindbaar is, evenals de rechten en plichten van ouders, leerlingen en de school. Wat betreft de zorgplicht moet er bruikbare, duidelijke en begrijpelijke informatie over de zorgplicht en de ondersteuningsmogelijkheden van de school te vinden zijn in de schoolgids, waar mogelijk op de website van de school en bij de nog in te richten ouder- en jeugdinformatiepunten bij het samenwerkingsverband passend onderwijs. Daarnaast wil de minister de Lokale Educatieve Agenda (LEA) versterken, in samenwerking met de VNG werken aan het bereiken van alle ouders en benoemt hij in zijn brief de initiatiefwet over de vrijwillige ouderbijdrage over het verbieden van uitsluiten van leerlingen bij het niet voldoen van de vrijwillige ouderbijdrage.

Identiteitsverklaringen

Minister Slob spreekt verder uit dat wanneer er sprake is van verklaringen die seksuele gerichtheid van leerlingen afwijzen, er geen sprake kan zijn van een sociaal veilig schoolklimaat. De Inspectie kan op basis van de huidige onderwijswetgeving in dat geval optreden. De minister geeft aan dat de aangescherpte burgerschapsopdracht voor álle scholen de lat hoger legt om de basiswaarden van onze democratische rechtsstaat uit te dragen en die te laten terugkomen in het onderwijs en de schoolcultuur. Daarbij benadrukt de minister dat op elke school een grote verantwoordelijkheid rust om LHBTI-jongeren een veilig schoolomgeving te bieden. Er zal een verkenning plaatsvinden om een traject te starten dat zich specifiek richt op het verbeteren van de (sociale) veiligheid van LHBTI-leerlingen.