Debat onderwijs en corona: Kamer wil zomerscholen voor kwetsbare leerlingen

30 april 2020

Op 29 april debatteerde de Vaste Kamercommissie OCW ruim zeven uur met de ministers Slob en Van Engelshoven over onderwijs en corona. De Kamer had hierbij veel vragen over het weer opstarten van het (fysieke) onderwijs op po- en vo-scholen; onder meer de veiligheid van leerlingen en personeel en onderwijsachterstanden stonden hierbij centraal. Wat betreft dit laatste punt pleitte de Kamer voor een landelijk dekkend aanbod van zomerscholen.

De VO-raad stuurde in aanloop naar het debat een brief aan de leden van de Kamercommissie OCW, waarbij we een aantal voor de sector belangrijke punten onder de aandacht brachten. Lees de brief 'Notaoverleg onderwijs en corona'.


Een aantal partijen toonde zich tijdens het debat bezorgd over de veiligheid van leerlingen en personeel, en ook waren er zorgen over de verdere verspreiding van het virus in de samenleving als vo-scholen weer opengaan. Vo-scholen hebben immers een regionale functie; leerlingen komen er uit de gehele regio heen en sommigen komen met het ov. Minister Slob stelde hierop dat het definitieve besluit over de heropening van het vo pas in mei volgt en dat het sowieso niet de verwachting is dat alle vo-scholen vanaf 1 juni weer geheel voor iedereen open zullen zijn. De druk die dit oplevert op het openbaar vervoer en de openbare ruimte is volgens hem leidend bij de verdere besluitvorming hierover. Ook wordt nog gekeken naar de ontwikkelingen in po-scholen, die vanaf 11 mei weer opstarten. “We hopen wel dat er ruimte komt voor het vo”, aldus de minister, “maar veiligheid moet voorop blijven staan”.

Dit geldt volgens hem ook als het gaat om het onderwijspersoneel. In principe is het de bedoeling dat alle leraren weer voor de klas staan, maar leraren die zorgen hebben over hun veiligheid – bijvoorbeeld omdat zij zelf of een gezinslid tot een risicogroep behoren – kunnen in gesprek gaan met hun werkgever en kijken of ze bijvoorbeeld vanuit huis een rol kunnen blijven spelen in het afstandsonderwijs. De minister gaat ervanuit dat scholen en personeel dit samen regelen. Hij benadrukte dat er vanuit de regering coulance zal zijn voor leraren die aarzelend zijn om weer op school les te gaan geven.

De Kamer gaf verder - evenals de VO-raad in zijn brief - aan het belangrijk te vinden dat er voldoende tests aanwezig zijn voor onderwijspersoneel dat klachten heeft. Slob gaf daarop aan de toezegging te hebben dat er voldoende tests zijn. Als een leraar of leerling of ouder ziek wordt, dienen scholen contact op te nemen met hun GGD over hoe te handelen.

Zomerscholen

In de Kamer waren er ook zorgen over kennisachterstanden bij leerlingen nu ze langere tijd geen fysiek onderwijs op school hebben gehad, met name bij kwetsbare leerlingen. CDA en D66 vroegen hierbij om ‘een landelijk dekkend’ aanbod van zomer- en zo nodig ook herfstonderwijs, waar vooral kinderen die thuis in een moeilijke situatie zitten gebruik van kunnen maken. Volgens hen kan daarvoor ook de onderuitputting van de huidige lente/zomerscholen worden gebruikt. Minister Slob gaf in reactie hierop aan met een plan te komen om onderwijsachterstanden weg te werken. "We gaan reëel vooruitkijken hoe we achterstanden die zijn opgelopen op een verantwoorde manier gaan inhalen. Zomerscholen kunnen daar onderdeel van zijn." Hij verzekerde wel dat leraren niet gedwongen worden in de zomervakantie te werken.

Het inkorten van de zomervakantie om zo de achterstanden te kunnen inhalen, vindt Slob geen goede optie. In zijn brief aan de Kamercommissie gaf ook de VO-raad aan dat het goed is om niet aan de zomervakantie te tornen.

Geleende devices behouden

D66 wil daarnaast dat leerlingen geleende laptops en tablets en internetaansluitingen mogen houden, zodat ze onderwijs op afstand kunnen blijven volgen. In zijn reactie stelde Slob bedrijven daar ‘indringend voor aan te gaan kijken’.

CE moderne vreemde talen gebruiken

CDA en D66 gaven in het debat ook aan dat ze het centraal schriftelijk examen moderne vreemde talen alsnog willen gebruiken als verbetertoetsen. Scholen zouden dat kunnen gebruiken om schoolexamens af te ronden. Minister Slob gaf echter aan dit niet te willen. "De schoolexamens zijn bijna overal ingepland of al afgerond, laten we op dit punt niet te veel meer overhoop halen,” aldus de bewindsman.

CE voortgezet speciaal onderwijs

Een groot deel van de Kamer toonde zich verder ontevreden over het doorgaan van het CE in het vso en het aantal herkansingen. Scholen zouden een tijdelijke examenlicentie moeten kunnen krijgen, zodat de eigen vertrouwde docenten zelf de mondelinge examens kunnen afnemen, aldus D66. Slob ontraadde dit, de eigen docenten kunnen volgens hem mee naar de examens. Ook gaf hij aan dat er nu niet meer ruimte is voor meer herkansingen. De minister gaat met het CvTE in gesprek of er snel na 5 september verantwoorde capaciteit kan worden gecreëerd om herkansingen te kunnen doen (dan hoeven leerlingen niet een jaar te wachten). 

Onderwijsovergangen

Tenslotte sprak de Kamer ook over het belang van het realiseren van soepele onderwijsovergangen voor leerlingen dit schooljaar en het bieden van kansen hierbij. Een aantal fracties benadrukte dat brede brugklassen gestimuleerd moeten worden. Slob stelde hierop via DUO te volgen of het aanbod zich gaat verbreden.

Moties

Tijdens het debat is een aantal moties ingediend. Hierover is op 7 mei gestemd. De moties en stemmingsuitslagen zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer