Conclusie Onderwijsinspectie eenzijdig en daarmee onterecht

11 april 2018

De VO-raad vindt de conclusie van de Onderwijsinspectie dat de kwaliteit van het onderwijs zou ‘afglijden’ eenzijdig en daarmee onterecht. Paul Rosenmöller, voorzitter VO-raad: “Wij zullen de eersten zijn die beamen dat er ruimte is voor verbetering en daar wordt op scholen hard aan gewerkt. Maar dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt is, ook met dit rapport in de hand, niet vol te houden. Al helemaal niet in een tijd dat er geen euro extra geïnvesteerd wordt in leraren in het vo, er nog steeds verkeerde prikkels in het systeem zitten en de maatschappelijke opdracht van scholen alleen maar complexer wordt”.

De Onderwijsinspectie constateert dat met name de toppresteerders onder 15-jarige Nederlandse leerlingen op wis- en natuurkunde slechter zijn gaan presteren ten opzichte van hun leeftijdgenoten in andere landen. Ook verbetert de burgerschapskennis van jongeren in Nederland minder snel dan in andere landen. Daarnaast zijn de prestaties van leerlingen in het wiskunde-examen teruggelopen en is het percentage geslaagden iets lager dan vorig jaar.

De VO-raad vindt het belangrijk deze ontwikkelingen te signaleren en te bekijken wat hiervan de oorzaken zijn. Het laat bijvoorbeeld zien dat we meer kunnen halen uit de beste leerlingen en dat brede vorming belangrijk is. Daarnaast laat het rapport van de inspectie echter ook zien dat meer leerlingen een diploma halen op een hoger niveau zonder dat het gemiddelde examencijfer terugloopt, er meer gestapeld wordt in het vo, meer scholen de onderwijsresultaten op orde hebben, er minder zwakke scholen zijn en kinderen in Nederland zich buitengewoon veilig en gelukkig voelen.

Rosenmöller: “Dan doet het beeld dat de inspectie oproept over het voortgezet onderwijs geen recht aan de mensen in de scholen die deze resultaten onder moeilijke omstandigheden, en met een bescheiden bekostiging, weten te boeken.”

Kansengelijkheid vraagt blijvend aandacht

De VO-raad deelt de analyse van de inspectie dat kansengelijkheid blijvend aandacht vraagt in het onderwijs. De Staat van het Onderwijs laat zien dat er de laatste jaren meer gemengde adviezen zijn gekomen en dat er meer gestapeld wordt binnen het voortgezet onderwijs. Rosenmöller: “Dat zijn positieve ontwikkelingen, maar we zijn er duidelijk nog niet. Met name met het oog op de vroege selectie van kinderen in Nederland moet de ingezette ontwikkeling naar minder harde schotten in het onderwijs doorgang vinden, om te voorkomen dat leerlingen jong in een fuik terecht komen.” Ook benadrukt de VO-raad dat de ontwikkeling naar minder focus op rendement en efficiëntie in het onderwijsbeleid en in de beoordeling van scholen, doorgezet moet worden.