Evaluaties ‘Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’: huisvesting en startbekostiging knelpunten

Net voor het afzwaaien deelde staatssecretaris Becking op 18 februari 2026 nog een aantal rapporten met de Tweede Kamer over het stichten van nieuwe scholen, waaronder een evaluatie ‘Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’.

Onderzoeksbureaus Oberon, Kohnstamm Instituut en KBA Nijmegen volgen sinds 2021 de implementatie van de nieuwe stichtingsprocedure voor scholen in het funderend onderwijs. De eerste scholen onder de nieuwe stichtingsprocedure openden hun deuren in augustus 2023. Een aantal conclusies uit de evaluatie:

Startbekostiging nieuwe scholen

SEO Economisch onderzoek onderzocht in de tweede helft van 2025 of de startbekostiging, een bedrag dat schoolbesturen kort voor de opening van een nieuwe school ontvangen, toereikend is voor de kosten die zij moeten maken in de aanloop naar de start van de school. De onderzoekers concluderen dat de kosten die startende nieuwe scholen maken hoger zijn dan de startbekostiging die ze daarvoor krijgen. Dat geldt in het bijzonder voor po-scholen, maar ook vo-scholen geven aan dat niet alle activiteiten hiermee kunnen worden uitgevoerd.

Vooral scholen die niet vanuit een bestaand bestuur worden opgericht ervaren dat de startbekostiging niet toereikend is. Deze besturen kunnen minder terugvallen op bestaande voorzieningen (zoals stafbureau, systemen of expertise) en maken daardoor extra kosten en steken veel meer onbetaalde uren in de oprichting. Een belangrijk knelpunt is bovendien de timing: de startbekostiging wordt pas twee maanden voor opening uitgekeerd, terwijl veel kosten al eerder (moeten) worden gemaakt.

Herziening Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen

In de Kamerbrief schrijft de staatssecretaris dat voor de zomer een beleidsreactie op de rapporten volgt. Maar deze input zal worden gebruikt voor de herziening van de wet. In het regeerakkoord is daar het volgende over opgenomen: “De Wet meer ruimte voor nieuwe scholen zorgt voor onvoorziene problemen en wordt daarom zo snel mogelijk herzien.” Ook de VO-raad ziet dat de wet verbetering behoeft en wordt betrokken bij gesprekken hierover.