Er zijn soms grote verschillen tussen scholen in het aantal leerlingen dat na het vmbo doorstroomt naar de havo, zo berichtte de NOS op 14 november 2017. Op sommige scholen stroomt de helft van de leerlingen door maar er zijn ook scholen waar na het eindexamen niet één vmbo'er verdergaat op de havo. De cijfers geven een vertekend beeld omdat bijvoorbeeld tussentijdse opstroom naar de havo niet is meegenomen. Ook zijn bewuste voorkeuren en keuzes van ouders en de leerlingpopulatie van invloed op deze verschillen tussen scholen, benadrukt de VO-raad in een reactie.

Verschillen tussen scholen in de doorstroom naar havo na het vmbo kunnen behalve met het beleid van de school te maken hebben met de voorkeuren en keuzes van ouders en de leerlingenpopulatie. Veel ouders kiezen bewust voor een bepaald type school omdat dat het beste past bij hun kind of het advies van de basisschool. Zo kiezen ouders soms juist voor een specifieke school omdat ze een gedegen beroepsopleiding voor hun kind willen hebben. Daar gaan veruit de meeste leerlingen dan ook door naar het mbo. Anderen met een vmbo/havo-advies en minder affiniteit met de beroepsroute kiezen eerder voor een brede scholengemeenschap.

Niet het hele verhaal

Ook wordt in de reportage van de NOS duidelijk dat de cijfers van het aantal leerlingen dat na het behalen van het vmbo-diploma doorstroomt naar de havo niet het hele verhaal vertellen. Zo geeft een school met een laag doorstroomcijfer aan het eind van het vmbo in de reportage aan dat zo’n 20 procent van hun leerlingen met een vmbo-advies al voor het derde jaar naar de havo zijn overgestapt. Deze school stimuleert leerlingen die het kunnen en willen dus ook over te stappen, maar dat is niet terug te zien in de door de NOS gebruikte cijfers.

‘Hoger’ niet beter

Scholen hebben nu nog de ruimte om eisen te stellen aan leerlingen die willen overstappen. Met het doorstroomrecht dat vanaf schooljaar 2019-2020 ingaat, verandert dat. In een gesprek op NPO Radio 1 over de cijfers en het doorstroomrecht geeft voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller aan dat scholen zijn gericht op het bieden van kansen maar dat voorkomen moet worden dat het beeld bij leerlingen ontstaat dat mbo een mindere keuze is dan de havo. "Het vmbo is in de eerste plaats een voorbereiding op het middelbaar beroepsonderwijs. We moeten het eerlijke verhaal vertellen dat niet altijd wat in de volksmond ‘hoger’ is, algemeen vormend onderwijs, beter is dan de beroepsonderwijsroute." Ook benadrukte Rosenmöller het belang van een betere aansluiting tussen vmbo en havo. "Met het doorstroomrecht dat er gaat komen, moeten we in ieder geval zorgen dat de overstap veel succesvoller kan plaatsvinden, en de programma’s beter aansluiten."

Daarnaast is het niet goed dat het bieden van kansen aan leerlingen risicovol is voor scholen. Als leerlingen het toch niet redden op het havo en geen diploma behalen, heeft dat direct consequenties voor de onderwijsresultaten van een school. Dat moet volgens de VO-raad veranderen.